|
ALLERGIE
VOOR CORTICOSTEROÏDEN
U
BENT ALLERGISCH VOOR CORTICOSTEROÏDEN. WAT NU ?
Uw dermatoloog heeft aangetoond dat u allergisch bent voor (één of meer)
corticosteroïden. Wanneer u hiermee in aanraking komt, kan dat aanleiding geven
tot het ontstaan of verergeren van eczeem of andere allergische verschijnselen.
Het is dus van groot belang dat u probeert om contact met deze corticosteroïden
zoveel mogelijk te vermijden. Deze folder kan u daarbij behulpzaam zijn.
Aangezien de folder informatie bevat die uw arts nodig heeft om u de juiste
medicijnen voor te schrijven raden wij u aan om hem altijd bij u te hebben. Voor
meer informatie over contactallergie, zie de folder allergisch
contacteczeem.
WAT ZIJN CORTICOSTEROÏDEN EN IN WELKE PRODUCTEN KOMEN ZE VOOR ?
Corticosteroïden zijn geneesmiddelen die afgeleid zijn van
bijnierschorshormonen zoals iedereen die zelf in de bijnieren aanmaakt. Ze
worden vooral gebruikt omdat ze ontstekingsreacties, waaronder allerlei vormen
van eczeem, effectief kunnen onderdrukken. Corticosteroïden worden, afhankelijk
van de ziekte of aandoening die bestreden moet worden, toegediend als tabletten,
capsules of injectiepreparaten. Voor behandeling van afwijkingen van de huid
kunnen corticosteroïden voorgeschreven worden in zalven, crèmes, emulsies,
lotions en oordruppels; de slijmvliezen worden behandeld met neussprays,
oogdruppels, zetpillen, klysma’s (voor het darmslijmvlies) en inhalers (aerosols,
bijvoorbeeld bij astma).
HOE
ZIET ALLERGISCH CONTACTECZEEM DOOR CORTICOSTEROÏDEN ER UIT ?
Allergie
voor corticosteroïden wordt met name gezien bij mensen die langdurig met
cortico-steroïdpreparaten op de huid behandeld worden, vooral bij lang bestaand
eczeem aan de handen, de voeten, de benen, of in de oren. Door de behandeling
daarvan met corticosteroïden kan men op een gegeven moment allergisch worden
voor deze geneesmiddelen. Over het algemeen wordt dat niet of nauwelijks
opgemerkt. Doorgaans wordt een allergische reactie gekenmerkt door een forse
huidreactie met roodheid, bultjes, blaasjes, nattend eczeem en flinke jeuk. Bij
een allergie door corticosteroïden wordt de reactie evenwel gelijktijdig door
de corticosteroïden zelf onderdrukt, zodat een ernstig allergisch beeld zoals
hierboven beschreven zelden optreedt. Men moet vooral bedacht zijn op het
mogelijk optreden van allergie voor corticosteroïden wanneer eczeem of een
andere huidaandoening niet goed reageert op behandeling of zelfs
verergert.
Allergie door aanbrengen van corticosteroïden op slijmvliezen (neus, oogleden,
de mondholte, de luchtwegen, de geslachtsorganen en de anus) komt minder vaak
voor. De meeste gevallen daarvan worden veroorzaakt door neusdruppels of
neussprays; de symptomen van een allergische reactie hier zijn jeuk in en rond
de neus, niezen, loopneus of verstopte neus, en eczeem rond de neusgaten.
Wanneer corticosteroïden als tabletten of injecties worden gegeven aan daarvoor
allergische personen, kan dit heel soms resulteren in een uitgebreide
allergische huiduitslag.
WORDT
MIJN ECZEEM GEHEEL VEROORZAAKT DOOR CONTACT MET CORTICOSTEROÏDEN ?
Het is niet waarschijnlijk dat uw eczeem of andere allergische verschijnselen
geheel veroorzaakt worden door contact met corticosteroïden. Immers, u had al
een bepaalde afwijking aan de huid (meestal eczeem of psoriasis) of de
slijmvliezen, waarvoor de corticosteroïden werden voorgeschreven. Daar bent u
allergisch voor geworden, waardoor de afwijking verergerd is of niet goed op de
behandeling reageerde. Wanneer u nu niet meer in contact komt met de
corticosteroïden waarvoor u allergisch bent geworden, blijft de oorspronkelijke
huidziekte waarvoor ze werden voorgeschreven natuurlijk nog wel bestaan.
HOE
KUNNEN ALLERGISCHE REACTIES VOORKOMEN WORDEN ?
Wanneer
iemand allergisch is geworden voor een bepaalde stof, kunnen allergische
reacties voorkomen worden door ervoor te zorgen dat er geen contact meer mee is.
Dat geldt ook voor corticosteroïden. Aangezien corticosteroïden alleen door
artsen voorgeschreven kunnen worden en ze niet voorkomen in andere producten of
in de natuur, lijkt het heel eenvoudig om niet in aanraking te komen met
corticosteroïden. Toch kan soms een probleem optreden. Immers, het kan zijn dat
u een ziekte of aandoening heeft waarvoor behandeling met corticosteroïden
wenselijk of zelfs noodzakelijk is.
Niemand is allergisch voor alle corticosteroïden, maar de meeste patiënten
zullen wel op meer dan één corticosteroïd allergisch reageren. Hoe weten u en
de dokter die het geneesmiddel moet voorschrijven dan welke veilig gebruikt
kunnen worden?
HOE
WEET IK WELKE PRODUCTEN VEILIG ZIJN ?
De
informatie in dit hoofdstukje is vooral bedoeld voor uw arts(en)!
De meeste dermatologen testen twee of drie corticosteroïden bij patiënten bij
wie een allergische reactie op de huid wordt vermoed: tixocortolpivalaat,
budesonide en hydrocortisonbutyraat. Dit zijn zogenaamde “indicatoren” voor
corticosteroïdallergie. Wanneer voor deze stoffen allergie optreedt, is het
aannemelijk dat u ook op één of meer andere corticosteroïden allergisch zult
reageren. Dit zijn zogenaamde “kruisreacties”. De “kruisreagerende”
corticosteroïden zult u moeten vermijden, daar deze bij u eveneens allergische
reacties zullen veroorzaken.
In de tabel wordt een indeling van corticosteroïden in 4 groepen weergegeven,
die in grote lijnen aangeeft welke corticosteroïden kruisreacties zullen
vertonen. Bij patiënten met contactallergie voor tixocortolpivalaat komt
kruisreactiviteit voor met de andere corticosteroïden uit groep A en met
hydrocortisonbutyraat (groep D2). Deze kunnen dus in dit geval beter niet
voorgeschreven worden. Patiënten met contactallergie voor budesonide vertonen
vaak kruisreactiviteit met corticosteroïden in groep B, maar ook met enkele uit
groep D zoals hydrocortisonbutyraat maar niet met betamethasonvaleraat.
Hydrocortisonbutyraat kan kruisreageren met de corticosteroïden uit groep B.
De kans op kruisreactiviteit met andere corticosteroïden is gering; deze kunnen
dus meestal veilig worden voorgeschreven. De corticosteroïden
betamethasondipropionaat , betamethasonvaleraat, desoximetason
fluticasonpropionaat en mometasonfuroaat zijn uit allergologisch oogpunt
relatief “veilig”. (De kans daarvoor allergisch te worden is gering,
evenals de kans op kruisreactiviteit bij aangetoonde allergie voor
tixocortolpivalaat en budesonide.
OVERIGE
NUTTIGE INFORMATIE
Het is belangrijk dat de apotheek op de hoogte is van uw allergie. U doet er
verstandig aan om daar door te geven voor welke corticosteroïden u overgevoelig
bent. Ook is het belangrijk dat u altijd aan uw huisarts of andere artsen die u
medicijnen voorschrijven vertelt over uw allergie. Wanneer u deze folder laat
zien, zal het voor hen gemakkelijker zijn om, wanneer behandeling met
corticosteroïden bij u noodzakelijk is, een juiste keuze te maken.
Tabel.
Voorbeelden van in Nederland voorgeschreven corticosteroïden
GROEP
A Hydrocortisone-type
cortison (acetaat)
fludrocortison
fluormetholonacetaat
hydrocortison (acetaat, natrium succinaat)
methylprednisolon (acetaat, Na-succinaat)
prednisolon (acetaat, dinatrium-fosfaat, natrium-succinaat, pivalaat)
prednison
tixocortol pivalaat
GROEP B Triamcinolonacetonide-type
budesonide
fluocinolonacetonide
triamcinolonacetonide
GROEP C Betamethason-type
betamethason (dinatrium-fosfaat)
desoximetason
dexamethason (dinatrium-fosfaat, natrium-sulfobenzoaat)
diflucortolonvaleraat
flunisolide
flumethasonpivalaat
GROEP D1 Betamethasonvaleraat -type (stabiele esters)
betamethasondipropionaat
betamethasonvaleraat
beclometason dipropionaat
clobetasolpropionaat
clobetasonbutyraat
fluticasonpropionaat
mometasonfuroaat
GROEP D2 Hydrocortisonbutyraat-type (labiele esters)
Hydrocortisonbutyraat
|