PSORIASIS VULGARIS (en topografische varianten: psoriasis capitis, guttata, inversa, unguium)

codes 0696.1018 / L40.0

 

Psoriasis vulgaris (gewone psoriasis) is de term voor de klassieke psoriasis, met scherp begrensde verheven erythemato- papulo-squameuze lesies (plaques, papels) van wisselende grootte op de voorkeurslokalisaties (strekzijde elleboog en knie, vaak symmetrisch, stuit boven bilspleet, behaarde hoofd, rond de navel). Psoriasis kan over het gehele lichaam aanwezig zijn (erytrodermie) en kent topografische varianten en morfologische varianten.

 

Psoriasis capitis, psoriasis unguium, psoriasis inversa en psoriasis artropathica (of artritis psoriatica) kunnen voorkomen in het kader van een psoriasis vulgaris, maar ook geïsoleerd. Acrodermatitis continua (Hallopeau) komt vaak geïsoleerd voor. De term psoriasis pustulosa palmoplantaris geeft verwarring, het is beter om psoriasis palmoplantaris te gebruiken voor een patiënt met echte bewezen psoriasis aan de handpalmen of voetzolen, en de term pustulosis palmoplantaris (Andrews Barber) voor het typische beeld met pustels van wisselende grootte palmoplantair. De ziekte van Andrews Barber is een aparte entiteit. 

 

Topografische varianten

naam

code ICD9

code ICD10

behaarde hoofd

psoriasis capitis

0696.1047

L40.8

bispleet, navel, liezen, gehoorgang

psoriasis inversa

0696.1006

L40.82

nagels

psoriasis unguium

0696.1021

L40.81

gehele lichaam

erytrodermie o.b.v. psoriasis

0696.1055

L40.83

handpalmen en voetzolen

psoriasis palmoplantaris

0696.1047

L40.32

gewrichten

psoriasis artropathica

0696.0004

L40.5

distale vinger en kootje

acrodermatitis continua (Hallopeau)

0696.1006

L40.2

 

 

 

 

Morfologische varianten

 

 

 

klassieke, gewone psoriasis

psoriasis vulgaris

0696.1018

L40.0

papels

psoriasis guttata

0696.1032

L40.4

plaques

plaque type psoriasis

0696.1018

L40.0

nummulair

nummulaire psoriasis

0696.1018

L40.9

pustels

psoriasis pustulosa

0696.1006

L40.1

pustels, gegeneraliseerd (von Zumbusch)

psoriasis pustulosa generalisata

0696.1006

L40.1

annulair

annulaire psoriasis

0696.1018

L40.9

erytrodermie

psoriasis, erythrodermatisch

0696.1055

L40.83

niet nader omschreven (nno)

psoriasis nno

0696.1006

L40.9

 

Andere entiteiten

pustulosis palmaris et plantaris

morbus Andrews-Barber

0686.8028

L40.3

 

 

Psoriasis komt bij 2-4% v.d. Nederlandse bevolking voor. Het kan op elke leeftijd beginnen, ongeacht of het in de familie voorkomt, en heeft een chronisch karakter. De etiologie is nog steeds onderwerp van studie. Een verhoogd aantal cellen is in deling en er is abnormale uitrijping van epidermale cellen (hyperkeratose, parakeratose (kaarsvetfenomeen), wisselende acanthose, hoogoplopende dermale papillen (puntbloedinkjes), geen stratum granulosum). Als luxerende factoren worden o.a. genoemd beta- blokkers, ACE-remmers, lithiumcarbonaat, chloroquin, infecties m.n. streptokokken, trauma van de huid (Köbnerfenomeen) en psychosociale stress.

 

 

Psoriasis vulgaris, gewone psoriasis (klik op foto voor vergroting)

Psoriasis vulgaris, gewone psoriasis (klik op foto voor vergroting)

Psoriasis capitis (psoriasis van het behaarde hoofd) (klik op foto voor vergroting)

Psoriasis capitis (psoriasis van het behaarde hoofd) (klik op foto voor vergroting)

psoriasis vulgaris

psoriasis vulgaris

psoriasis capitis

nagelpsoriasis (pustels)

 

 

Erytrodermie op basis van psoriasis (klik op foto voor vergroting)

Psoriasis inversa (klik op foto voor vergroting)

Psoriasis inversa (klik op foto voor vergroting)

Psoriasis inversa (klik op foto voor vergroting)

psoriasis erytrodermie

psoriasis inversa

psoriasis inversa

psoriasis inversa

 

 

Psoriasis guttata (klik op foto voor vergroting)

Psoriasis guttata (klik op foto voor vergroting)

(klik op foto voor vergroting)

psoriasis guttata

psoriasis guttata

acrodermatitis continua

psoriasis pustulosa generalisata

 

 

Nagel psoriasis (putjesnagels) (Klik op foto voor vergroting)

Nagel psoriasis (Klik op foto voor vergroting)

Nagel psoriasis (Klik op foto voor vergroting)

Nagel psoriasis (Klik op foto voor vergroting)

nagelpsoriasis

nagelpsoriasis (olievlekfenomeen)

nagelpsoriasis

nagelpsoriasis (pustels)

 

 
Therapie

De voorkeur voor een bepaalde therapie wordt mede bepaald door gebruiksvriendelijkheid en bijwerkingsprofiel. In eerste instantie probeert men uit te komen met lokale therapie, tenzij de psoriasis zeer uitgebreid is. Meestal een klasse III-IV corticosteroïd of een combinatie preparaat (Diprosalic, Dovobet). Indien lokale therapie onvoldoende effectief is, of te veel bijwerkingen geeft of te bewerkelijk wordt voor de patiënt, is lichttherapie de volgende stap. Meestal is dat UVB TL-01 (smalspectrum UVB). PUVA is ook een optie, maar kan meer bijwerkingen opleveren vanwege de psoralenen. In het algemeen probeert men niet vaker dan 1 keer per jaar een lichttherapie kuur te geven, om de UV-belasting van de huid te beperken, maar in bijzondere gevallen kan men daar van afwijken. Als ook lichttherapie, al dan niet gecombineerd met dagbehandeling (licht, teer, bad) niet meer helpt dan is systemische therapie de volgende stap. Voor de introductie van de biologicals zijn de conventionele systeemtherapieën wel eens in een voorkeursvolgorde gezet op grond van werking en bijwerking. Zowel expert-based als evidence based is die volgorde MTX, ciclosporine, neotigason, fumaarzuur, prednison. Neotigason en fumaarzuur staan op een lagere plaats omdat ze niet bij iedereen even goed werken, maar als ze werken en goed verdragen worden kan men er langdurig mee doorgaan. Werkt een bepaalde therapie niet (meer) dan wordt een andere gekozen (het principe van de rotational therapy), in een latere fase kan dezelfde therapie weer wel werken. Indien de conventionele middelen niet werken of teveel bijwerkingen hebben, en de patiënt heeft een plaque type psoriasis van voldoende ernst, dan komen de biologicals in aanmerking. Dit zijn ook de vergoedingscriteria, biologicals zijn zeer dure geneesmiddelen. Patiënten prefereren de biologicals vanwege het gebruiksgemak en de kwaliteit van leven die ze er voor terugkrijgen boven alle andere therapieën. Toch staan de biologicals op de laatste plaats, vanwege de kosten, maar niet alleen daarom. Ze beïnvloeden het immuunsysteem, met enkele consequenties om rekening mee te houden. Als de kosten geen enkele rol zouden spelen, zouden de biologicals ook op de laatste plaats staan. Van de biologicals was Enbrel (etanercept) het eerste poliklinische middel, waardoor veel patiënten daar mee begonnen zijn, en mee door zijn gegaan zolang het bleef werken. Enbrel veroorzaakt weinig problemen zoals antistofvorming. Humira (adalimumab) kwam daarna, sinds 2009 is ook Stelara (ustekinumab) beschikbaar. De voorkeursvolgorde in 2011 was adalimumab (omdat dat maar eens in de 14 dagen hoeft en gemiddeld goedkoper is), dan etanercept, en dan ustekinumab (dat zijn plaats nog moet verdienen). Infliximab werd meestal achter de hand gehouden als laatste keuze, omdat patiënten hiervoor opgenomen moeten worden, er vaker antistofvorming optreedt dan bij adalimumab of etanercept, maar vooral omdat het uit het ziekenhuisbudget moet worden betaald. Vanaf 2012 worden alle TNF-remmers en ustekinumab overgeheveld naar het ziekenhuisbudget en dan zullen financiële motieven de volgorde weer anders gaan beïnvloeden.

 

 

Lokale therapie:

Lichttherapie:

corticosteroïden

UVB

corticosteroïden + salicylzuur

PUVA

calcipotriol en calcitriol

zonlicht

corticosteroïden + calcipotriol

lokale PUVA

teerpreparaten

Zon en Zee kuren (Heliobalneo-thalasso-therapie, 

cignoline

  zoals b.v. Nieuwe Schans, Dode Zee)

 

Systemische therapie:

Combinaties:

methotrexaat

Teer + cignoline

ciclosporine

Retinoïden + PUVA (Re-PUVA)

Neotigason (acitretine)

Teer - PUVA (Goeckermann)

fumaarzuur

Teer + baden + PUVA/UVB

prednison (geen eerste keuze, reboundfenomeen)

 (dagbehandeling)

Biologicals

Enbrel (etanercept)

Humira (adalimumab)

Stelara (ustekinumab)

Remicade (infliximab)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

26-03-2011 (JRM) -  www.huidziekten.nl