ALLERGIE VOOR LOCALE ANAESTHETICA home ICD10: n.v.t.

Stap 1: bepaal welk type reactie bij de patiënt optrad

Reacties op lokale anaesthetica kunnen variëren van exanthemen, urticaria, bronchospasmen, angio-oedeem tot anafylactische shock.
- Bepaal (anamnestisch) of er sprake was van een type I of een type IV reactie
  (blijken vrijwel niet of nooit op te treden in 1 individu).
- Kies bij een type I reactie vervolgstap 2a, bij een type IV reactie stap 2b.
- Naast allergische reacties kunnen ook pseudo-allergsiche reacties optreden.
- Cave overgevoeligheidsreacties voor toevoegingen als epinefrine, sulfieten, parabenen, analgetica, antibiotica.


Stap 2a: SPT/ICT onderzoek naar type I allergie met het verdachte anaestheticum

- percutaan intradermaal onderzoek met het produkt as is (zie onderaan),
- indien negatief gevolgd door een intracutaan intradermaal onderzoek met het produkt as is.
- Uitzondering: EMLA-creme alleen als epicutane patch
  Zie standaardreeks lokale anaesthetica


Stap 2b: epicutaan allergologisch onderzoek naar type IV allergie met het verdachte anaestheticum

- epicutaan plakproefonderzoek met het produkt as is


Stap 3: bepaal op grond van kruisreactiepatroon een zo adequaat mogelijk alternatief

Groep 1: benzoëzuuresters
- para-aminobenzoëzuuresters:
- benzocaine, butacaine, orthocaine, procaine, tetracaine
- benzoëzuuresters zonder para-aminobenzoyl-groep:
- amydricaine, amylocaine, cyclomethycaine, isobucaine, metabutoxycaine, piperocaine, propanocaine

Groep 2: amide- en overige verbindingen
- amide-verbindingen:
- articaine, bupivacaine, lidocaine, mepivacaine, prilocaine, ropivacaine
- ethers
- pramoxine
- ketonen
- dyclonine
- fenetidine-verbindingen:
- fenacaine
- anti-histaminen
- tripelennamine, chloorfeniramine

Op de middelen uit groep 2 zijn allergische reacties zeldzaam. Overgevoeligheidsreacties treden vooral op ester-verbindingen op, zoals procaine en tetracaine, door vorming van para-aminobenzoëzuur. Tot deze groep van immunologisch verwante stoffen horen ook para-verbindingen, aniline-verbindingen en andere derivaten van para-aminobenzoëzuur.


Stap 4: test alternatief
Test het mogelijke alternatief op de eerder gebruikte wijze (2a of 2b).


Stap 5: berichtgeving
Geef de patiënt een geneesmiddelpaspoort mee en stuur een bericht naar verwijzer, huisarts en tandarts (eventueel via patiënt) van de bevinding.


Auteur(s):
dr. M.M.H. Meinardi. Dermatoloog, Maurits kliniek, Den Haag.

20-01-2018 (MMM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter