|
INLEIDING
Deze folder geeft u een globaal overzicht van de klachten, de oorzaak en de behandeling van aambeien. Het is goed u te realiseren dat bij het vaststellen van een aandoening de situatie voor iedereen weer anders kan zijn.
WAT ZIJN AAMBEIEN?
Aambeien (haemorrhoïden) zijn uitgezakte zwellichamen nabij de anus. Deze zwellichamen heeft iedereen. Ze bevinden zich aan de binnenkant op het eind van de endeldarm en het begin van de sluitspier. Zo'n zwellichaam is een sponsachtig netwerk van bloedvaatjes, bedekt door een dun laagje slijmvlies. Aambeien zijn dus eigenlijk gezwollen bloedvaten. U kunt ze het beste vergelijken met spataderen. Ze zitten alleen op een vervelende plaats: binnen de sluitspier van de anus. Soms zijn ze zo gezwollen dat ze naar buiten puilen. Het is een pijnlijk gevoel, vooral tijdens en na de stoelgang. Soms bloeden ze, of raken ze ontstoken. Overigens zijn niet alle bloedingen uit de anus het gevolg van aambeien. Ook als u zeker weet dat u aambeien hebt, kan dat bloeden toch door iets anders veroorzaakt worden. Daarom moet uw arts in geval van bloedingen altijd vaststellen waardoor het precies komt.
WAT IS DE OORZAAK?
Op zich zijn die gezwollen bloedvaten niet meer dan zwakke plekken. Niets bijzonders dus. Het wordt pas vervelend als er veel druk wordt uitgeoefend op die plaatsen. En in de buurt van de anus hebben ze vaak nogal wat te verduren. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn, bijvoorbeeld veel zitten en onvoldoende lichaamsbeweging, of een te hoog lichaamsgewicht. Maar de voornaamste oorzaak zit in ons eten. Tegenwoordig bevat het voedsel minder vezelstoffen. Vezelstoffen verteren niet en houden vocht vast, waardoor de ontlasting zacht en week wordt. Het ontbreken van die vezelstoffen in de voeding heeft dus een harde, droge ontlasting tot gevolg. Daardoor verloopt de stoelgang niet zo gemakkelijk. We moeten persen en kracht zetten. Dat is een zware belasting voor die zwakke plekken. Ze raken geïrriteerd en zwellen op. Zo kunnen aambeien ontstaan en uitzakken.
WELKE KLACHTEN KUNNEN AAMBEIEN GEVEN?
Aambeien kunnen verschillende klachten met zich meebrengen. Soms zakken
ze uit, mogelijk zelfs door de sluitspier heen naar buiten. Dit geeft
meestal een propgevoel. Het slijmvlies op de aambei kan kwetsbaar
worden, waardoor er bij het afvegen wat helderrood bloed op het
toiletpapier komt. Het is ook mogelijk dat er wat darmslijm en/of dunne
ontlasting door de sluitspier 'lekt'. Dit veroorzaakt vaak hinderlijke
jeuk.
KUNNEN AAMBEIEN GENEZEN?
Aambeien, die eenmaal zijn uitgezakt, blijven uitgezakt. Met bepaalde maatregelen en leefregels kunnen klachten worden voorkomen of verzacht.
HOE KUNNEN WIJ KLACHTEN VOORKOMEN OF VERHELPEN?
Klachten kunnen worden voorkomen door de stoelgang zacht te houden.
Daarvoor is het eten van voldoende plantenvezels (zemelen, bruinbrood,
etcetera) en het drinken van veel water nodig. Zemelen zijn het beste. U
koopt ze bij de kruidenier of de drogist. Doe er een eetlepel van in een
kop yoghurt. Om te beginnen drie maal per dag. Al gauw wordt uw
ontlasting minder hard en droog. Als deze te dun wordt, kunt u volstaan
met een of twee eetlepels per dag. U voelt dat zelf het beste aan.
WANNEER IS CHIRURGISCHE BEHANDELING NODIG?
Wanneer ondanks het nemen van bovengenoemde maatregelen en leefregels de klachten toch voortduren, is verdere behandeling aangewezen.
ZIJN ER NOG ONDERZOEKEN NODIG?
De klachten die aambeien kunnen geven, kunnen ook voorkomen bij andere
afwijkingen van de endeldarm of de anus. Het is daarom van belang dat er
een goed onderzoek wordt verricht en gekeken wordt naar de anus, het
anale kanaal en het begin van de endeldarm. Zo nodig moet er ook ander
aanvullend onderzoek plaatsvinden (uitgebreid kijkonderzoek en/of röntgenfoto
van de dikke darm). Dit komt vooral voor bij patiënten boven de vijftig
jaar. Bij jongere patiënten is in het algemeen het onderzoek van de
anus en het anale kanaal voldoende. De arts zal het onderzoek doen in
een voor de patiënt onelegante houding, namelijk de knie-/elleboogsligging
of linker zijligging. Daarbij kijkt hij naar de omgeving van de anus en
de anus zelf en voert ook nog met de vinger een inwendig onderzoek van
de anus en begin van de endeldarm uit. Ook wordt er met een kijkbuisje
in de anus gekeken naar het anale kanaal en het laatste stukje van de
endeldarm. Hierbij kan worden vastgesteld of er aambeien of andere
afwijkingen aanwezig zijn.
WAT ZIJN DE BEHANDELINGSMOGELIJKHEDEN?
Een logische behandeling is het terugbrengen van de zwellichamen op hun
oorspronkelijk plaats. Het uitzakken is dan verholpen en de aambeien
kunnen dan ook geen klachten meer geven. Een tegenwoordig veel
toegepaste methode is het afbinden van het overtollige slijmvlies met
behulp van rubberbandjes (rubberbandligatie). Het slijmvlies sterft binnen zeven tot tien
dagen af en het wondje geneest met een littekentje. Het elastiekje komt
later vanzelf met de ontlasting naar buiten.
MOGELIJKE COMPLICATIES VAN DE CHIRURGISCHE BEHANDELING
Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn er ook
bij operaties voor aambeien de normale risico's op complicaties van een
operatie. Deze kunnen klein zijn, zoals een ontsteking van het vat waar
het infuus in zit, of een urineweginfectie. Hinderlijker is het wanneer
een nabloeding optreedt. Soms wordt dan op de afdeling nog een extra
hechting geplaatst; eventueel gaat u terug naar de operatiekamer om
onder narcose nog een keer bekeken te worden. Indien u bloedverdunnende
medicijnen gebruikt, moet u dit vóór de behandeling aan de arts
melden. Deze medicijnen geven een verhoogd risico op nabloedingen en
zullen derhalve tijdelijk gestopt dienen te worden in overleg met de
arts.
NA DE BEHANDELING
Voor de poliklinische behandeling is geen verdoving of narcose nodig.
Toch kan bij de behandeling door rubberbandjes, inspuiting of
infraroodbrandwondjes een onaangenaam gevoel optreden gedurende één
tot twee dagen. De ernst van de klachten kan afhankelijk zijn van de
grootte van het behandelde oppervlak. De meeste patiënten hebben geen
pijnstillers nodig. Een warm bad of douche kan de klachten doen
verminderen. Ter voorkoming van een harde ontlasting en persen, is het
van belang na de behandeling extra vezels te gebruiken.
|
|
|||
| Bron: Nederlandse Vereniging voor Heelkunde |
2003 |
|
||
| 22-07-2007 (JRM) - www.huidziekten.nl |
|
|||