|
INLEIDING
Hier vindt u een globaal overzicht over de gebruikelijke gang van zaken
rond een chronisch compartiment syndroom aan het onderbeen. Het is goed
u te realiseren dat bij het vaststellen van een aandoening en de
behandeling ervan, de situatie voor iedereen weer anders kan zijn.
Spieren of spiergroepen worden omgeven door een kapsel, een fascie. De
stevigheid van zo'n kapsel kan verschillend zijn. Een spiergroep met een
fascie er omheen wordt een spiercompartiment genoemd. Aan de voorzijde
van het onderbeen bevinden zich enkele spieren, die zorgen voor het
heffen van de tenen en voor een deel van de enkel. Deze spieren zijn
omgeven door een stevig kapsel en dit compartiment wordt ook wel de
anticusloge genoemd.
Wanneer telkens na een inspanning of oefening de spieren in de
anticusloge in het gedrang komen, noemen we dat een chronisch
compartiment syndroom. De klachten die daar veelal bij wordt aangegeven
is pijn of stijfheid naast het scheenbeen aan de buitenzijde. Ook worden
wel eens tintelingen of een dovig gevoel opgemerkt in de omgeving van de
eerste en tweede teen. Mogelijk treedt er ook wat zwelling op van het
spiercompartiment. In extreme gevallen, het acute compartiment syndroom,
is de pijn zeer hevig en kan de grote teen of de voet niet goed meer
worden bewogen. Meestal raken dan ook andere compartimenten in het
aangedane been in de knel.
WELKE ONDERZOEKEN ZIJN NODIG?
Vanzelfsprekend zal de arts eerst het onderbeen zelf onderzoeken. Bij
verdenking op een compartiment syndroom kan een afspraak gemaakt worden
voor een zogenaamde drukmeting. Het is namelijk mogelijk om de druk in
een compartiment te meten. Na het ontsmetten van de huid wordt met een
dun naaldje door de huid het onderhuidse weefsel en het spierkapsel tot
in het spiercompartiment geprikt. Door wat vocht in te spuiten kan de
druk gemeten worden. Bij een acuut compartiment syndroom geeft deze
rustdruk al voldoende informatie. Bij verdenking op een chronisch
compartiment syndroom wordt de druk ook na inspanning gemeten.
WAT ZIJN DE BEHANDELINGSMOGELIJKHEDEN?
De behandeling is afhankelijk van de ernst van de klachten en eventueel van de resultaten van de drukmeting.
MOGELIJKE COMPLICATIES
Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn er ook
bij deze operatie de normale risico's op complicaties van een operatie,
zoals trombose, longontsteking, nabloeding, wondinfectie.
De wondgenezing duurt een à twee weken. Gedurende de eerste tijd is een droog, steriel, licht drukkend verbandje voldoende. Mocht dit nodig zijn dan kan tegen de pijn een eenvoudige pijnstiller (bijvoorbeeld paracetamol) gebruikt worden. Het is belangrijk om zo snel mogelijk het been weer te gaan gebruiken, omdat dit de kans op dichtgroeien van het spierkapsel kleiner maakt. Extreme inspanning, zoals intensieve sport of het lopen van lange marsen, is gedurende de eerste weken af te raden. Speciale leefregels zijn niet nodig, u voelt zelf aan wat u wel en niet kunt de eerste weken.
|
|
||
| Bron: Nederlandse Vereniging voor Heelkunde |
2009 |
|
|
| 31-12-2009 (JRM) - www.huidziekten.nl |
|
||