|
INLEIDING
Hier vindt u een globaal overzicht bij de gang van zaken bij een Doppler
vaatonderzoek. Het is goed u te realiseren dat de situatie voor iedereen
weer anders kan zijn.
Bij een vaatonderzoek worden de (slag)aders in uw armen en/of benen
onderzocht. Met behulp van geluidsgolven wordt door een vaatlaborante
geluisterd naar de bloedstroom. Vervolgens meet zij de bloeddruk in
beide benen en armen. Afhankelijk van uw conditie doet u ook een
looptest op een lopende band. Tijdens deze test geeft u aan wanneer en
waar u pijn krijgt bij het lopen. Het onderzoek vindt plaats in de
vaatfunctiekamer en duurt ongeveer 30 à 40 minuten.
VOORBEREIDING OP HET ONDERZOEK
Het is van belang om met een goed uitgerust lichaam te starten met het
onderzoek. We vragen u dan ook om tien minuten voor aanvang aanwezig te
zijn, zodat uw lichaam even tot rust kan komen. Tijdens het onderzoek
krijgt u drie bloeddrukbanden om elk been: om uw enkels, kuiten en
bovenbenen en één om elke arm. Om die reden adviseren we u
gemakkelijke zittende kleding aan te doen.
VÓÓR HET ONDERZOEK
Voor het onderzoek doet u uw schoenen, bovenbroek of rok uit. De
vaatlaborante noteert uw lengte en gewicht en vraagt u dan om op de
onderzoeksbank te gaan liggen.
HET ONDERZOEK MET GELUIDSGOLVEN
Het beluisteren van de bloedvaten is niet pijnlijk. Dit gebeurt met een
staafje, zo groot als een balpen, en geleidende gel. De geluidsgolven
die het staafje uitzendt worden door het bloed dat door de slagaders
stroomt, teruggekaatst. Vervolgens vangt het staafje de golven weer op
en dit signaal wordt door het Dopplerapparaat hoor- en zichtbaar
gemaakt. Het geluid dat u hoort is een versterking van dit signaal. Dit
lawaai is normaal. Op een monitor zijn deze golven te zien. Van ieder
onderzocht bloedvat wordt een registratie gemaakt op een strook papier.
TIJDENS HET ONDERZOEK
Om de bloedvaten in de knieholten te kunnen beluisteren is het wenselijk
dat u op uw buik ligt. Dit deel van het onderzoek duurt ongeveer drie
minuten. Na het onderzoek in de knieholten wordt u gevraagd op uw rug te
gaan liggen. De vaatlaborante onderzoekt vervolgens op dezelfde manier
uw liezen en enkels. Dit duurt ongeveer acht à tien minuten.
HET METEN VAN DE BLOEDDRUK
Het tweede deel van het onderzoek bestaat uit het meten van de bloeddruk
van uw enkels, kuiten bovenbenen en armen. Hiervoor krijgt u drie banden
om elk been en een om elke arm, dus acht in totaal. Iedere band wordt
afzonderlijk opgepompt en langzaam ontlucht. De drukmeting in de benen kán
even pijnlijk zijn. U heeft de minste last als u ontspannen gaat liggen.
De vaatlaborante noteert telkens de resultaten van de bloeddrukmeting.
Daarna verwijdert zij de banden en kunt u van de onderzoeksbank
afstappen.
DE LOOPTEST
Om te bepalen hoe snel de pijn bij het lopen optreedt moeten sommige
mensen een looptest doen.
NA HET ONDERZOEK
Na het onderzoek kleedt u zich weer aan. Er wordt naar gestreefd uw
afspraak bij de vaatchirurg zo snel mogelijk te laten plaatsvinden. Uw
arts bespreekt de uitslag van het onderzoek met u.
WACHTTIJD
Soms kan het gebeuren dat u moet wachten door bijvoorbeeld een
spoedgeval of onvoorziene omstandigheden. We vragen hiervoor uw begrip.
|
|
||
| Bron: Nederlandse Vereniging voor Heelkunde |
2007 |
|
|
| 21-10-2007 (JRM) - www.huidziekten.nl |
|
||