open deze tekst als PDF dokument (print versie) terug naar overzicht foldersHEPATITIS B

 

Hepatitis B is een ernstige infectieziekte, die wordt veroorzaakt door het hepatitis B-virus. Dit virus dringt de levercellen binnen en veroorzaakt daar een ontsteking. Afhankelijk van de ernst van de ontsteking treden meer of minder klachten op. Klachten kunnen ook ontbreken.

 

In de volksmond wordt hepatitis wel geelzucht genoemd. Geelzucht is echter een gevolg van een ontstoken lever. Dit komt ook voor bij ontstekingen van de lever, die niet door hepatitis B worden veroorzaakt.

Twee tot zes maanden na besmetting kunnen klachten ontstaan. Slechts één op de drie mensen met hepatitis B heeft klachten. Er kan dan bijvoorbeeld sprake zijn van vermoeidheid, lusteloosheid en koorts. Meestal gaat de ziekte door rust over en verdwijnt het virus. In 5 tot 10% van de gevallen blijft iemand 'drager'. Bij dragers blijft het virus in het lichaam aanwezig. Een klein deel van de 'dragers' houdt een blijvende ontsteking van de lever, die ernstige klachten kan veroorzaken. Tegenwoordig is behandeling van chronische hepatitis B mogelijk.

 
Er bestaat een vaccinatie om te voorkomen dat je hepatitis B krijgt. Een dergelijke vaccinatie is te overwegen voor iemand wiens vaste partner geïnfecteerd is met hepatitis B.

 

 

OVERDRACHT

 

Hepatitis B is zeer besmettelijk. Het virus bevindt zich in bloed. Maar ook in lichaamsvloeistoffen zoals sperma en vaginaal vocht van patiënten en dragers. Bloed is het meest besmettelijk. Je kunt een hepatitis B-infectie op een aantal manieren oplopen. De voornaamste zijn:

  • Seksueel contact waarbij de geslachtsdelen met elkaar in aanraking komen én bij pijpen en likken van de geslachtsdelen. De kans op infectie is groter als er wondjes in het slijmvlies zijn. Bijvoorbeeld als je al een andere soa hebt. Anaal seksueel contact geeft de meeste risico's, omdat de slijmvliezen bij deze vorm van seks gemakkelijk beschadigen. Het risico van infectie is bij seksueel contact groter tijdens de menstruatie.

  • Bloedbloedcontact bij druggebruikers die elkaars spuiten en naalden gebruiken. Maar ook bij medisch personeel dat veel in aanraking komt met bloed en daarbij zelf een verwonding oploopt (bijvoorbeeld prikongelukjes met gebruikte naalden). Ook het gezamenlijk gebruik van scheermesjes kan risico geven.

  • Als een zwangere vrouw hepatitis B in het bloed heeft, is de kans groot dat ze het virus tijdens of vlak na de geboorte aan haar kind doorgeeft.

 

KLACHTEN EN GEVOLGEN

 

Klachten
Wie geïnfecteerd is met het hepatitis B-virus, merk daar meestal weinig of niets van. Slechts één op de drie geïnfecteerden krijgt twee weken tot zes maanden na het moment van infectie klachten. Zoals: vermoeidheid, lusteloosheid, misselijkheid, buikpijn, jeuk. Soms ook gewrichtspijn en koorts. Nadat de klachten zich geopenbaard hebben, kan geelzucht optreden. Het oogwit wordt geel. De huid soms ook. De urine wordt erg donker (als oude thee) en de ontlasting erg licht (als stopverf).
De duur van de klachten is wisselend, van enkele weken tot maanden. Ook als alle klachten zijn verdwenen, kan de vermoeidheid maanden aanhouden.
Als het virus uit het lichaam verdwijnt, herstelt de lever zich van de ontsteking en verdwijnen de klachten. Dat gebeurt bij volwassenen in negen van de tien gevallen. Soms blijft de lever ontstoken en blijven de klachten, vaak met tussenperioden, terugkeren. Dit wordt een chronische hepatitis B genoemd.
In 5-10% van de gevallen blijft het virus nog vele jaren, soms levenslang, in het lichaam aanwezig. Het lichaam maakt dan geen antistoffen die het virus onschadelijk kunnen maken. Iemand die het virus bij zich blijft dragen, noemen we een drager van het hepatitis B-virus. Dragers kunnen zonder lichamelijke klachten, door het leven gaan. Maar ze blijven wel besmettelijk en kunnen het virus dus doorgeven aan anderen.

 

Mogelijke gevolgen bij mannen en vrouwen
Een chronische hepatitis B-infectie kan blijvende gevolgen hebben. Alle hepatitis B dragers lopen risico op een slecht werkende lever, levercirrose (littekens op de lever) en leverkanker. Een enkele keer verwijdert het afweersysteem het virus na jaren alsnog spontaan uit het lichaam.

 

 

ONDERZOEK EN BEHANDELING

 

Onderzoek
Om vast te stellen of je hepatitis B hebt, wordt lichamelijk onderzoek en een bloedonderzoek gedaan. Tijdens de nacontrole wordt nagegaan of het virus nog.

 

Behandeling
Tegen acute hepatitis B bestaan nog geen geneesmiddelen. De ziekte moet vanzelf overgaan. Dat kan maanden duren. Neem zoveel mogelijk rust, dit kan eventuele gevolgen voorkomen. Gebruik geen alcohol en voedingsmiddelen die je slecht verdraagt (zoals vet en koffie). Vermijd medicijngebruik tenzij op voorschrift van de arts.

 
Chronische hepatitis B kan tegenwoordig worden behandeld met een antiviraal middel. Het virus wordt door de medicijnen onderdrukt, waardoor de lever kan genezen. Je moet je hiervoor wel onder behandeling stellen van een internist.

 

 

VOORKOMEN

 

Vrij altijd veilig.
Voorkom contact met bloed van anderen. Denk hierbij ook aan gemeenschappelijk gebruik van tandenborstels en scheerapparaten. Het hepatitis B-virus kan lang buiten het lichaam overleven.
Gebruik bij drugsgebruik schone, niet door anderen gebruikte spuiten, naalden en attributen.
Voorkom in (para)medische functies zoveel mogelijk prikaccidenten. Plaats daarom na gebruik nooit de naald terug in het hoesje. Gooi de naald en spuit in een hiertoe bestemde container.

 
Er bestaat een vaccinatie om hepatitis B te voorkomen. Vaccinatie kan bij de huisarts of bij de plaatselijke GGD. Het vaccin is goed en veilig en beschermt in ongeveer 95% van de gevallen. Aan vaccinatie zijn kosten verbonden. De vaccinatie bestaat standaard uit drie injecties.

 
Ook is het mogelijk om antistof toe te dienen tegen hepatitis B, na blootstelling aan het virus. Dit is alleen zinvol binnen 48 uur na een mogelijke infectie, zoals een prikongeluk of het knappen van een condoom.

 
Baby's van moeders met hepatitis B krijgen direct na de geboorte antistoffen toegediend. Vervolgens krijgen ze tegelijk met de dktp-prik een volledige inenting tegen hepatitis B.
Als bekend is dat de vader drager is van het hepatitis B-virus, wordt voor de baby eveneens een volledige vaccinatie aangeraden. Toedienen van antistoffen na de geboorte is dan niet nodig.

 

 

SEXUELE PARTNERS

 

Iemand die het hepatitis B-virus bij zich draagt, kan dit doorgeven aan de seksuele partner(s). Als de vaste seksuele partner(s) nog niet is (zijn) geïnfecteerd, wordt (worden) deze dringend aangeraden zich te laten vaccineren. De vaccinatie wordt voor partners, gezinsleden en huisgenoten door het ziekenfonds vergoed.
Een half jaar na mogelijke blootstelling aan hepatitis B kan pas definitief worden vastgesteld of infectie heeft plaatsgevonden. Gedurende dit half jaar is het beter altijd een condoom te gebruiken, ook bij het pijpen en bij beffen een beflapje of een opengeknipt condoom. Normaal sociaal contact, zoals een hand geven, brengt geen risico met zich mee. Zoenen is ook veilig, tenzij een van de partners een wondje in of rond de mond heeft of een koortslip.

 
De arts of sociaal verpleegkundige kan aangeven of seksuele partner(s) van het laatste half jaar moet worden gewaarschuwd.

  

 

 

 

Bron: Stichting SOA bestrijding Nederland

2005

 
 
31-12-2005 (JRM) -  www.huidziekten.nl