|
HIV
INFECTIE
HIV
(Human Immunodeficiency Virus) is het virus dat aids veroorzaakt. Dit virus tast het afweersysteem aan.
Daardoor kan je lichaam zich steeds minder goed verweren tegen allerlei ziektes.
Een hiv-infectie is een ernstige soa.
Een bloedtest kan aantonen of je een hiv-infectie hebt. Er wordt dan gekeken of
er antistoffen tegen hiv in je bloed zitten. Het lichaam maakt deze antistoffen
binnen drie maanden nadat je het virus hebt opgelopen. Een test kan daarom pas
drie maanden na onveilig seksueel contact zekerheid geven over de vraag of je
hiv hebt.
Iemand die geïnfecteerd is met hiv, wordt seropositief genoemd. Het is niet aan
iemand te zien dat hij/zij een hiv-infectie heeft. Als je seropositief bent,
hoef je niet ziek te zijn. Het kan wel tien jaar duren voordat je ernstige
klachten krijgt. Als je met hiv bent geïnfecteerd kan je het virus wel
doorgeven aan anderen. Pas als het afweersysteem door het virus is aangetast en
zich bepaalde verschijnselen voordoen, kan een arts vaststellen dat je aids
hebt.
De
laatste jaren is de behandeling van de hiv-infectie en aids verbeterd. Sinds
1996 zijn er combinatietherapieën. Deze remmen de vermenigvuldiging van het
virus in het lichaam. Als de therapie goed werkt, hebben seropositieve mensen
lange tijd nauwelijks klachten. De medicijnen hebben soms vervelende
bijwerkingen. Het vergt ook veel discipline om de combinatietherapie vol te
houden. Omdat de combinatietherapie pas sinds 1996 bestaat weten we nog niets
over lange termijn effecten. De medicijnen tegen hiv slaan niet bij iedereen
aan.
Meer informatie over de behandeling van hiv en aids is te vinden op aidsfonds.nl
en op hivnet
OVERDRACHT
Hiv
wordt onder andere overgedragen via onveilig seksueel contact. Gebruik daarom
een condoom. Ook bij pijpen is er een risico op hiv-infectie als er sperma in de
mond komt. Daarom is het verstandig om ook bij pijpen een condoom te gebruiken.
Hiv kan ook via bloedbloedcontact worden overge-dragen. Daarom is beffen tijdens
de menstruatie niet zonder risico. Gebruik bij het beffen een beflapje of een
opengeknipt condoom.
Hiv
bevindt zich in bloed, sperma en moedermelk. Een hiv-infectie kan op de volgende
manieren worden opgelopen:
-
Via
onveilig seksueel contact.
Bijvoorbeeld (anale) seks zonder condoom. Ook pijpen en beffen zonder
condoom of beflapje levert risico. De kans op infectie is groter als er
beschadigingen zijn, bijvoorbeeld als gevolg van een andere soa. Via wondjes
kan hiv dan sneller in het bloed komen. Anale seks levert het meeste risico
op, omdat bij deze vorm van seks gemakkelijk beschadigingen ontstaan. Het
risico van infectie via seks is groter tijdens de menstruatie.
-
Via
bloedbloedcontact
Bloedbloedcontact bij druggebruikers die elkaars spuiten en naalden
gebruiken. Maar ook medisch personeel dat veel in aanraking komt met bloed
en daarbij zelf een verwonding oploopt (bijvoorbeeld prikongelukjes met
gebruikte naalden) loopt risico. De kans om hiv te krijgen via
bloedtransfusie is in Nederland vrijwel uitgesloten. Sinds 1985 wordt alle
donorbloed gecontroleerd. Besmet bloed wordt niet gebruikt. Dat geldt ook
voor de meeste andere Europese landen en voor de Verenigde Staten. In veel
andere landen wordt bloed niet altijd gecontroleerd. Daar bestaat wel risico
een hiv-infectie op te lopen tijdens een bloedtransfusie.
-
Tijdens
de geboorte
Een seropositieve moeder kan hiv overdragen op haar kind tijdens de
zwangerschap of de bevalling. Ook na de bevalling is er een risico door het
geven van borstvoeding.
KLACHTEN
EN GEVOLGEN
Wie een hiv-infectie oploopt is niet altijd gelijk ziek. Het kan soms tien jaar
duren voordat er aids ontstaat. Voordat iemand echt ziek wordt, kunnen er al
klachten zijn. De eerste verschijnselen kunnen zijn: opgezette klieren, koorts,
diarree, menstruatiestoornissen, vermoeidheid, nachtzweten en fors
gewichtsverlies. Doordat het virus het afweersysteem aantast, is een hiv-geïnfecteerde
bevattelijk voor allerlei infecties en ziekten.
Vrijwel iedereen die seropositief is, krijgt op den duur aids. Aids is een
ongeneeslijke ziekte. Het moment waarop je aids krijgt, verschilt per persoon.
Naarmate het afweersysteem slechter wordt en het virus in het bloed meer wordt,
neemt de kans op aids toe. Aids kan gepaard gaan met ontstekingen.
|