|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Een verhoogde stollingsneiging (hypercoagulabiliteit) kan oorzaak zijn van of bijdragen aan het ontstaan van ulcera, hetzij indirect, waarbij het ulcus ontstaat als laat gevolg van trombose (post-trombotisch syndroom), hetzij direct door thrombusvorming in kleinere arteriën, arteriolen, capillairen en venulen [1,2]. De laatste jaren is een groeiend aantal erfelijke of verkregen stollingsafwijkingen die predisponeren tot trombose ontdekt, zoals het antifosfolipiden syndroom [3], deficiëntie van antithrombine III [4], proteïne C of proteïne S [5,6], of abnormale stollings factoren (Factor V Leiden, Factor II mutant) [7-11].
Indeling stollingsafwijkingen:
- Factor V- Leiden - antifosfolipiden syndroom (lupus anticoagulans, anticardiolipine) - gestoorde fibrinolyse - factor XIII deficiëntie (o.a. bij colitis ulcerosa) - antitrombine III deficiëntie, proteïne C- of S-deficiëntie - coumarine necrose (Marcoumar necrose) - (secundair geinfecteerd) hematoom - purpura fulminans, diffuse intravasale stolling - hematomen (traumatisch, doorschieten antistolling)
Factor V- Leiden ( 506R - 506Q ) Bij geringe beschadigingen van de vaatwand (bijvoorbeeld zoals die bij een vasculitis optreden) wordt de bloedstolling geïnitieerd, protrombine wordt omgezet in trombine, trombine activeert factor V en VII, en daarna komt de zich zelf amplificerende stollingscascade op gang. Dit proces wordt geremd en gereguleerd door antitrombine III maar op lokaal niveau ook door trombomoduline, dat aanwezig is op het oppervlak van endotheelcellen en trombine bindt. Het trombine-trombomoduline complex activeert proteïne C. En geactiveerd proteïne C (APC) en proteïne S inactiveren vervolgens weer factor Va en VIIa door deze op specifieke plaatsen te knippen. Op een van deze knipplaatsen op factor V is een puntmutatie bekend waardoor een afwijkende factor V circuleert (Factor V-Leiden) die resistent is tegen APC. Een heterozygote factor V-Leiden verhoogt de kans op trombose 5 tot 10 maal. De factor V-mutatie komt in Europa zo'n 10 tot 15 maal vaker voor dan proteïne C- of proteïne S-deficiëntie, en wordt verhoogd aangetroffen in de populatie patiënten met doorgemaakte trombose voor het 40e levensjaar, en patiënten met chronische veneuze insufficiëntie [7-11].
Antifosfolipiden syndroom Het antifosfolipiden syndroom is zeldzaam. Het wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van een heterogene groep circulerende antistoffen gericht tegen fosfolipiden [3,12-17]. De aanwezigheid van antifosfolipiden is geassocieerd met veneuze en/of arteriële trombose, trombocytopenie, en habituele abortus. Daarnaast kunnen vele huidafwijkingen optreden die allemaal zijn terug te voeren op vaatocclusie, zoals ulcera, livedo reticularis, acrocyanose, Raynaud, capillaritis en tromboflebitis [3]. De belangrijkste twee antifosfolipiden zijn het lupus anticoagulans (LA) en de anticardiolipine antistoffen (ACA). ACA's zijn verantwoordelijk voor de valspositieve VDRL bij patiënten met systeemziekten zoals bijvoorbeeld SLE. Dat komt omdat het antigeen mengsel van de VDRL test bestaat uit cardiolipine, fosfatidylchloride, en cholesterol. Bij aanwezigheid van het lupus anticoagulans is de PTT (protrombine tijd) en de APTT (activated partial tromboplastin time) vaak verlengd, vandaar de verwarrende naam anticoagulans, maar er is een verhoogde kans op trombose. Zestig procent van de patiënten met LA heeft SLE. Antifosfolipiden kunnen zonder betekenis gevonden worden bij gezonde mensen, maar inmiddels is er een groot aantal onderliggende aandoeningen bekend waarbij antifosfolipiden circuleren: immuunziekten (SLE, auto-immune trombocytic purpura en hemolytische anemie, RA, Sjögren syndroom, giant cell arteritis, dermatomyositis, m. Behçet, polyarteritis nodosa), maligniteiten waaronder lymfomen, hematologische ziekten (myelofibrosis, ziekte van von Willebrand, paraproteinemie), infectieziekten (lues, lepra, tuberculose, mycoplasma, borreliose, HIV, endocarditis, hepatitis e.a. virusinfecties), neurologische aandoeningen (Sneddon syndroom, myasthenia gravis, multiple sclerose), en bij een aantal geneesmiddelen [3,13]. De behandeling van het antifosfolipiden syndroom bestaat uit conventionele antistolling therapie. Uiteraard alleen indien er klinische verschijnselen zijn die dit rechtvaardigen, zoals trombose. Daarnaast moet er onderzoek worden verricht naar onderliggende aandoeningen.
Combinaties van vasculitis en stollingsafwijklingen Deze combinatie, bijvoorbeeld het tegelijkertijd voorkomen van vasculitis en lupus coagulans of vasculitis en factor V-Leiden, is waarschijnlijk ondergerapporteerd in de literatuur [18-20]. De twee zeldzame entiteiten samen predisponeren voor het krijgen van ernstige necrotische ulcera. Vasculitis beschadigt de vaatwand, maar dat veroorzaakt niet bij alle patiënten ook automatisch ulceratie [21,22]. Maar indien tegelijkertijd een verhoogde stollingsneiging bestaat, kan uitgebreide micro- en macro-vasculaire thrombusvorming optreden [23].
Referenties
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Vasculitis en Factor V Leiden
Multipele ulcera met zwarte necrose, en een livide (paarsblauwe) rand. De diagnose werd gesteld op grond van het klinisch beeld en de histologie (leuko- cytoclastische vasculitis).
Tevens heeft deze patient een verhoogde stollingsneiging t.g.v. Factor V Leiden. Dit draagt bij aan de ernst van de ulceraties. Combinaties van vasculitis en hyper- coagulabiliteit zijn zeldzaam, maar kunnen leiden tot dit soort uitgebreide ulceraties. |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Vasculitis en Factor V Leiden |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vasculitis en Factor V Leiden | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vasculitis en Factor V Leiden | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vasculitis en Factor V Leiden | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Lupus anticoagulans | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Lupus anticoagulans |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Hematoom, traumatisch (links)
Hematoom bij door- geschoten antistolling (rechts)
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Coumarine necrose (links) |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
28-12-2008 (JRM) - www.huidziekten.nl