ACRODERMATITIS CONTINUA SUPPURATIVA (HALLOPEAU) home ICD10: L40.2

Acrodermatitis continua van Hallopeau is een zeldzame chronische en progressieve dermatose gekenmerkt door steriele pustels en atrofie aan de acra. Begint met enkele kleine pustels aan de top van 1-2 vingers of tenen, later confluerend. Na doorbraak v.d. pustels resteert een rode, glanzende, atrofische huid met daarin nieuwe pustels, of gebieden met crustae, hyperkeratose en fissuren. Veroorzaakt nageldestructie, soms leidend tot anonychia, en atrofie van de distale phalanx (X-hand: atrofie distale phalanx, soms arthropathie DIP-gewrichten). Deze atrofie maakt de differentiële diagnose met psoriasis pustulosa palmoplantaris, acrovesiculeus eczeem, en contacteczema met secundaire infectie mogelijk. Kan jaren acraal gelokaliseerd blijven maar ook uitbreiden naar proximaal (hand, strekzijde onderarm, voet). Soms laesies op rest van het lichaam, niet te onderscheiden van psoriasis pustulosa von Zumbusch, met koorts, leukocytose, malaise, verhoogde BSE. Wordt mede daarom door sommigen beschouwd als een variant van psoriasis.

Acrodermatitis continua van Hallopeau Acrodermatitis continua van Hallopeau Acrodermatitis continua van Hallopeau
acrodermatitis continua acrodermatitis continua acrodermatitis continua

Acrodermatitis continua van Hallopeau Acrodermatitis continua van Hallopeau Acrodermatitis continua van Hallopeau
acrodermatitis continua acrodermatitis continua acrodermatitis continua

Acrodermatitis continua van Hallopeau Acrodermatitis continua van Hallopeau Acrodermatitis continua van Hallopeau
acrodermatitis continua Hallopeau (PA) Hallopeau (PA)


DD: psoriasis, pustulosis palmoplantaris, acrovesiculeus eczeem, en contacteczema met secundaire infectie, Candida, tinea unguium, herpes, Hand-Foot-Mouth disease, acrodermatitis enteropathica, plaveiselcelcarcinoom.Zie ook onder nagelafwijkingen.

Therapie:
Therapieresistent, recidiveert na staken van therapie.
R/ corticosteroïden graad III-IV, onder occlusie (cave verergering van de atrofie).
R/ Dovobet zalf 2 dd.
R/ cignoline (ditranol 0.05-3% crème of zalf FNA): 15-30 min short-contact, eventueel in combinatie met lokale steroiden. De meest gebruikelijke concentraties zijn 0.1- 0.3 (of 0.25) - 0.5 en 1%; stapsgewijs verhogen.
R/ teerzalf, bijvoorbeeld pix liquida 10% in zinkzalf FNA, of koolteer oplossing (LCD) 20% in vaselinelanettecrème FNA, of koolteer oplossing (LCD) 20% in lanettezalf FNA.
R/ PUVA therapie, topicale PUVA (werkt ook als onderhoudsbehandeling), re-PUVA.
R/ UVB lokaal met handen / voeten paneel.
R/ Neotigason (acitretine) 50 mg (25-75 mg) per dag.
R/ tetracycline 3 dd 250 mg (beïnvloeding leukocyten motiliteit), eventueel + klasse III lokaal steroid..
R/ methotrexaat, ciclosporine 3-5 mg/kg, prednison 40-60 mg, kortdurend (gevaar voor rebound), fumaarzuur.
R/ Lampren (clofazimine) 200-300 mg dd, Dapson 50-150 mg dd, colchicine 2-3 dd 0.5 mg.
R/ Biologicals (adalimumab, etanercept, infliximab, ustekinumab).
R/ plastic handschoenen of afgeknipte vingers daarvan voor occlusie, katoenen verbandhandschoenen, vingerverband.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

08-09-2012 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter