|
ACROKERATOSIS PARANEOPLASTICA (Bazex syndroom) |
codes 0701.1008 / L85.84 |
Zeldzame paraneoplastische dermatose, gekenmerkt door rood-paarse psoriatiforme plaques met scherpe begrenzing en een karakteristiek symmetrische acrale distributie op de handpalmen en/of voetzolen, neus of helix van het oor. Vaak nagelafwijkingen (vroeg symptoom, in 75%; subunguale hyperkeratose, onycholyse, longitudinale strepen, gele verkleuring). Soms violette verkleuring en bulbaire vergroting van de distale phalangen. Andere symptomen kunnen zijn jeuk, ontstoken nagelriemen, vesikels en bullae, hyper- en hypopigmentie. Komt vaker voor bij mannen, gemiddelde leeftijd is rond de 60 jaar.
|
acrokeratosis paraneoplastica |
acrokeratosis paraneoplastica |
acrokeratosis paraneoplastica |
acrokeratosis paraneoplastica |
|
Bazex |
Bazex |
Geassocieerd met maligniteiten, meestal plaveiselcelcarcinoom of adenocarcinoom gelokaliseerd in de nasopharynx of tractus digestivus. Ontstaat meestal (67%) voor, soms (15%) nadat de onderliggende maligniteit ontdekt wordt. Er kan een interval van een jaar zitten tussen de eerste huidafwijkingen en de eerste tumormanifestatie. De diagnose is pas definitief indien na verwijdering van de tumor (indien mogelijk) de lesies verdwijnen. Het fenomeen is in de vorm van case-reports beschreven bij meerdere typen tumoren (plaveiselcelcarcinomen, adenocarcinoom maag, oesofagus, colon en uterus, hepatocarcinoom, blaascarcinoom, prostaatcarcinoom, kleincellig longcarcinoom, Hodgkin lymfoom, multiple myeloma, thymoom. DD: palmoplantaire hyperkeratose nno, congenitale en verworven keratosis palmoplantaris, psoriasis, eczema tyloticum, tripe hands, keratoderma blenorrhagica, pemphigus vegetans, mycose.
PA: Histologie is meestal niet specifiek; men ziet overwegend hyperkeratose, foci van parakeratose, acanthose, geïsoleerde necrose van keratinocyten en een perivasculair lymfohistiocytair ontstekingsinfiltraat. De diagnose is pas definitief indien na verwijdering van de tumor (indien mogelijk) de lesies verdwijnen.
Indeling in stadia volgens Bazex:
|
Stadium 1 |
Erytheem en psoriatiforme schilfering vingers en tenen, oren of neus, en nagelafwijkingen zoals subunguale hyperkeratose, onychodystrofie, longitudinale banden of verkleuringen, en onycholysis |
|
Stadium 2 |
Handpalmen en voetzolen vaak aangedaan, tevens lesies op wangen en neuspunt. In deze fase wordt meestal ook de onderliggende maligniteit manifest. |
|
Stadium 3 |
Uitbreiding naar onderbenen, knieen, bovenbeen, armen, romp en behaarde hoofd |
De diagnose wordt gesteld op het klinisch beeld, de PA is niet specifiek. Screenend onderzoek naar maligniteiten is geïndiceerd.
Diagnostiek
onderliggende malignitieiten:
1) Gedetailleerde anamnese en lichamelijk onderzoek. Basaal onderzoek: een
compleet KNO-onderzoek, X-thorax, totaal bloedbeeld, bezinking, biochemisch
profiel (waaronder ijzer onderzoek), tumor markers, en een test voor occult
bloed in de ontlasting.
2) Als het KNO onderzoek en de X-thorax onduidelijkheid geven, moet een
endoscopisch onderzoek van het bovenste deel van het maag darmkanaal volgen. Bij
anemie of occult bloed in de ontlasting zou een coloscopie moeten volgen.
3) Afhankelijk van de anamnese en het lichamelijk onderzoek moet er een thorax-,
abdomen- of pelvis scan gemaakt worden.
4) Als de klinische verdenking erg hoog is en we geen enkel neoplasma vinden
moet de patiënt elke 3 maanden gescreened worden dmv. anamnese, lichamelijk
onderzoek, KNO onderzoek en basale laboratorium testen.
.
Therapie:
Behandeling primaire tumor. NB: Recidief huidlesies wijst op een recidief tumor. Symptomatische behandeling:
R/ topicale corticosteroïden, eventueel met salicylzuur 5-10%. Systemische corticosteroïden.
R/ Neotigason (acitretine).
R/ Daivonex crème.
R/ PUVA therapie.
Referenties
|
1. |
Bazex A, Griffith A. Acrokeratosis paraneoplastica - a new cutaneous marker of malignancy. Br J Dermatol 1980;103:301-306. |
|
2. |
Rao R, Shenoi SD. Acrokeratosis paraneoplastica (Bazex syndrome): an atypical presentation. Dermatol Online J. 2004;15:21. |
|
3. |
Chave TA, Bamford WM, Harman KE. Acrokeratosis paraneoplastica associated with recurrent metastatic thymic carcinoma. Clin Exp Dermatol 2004;29:430-432. |
|
4. |
Hsu YS, Lien GS, Lai HH, Cheng YS, Hu CH, Hseih MC, Fang CL, Pan S. Acrokeratosis paraneoplastica (Bazex syndrome) with adenocarcinoma of the colon: report of a case and review of the literature. J Gastroenterol 2000;35:460-464. |
|
5. |
Strobel
ES, Bouveret C, Kohl PK. Acrokeratosis paraneoplastica of Bazex as an
indicator for underlying squamous cell carcinoma of the lung. |
|
6. |
Arregui MA, Raton JA, Landa N, Izu R, Eizaquirre X, Diaz-Perez JL. Bazex's syndrome (acrokeratosis paraneoplastica) - first case report of association with a bladder carcinoma. Clin Exp Dermatol 1993;18:445-448. |
|
7. |
Stone SP, Buescher LS Life-threatening paraneoplastic cutaneous syndromes. Clin Dermatol 2005; 23: 301-306 |
|
8. |
Valdivielso M, Longo I, Suarez R, Huerta M, Lazaro P Acrokeratosis paraneoplastica (Bazex syndrome). J Eur Acad Dermatol Venereol 2005; 19: 340-344 |
|
9. |
Khachemoune A, Yalamanchili R, Rodriguez C. Bazex syndrome (paraneoplastic acrokeratosis). Cutis 2004; 74: 289-292 |
01-04-2006 (JRM/ACS) - www.huidziekten.nl