ALOPECIA (KAALHEID, HAARUITVAL, EFFLUVIUM OF DEFLUVIUM CAPILLORUM, CALVITIES) home ICD10: L56.9

Haaruitval (defluvium capillorum, effluvium capillorum, calvities) is het proces van het verliezen van haren, en kaalheid (alopecia) kan het eindresultaat daarvan zijn. Er zijn talloze oorzaken van haaruitval en kaalheid. De meest voorkomende zijn alopecia androgenetica en diffuus haaruitval (telogeen effluvium) na een doorgemaakte ziekte of zwangerschap. Ook alopecia areata en scarring alopecia (cicatriciële alopecia) komen vrij veel voor. Haren kunnen ook zonder duidelijke oorzaak meer uitvallen dan normaal zonder dat er sprake is van een ziekte. Er ontstaan dan geen kale plekken, hooguit een wat dunnere haarbos. Dit is fysiologisch bij het ouder worden, en kan al vanaf de puberteit beginnen, zowel bij vrouwen als bij mannen. Haaruitval kan worden onderverdeeld in 3 groepen: diffuse haaruitval zonder littekenvorming, diffuse haaruitval met littekenvorming, en pleksgewijze haaruitval zonder littekenvorming.

Telogeen effluvium Folliculitis decalvans Alopecia areata
diffuus diffuus scarring pleksgewijs


Differentiële diagnose van haaruitval:
DD diffuse haaruitval zonder littekenvorming/atrofie: (zie telogeen effluvium)
- fysiologisch (leeftijd, normale hormonale veranderingen, genetisch bepaald)
- hormonale stoornis, na staken OAC
- alopecia androgenetica
- ernstige ziekten
- na hoge koorts
- na fysieke en emotionele stress
- na zwangerschap
- na chirurgie
- bij extreme diëten en ondervoeding / malnutritie syndromen
- bij bepaalde tumoren (alopecia neoplastica)
- geneesmiddelen (indomethacine, heparine, vitamine A, coumarines, nitrofurantoine
  (zie haaruitval door geneesmiddelen).
- intoxicatie (alopecia chemica), chemotherapie
- secundaire syphilis
- hypothyreoïdie
- traumatisch / trichotillomanie
DD diffuse haaruitval met littekenvorming: (zie cicatriciële alopecia)
- mycosen (favus, kerion)
- pseudopelade van Brocq
- folliculitis decalvans
- pityriasis capitis
- CDLE
- morphea
- lichen planus
- herpes zoster
- varicella
DD pleksgewijze haaruitval zonder littekenvorming/atrofie:
- alopecia areata
- marginale alopecia areata: ophiasis
- androgenetische alopecia: is frontotemporaal
- traumatisch, tractie alopecia
- trichotillomanie
- secundaire syphilis (moth-eaten alopecia)
- na hematoom, na röntgen epilatie
- seborrhoische alopecia (bij seborroisch eczeem van de hoofdhuid = pityriasis capitis)
- sikkelcelanemie (tast haargrens-gebieden aan, een 'kapje' blijft over)
- pityriasis capitis


Beleid:
Onderliggende oorzaak opsporen en indien mogelijk behandelen. Beschadigende haarbehandelingen voorkomen.

Zie ook: Gezond en Ziek haar van mw. J.D.G. Peereboom-Wynia (PDF).


patientenfolder


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

10-05-2015 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter