|
ALOPECIA ANDROGENETICA (alopecia typus masculinus, alopecia praematura) |
codes 0704.0948 / L64.9 |
Alopecia androgenetica (mannelijk type kaalheid) begint bij mannen vooral op de kruin en aan de
geheimratsecken. Bij vrouwen met alopecia androgenetica is
vooral craniaal de haardichtheid verminderd, terwijl de voorste
haargrens intact blijft. Vrouwen worden meestal niet, zoals mannen,
geheel kaal, maar de resterende haren hebben een dunnere structuur, zijn minder
stevig en breken daardoor eerder af. De hoofdhuid bij patiënten met alopecia
androgenetica ziet er geheel normaal uit.

Alopecia androgenetica ontstaat doordat haren involueren door binding van androgenen zoals testosteron en dihydrotestosteron (DHT) aan de androgeen-receptor in de haarfollikel. In de haarfollikel bevindt zich het enzym 5-a-reductase, dat testosteron omzet in DHT, dat een 10 tot 50 maal krachtigere androgene werking heeft. Er zijn twee typen 5a-reductase (type I en II). Op het craniale gedeelte van de hoofdhuid bevindt zich vooral type I en in de baardstreek bevindt zich vooral type II. De verhouding tussen de verschillende typen 5-a-reductase bepaalt of de haargroei geremd (craniale hoofdhuid) of juist gestimuleerd wordt (baardstreek). Dihydrotestosteron wordt op zijn beurt weer afgebroken door het enzym aromatase. De individuele verschillen in ernst en progressie van alopecia androgenetica worden o.a. verklaard door individuele verschillen in gehaltes aan 5-a-reductase, aromatase en de androgeen-receptor. Naast genetische predispositie hebben ook hormonale factoren invloed op het verloop van het proces.
Om andere oorzaken van haaruitval uit te sluiten kan eventueel aanvullend onderzoek verricht worden. Door middel van haarwortelonderzoek kan men onderzoeken of de verhouding tussen telogene (uitvallende) en anagene (groeiende) haren verstoord is. Bij alopecia androgenetica is craniaal het aantal telogene haarwortels verhoogd ten opzichte van de anagene haarwortels. Soms kan een biopt noodzakelijk zijn om de diagnose te bevestigen. Met name bij snel progressieve alopecia androgenetica bij vrouwen zal een onderliggende hormonale stoornis moeten worden uitgesloten.
Lab onderzoek naar hormonale afwijkingen bij vrouwen (alleen geïndiceerd bij tekenen van hyperandrogenisme, zoals hirsutisme, stemverlaging, onregelmatige menses, infertiliteit, clitorishypertrofie): vrij testosteron (als maat voor ovarium androgeenproductie), DHEAS (als maat voor bijnierandrogeenproductie) en dihydrotestosteron (als maat voor perifere androgeenproductie). 1 maand geen OAC gebruiken, prikken 's ochtends, nuchter, op dag 1-7 van de volgende cyclus.
Therapie:
Bij mannen:
R/ Propecia (finasteride) 1 mg per dag. Progressie wordt vrijwel altijd gestopt, enige toename beharing bij 1/3 van de mannen. Lange termijneffecten nog onbekend. Finasteride remt het enzym 5-a-reductase, waardoor de productie van DHT wordt verminderd en hiermee het proces van haaruitval wordt geremd. Ondanks het feit dat men interfereert in de hormoonhuishouding, zijn bijwerkingen zoals libidoverlies en impotentie, nagenoeg te verwaarlozen. Wordt niet vergoed.
R/ minoxidil 5% lotion (Fagron) of 2% lotion (Regaine, Alopexy, Fagron) 2 dd. Enig effect. NB: Minoxidil wordt niet vergoed.
R/
minoxidil 5%, propyleenglycol 10%, aqua dest 20%, alcohol 96% ad 20 ml, 2 dd. ![]()
Chirurgische correctie met tissue-expansie, haartransplantatie, hair-weaving.
Bij vrouwen: weinig therapeutisch opties beschikbaar
Bij
ontbreken tekenen van hyperandrogenisme:
R/ Minoxidil 5% lotion 1dd of 2% 2dd: als enige middel significante verbetering.
Zelden relevant
Bij
aanwezigheid van tekenen van hyperandrogenisme:
R/ Diane-35
R/ Diane-35 gecombineerd met Androcur (cyproteronacetaat), eerste 15 dagen 50-100 mg dd. Cyproteronacetaat blokkeeert de androgeen-receptor.
R/ spironolacton 2 dd 50-100 mg, veel drinken.
Deze behandelingen werken niet (of nog minder dan minoxidil) als er geen sprake
van hyperandrogenisme is. Finasteride is bewezen niet werkzaam bij vrouwen en
bovendien teratogeen.
Haarprothese
Vooral bij uitgebreide alopecia is een haarprothese (pruik, toupet, hair-weaving)
een optie. Eventueel kan de
voorzijde van een haarprothese gecamoufleerd worden door middel van een
haartransplantatie.
Chirurgische mogelijkheden
Haartransplantatie is tot op heden de enige mogelijkheid om bij een verminderde
beharing of een kale huid blijvend haargroei te ontwikkelen. De
getransplanteerde haren vallen niet uit omdat de getransplanteerde
haarfollikel zich net zo gedraagt als op de plaats van herkomst (meestal
occipitaal). Zelfs in de meest gevorderde stadia van gewone mannelijke kaalheid
blijft op deze plaats een hoefijzervormige rand van haar bestaan, welke
ongevoelig is voor dihydrotestosteron. Haarfollikels die van deze behaarde rand
naar een kale plek op het hoofd van dezelfde patiënt zijn verplaatst, zullen
nieuwe haren ontwikkelen. Behalve alopecia androgenetica kunnen ook andere
blijvende vormen van kaalheid door middel van haartransplantatie worden
verholpen.
Men dient realistisch te zijn omtrent het resultaat. Men kan met
haartransplantatie nooit zo'n volle dos als vroeger bereiken. Indien het
dunbehaarde of kale gebied te groot is, zal men een keuze moeten maken van het
gebied dat men wenst te behandelen. Een andere chirurgische methode is een
scalpreductie al dan niet met tissue-expanding. Het nadeel hiervan is echter het
litteken. Het litteken kan later wijken, waardoor men weer genoodzaakt is
hiervoor een oplossing te vinden.

Injectie met gekweekte haarfollikels
Bij deze nieuwe methode wordt gebruik gemaakt van geplukte haren, waar nog levende haarfollikelcellen aan gehecht zijn. Ook wordt er bloed afgenomen, waaruit cellen en cytokines gehaald worden die noodzakelijk zijn voor het kweken van de haarfollikelcellen in het laboratorium. Wanneer er genoeg haarfollikelcellen gekweekt zijn, wordt de celsuspensie door middel van een minuscule naald weer in de huid gebracht. Hierdoor is deze behandeling veel patiëntvriendelijker dan een haartransplantatie. Een ander groot voordeel is het behoud van het donorgebied, waardoor het mogelijk wordt grote kale gebieden naar tevredenheid te behandelen. Deze methode is in ontwikkeling o.a. bij het Annadal Medisch Centrum Maastricht.
Volgens de nieuwste inzichten bevat de haarfollikel een gebied met stamcellen waaruit vorming van nieuwe haarfollikels en ook regeneratie van epidermis kan optreden. Dit gebied bevindt zich in de bulge, ter hoogte van de aanhechting van de m. arrector pili (zie anatomie van de haarfollikel). Als deze hypothese klopt heeft dat consequenties voor de methode van kweek-haartransplantatie, maar ook voor laser-epilatie en wondgenezing.

23-06-2007 (MPA/JRM) - www.huidziekten.nl