|
ANGIOMA SERPIGINOSUM (naevus vasculosus tardus) |
codes 0709.1002 / L81.73 |
Zeldzame capillaire naevus bestaande uit teleangiëctasieën die meestal ontstaan na de kinderleeftijd. Werd voor het eerst beschreven in 1890 door Jonathan Hutchinson als een "very peculiar condition of serpiginous or infective nevus". In 1894 introduceerde Radcliffe-Crocker de huidige naamgeving. Angioma serpiginosum kan bij de geboorte aanwezig zijn, maar wordt meestal pas bij het kleine kind (circa 11-12 jarige leeftijd) opgemerkt.
Klinisch beeld:
Klinisch betreft het een zeldzame, cutane, vasculaire anomalie, bestaande
uit superficiële capillairen, gerangschikt in clusters, lineair of volgens een
serpigineus patroon. Het zijn rood-livide, gegroepeerde teleangiëctasieën en
punctata tot 1 mm in doorsnede. Dermatoscopisch zijn er rode lagunes zichtbaar.
Bij diascopie zijn de laesies veelal gedeeltelijk comprimeerbaar. Er zijn geen
tekenen van inflammatie, bloeding of hemosiderine depositie. De laesies breiden
in de loop van de jaren uit met satellieten (vandaar de naam 'serpiginosum', wat
zich langzaam over een oppervlak verplaatsend, betekent). De afwijking is
asymptomatisch en onschuldig. Angioma serpiginosum komt zelden familiair voor
(autosomaal dominante overerving). Dit is bij 2 families beschreven. Het komt
vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, verhouding 9 : 1. In tachtig procent van
de gevallen ontstaat angioma serpiginosum vóór het 20e levensjaar en soms kan
het al bij de geboorte aanwezig zijn. De lokalisatie is meestal (70 %)
unilateraal, ter plaatse van de onderste extremiteiten en de nates, maar kan
overal voorkomen (exclusief handpalmen en mucosae).
|
angioma serpiginosum |
||
Pathofysiologie:
Pathofysiologisch betreft het een congenitale hyperplasie of verwijding van
capillairen in de papillaire dermis.
Histologie:
- Epidermis: toont een normaal aspect.
- Dermale papillen en subpapillair: gedilateerde capillairen met een verdikte
wand. Geen inflammatie, bloeding of hemosiderine deposities.
Aanvullende diagnostiek:
Aanvullende diagnostiek is niet nodig, tenzij het klinische beeld atypisch
is. Dan kan een biopt of een echo uitkomst bieden.
DD:
capillaire malformatie (o.a. naevus flammeus), progressieve gepigmenteerde purpura (o.a. M. Schamberg),
ziekte van Osler-Rendu-Weber, angiokeratoma circumscriptum, ziekte van Fabry, naevus oligemicus,
gegeneraliseerde progressieve essentiële teleangiëctasieën, (hemato)lymfangioma
circumscriptum.
Therapie:
In overleg met de patiënt kan een expectatief beleid volstaan.
Behandeling
met een vaatlaser (pulsed dye laser) is zinvol en leidt veelal tot een zeer
fraai cosmetisch resultaat.
Prognose:
Angioma serpiginosum kenmerkt zich door een langzaam progressief beloop. Het
is onwaarschijnlijk dat de afwijking spontaan verdwijnt. Er is geen associatie
met systemische aandoeningen.
Referenties
|
1. |
Marriott PJ, Munro DD, Ryan T. Angioma serpiginosum: familial incidence. Br J Dermatol 1975;93:701-706. |
|
2. |
Madan V, August PJ, Ferguson JE. Pulsed-dye laser treatment of angioma serpiginosum. Clin Exp Dermatol 2008.. |
|
3. |
Braun-Falco (ed.). Dermatology. 2nd edition. |
31-01-2010 (NVM / JRM) - www.huidziekten.nl