KIMURA'S DISEASE en ANGIOLYMFOÏDE HYPERPLASIE MET EOSINOFILIE (ALHE) home ICD10: D18.04

Kimura's disease (eosinophilic hyperplastic lymphogranuloma) en angiolymphoid hyperplasia with eosinophilia (ALHE) zijn zeldzame aandoeningen gekenmerkt door benigne vasoproliferatieve zwellingen in het hoofd-hals gebied, met een ontstekingsinfiltraat waarin veel eosinofielen. Jarenlang is er vanuitgegaan dat Kimura's disease en ALHE hetzelfde zijn, of 2 varianten van dezelfde aandoening. In recente artikelen worden het als 2 verschillende entiteiten beschouwd, waarbij Kimura's disease een primair ontstekingsproces is met secundair daaraan een vasculaire proliferatie, en ALHE een arterioveneuze malformatie met secundaire inflammatie. Het ligt echter dicht bij elkaar en zou dus ook een splitters en lumpers geval kunnen zijn.

ALHE: Kimura's disease:
primaire vaatproliferatie, secundaire ontsteking primaire ontsteking, secundair vaatproliferatie
zeldzaam zeer zeldzaam
bolronde huidkleurige of erythemateuze papels en noduli pijnloze zwellingen, gemiddeld 3 cm doorsnede, meestal in de regio parotis of submandibulair, met lymfadenopathie
hoofd-hals gebied, vooral op en rond het oor, soms op andere plaatsen hoofd-hals gebied
wereldwijd, komt iets vaker voor bij Aziaten vooral in Aziatische landen
oppervlakkig (dermaal, subcutis) diep, subcutis, lymfklieren, speekselklieren
arterioveneuze malformatie, mogelijk reactief aan een trauma of infectie type I (IgE-gemedieerde) ontstekingsreactie, mogelijk getriggerd door een infectie
soms eosinofilie (20%), IgE normaal meestal verhoogd IgE en eosinofilie
geen geassocieerde nierziekte nierziekte (nefrotisch syndroom) bij 20% van de patiënten



KIMURA'S DISEASE home ICD10: D18.04

Kimura's disease (eosinophilic hyperplastic lymphogranuloma) komt vooral voor in Aziatische landen, maar ook niet-Aziaten kunnen het krijgen. Het komt vaker voor bij mannen. De gemiddelde patiënt is rond de 30 jaar. Het is in 1937 voor het eerst beschreven in China door Kimm and Szeto. Kimura beschreef in 1948 de histologie met daarin als belangrijke kenmerken veel vaatvorming en lymfoïd weefsel. Bij Kimura disease wordt gedacht dat de vaatvorming reactief is aan een inflammatoir proces. De oorzaak is niet bekend. Mogelijk is een infectie of toxine de trigger voor het ontstekingsproces. Type 1 immuunreacties lijken betrokken, de meeste patiënten hebben een verhoogd IgE en eosinofilie in het bloed.

Klinisch beeld:
Klinisch ziet men pijnloze zwellingen, gemiddeld 3 cm doorsnede, in het hoofd-hals gebied, meestal in de regio parotis of submandibulair, met lymfadenopathie. De huid erboven kan jeuken. Het is een benigne aandoening maar kan hinderlijk zijn door de misvormingen. Het is moeilijk te behandelen en neigt tot recidiveren. Circa 20% van de patiënten heeft een begeleidende nierziekte, meestal nefrotisch syndroom.

Kimura's disease Kimura's disease
Kimura's disease Kimura's disease


DD: angiolymphoid hyperplasia with eosinophilia (ALHE), granuloma pyogenicum, Kaposi sarcoma, dermatofibrosarcoma protuberans, parotitis, parotistumor, afsluiting van de parotis afvoergang.

Diagnostiek:
Biopt, bloedonderzoek (oriënterend, totaal IgE, totaal eosinofielen, kreatinine en ureum), urine onderzoek (kwantitatief op eiwit).
CT scan of MRI.

Histologie:
Histologisch ziet men verspreid over het hele preparaat lymfoïde infiltraten met een kiemcentrum, en veel eosinofielen. Tevens een proliferatie van endotheelweefsel met dikwandige vaten en hobnail endotheelcellen (zie ook onder hobnail hemangioom). Het infiltraat is polymorf en niet klonaal.

Kimura's disease Kimura's disease Kimura's disease
Kimura's disease (PA) Kimura's disease (PA) Kimura's disease (PA)


Therapie:
Moeilijk te behandelen, expectatief beleid als er geen klachten zijn of geringe zwellingen.
R/ Prednisolon oraal.
R/ Intralesionale corticosteroïden.
R/ Ciclosporine in hoge dosering (5 mg/kg).
In case reports wordt ook effect beschreven van intraveneuze immunoglobulinen (IVIG), pentoxifylline, retinoiden, imatinib, PDT, radiotherapie (20-45 Gy), en chirurgische excisies van laesies. Bij alle behandelingen is er een recidiefkans.


Referenties
1. Kimm HT, Szeto C. Eosinophilic hyperplastic lymphogranuloma, comparison with Mikulicz's disease. Proc Chin Med Soc 1937;329.
2. Kimura T, Yoshimura S, Ishikawa E. On the unusual granulation combined with hyperplastic changes of lymphatic tissues. Trans Soc Pathol Jpn 1948;37:179-180.
3. Kung IT, Gibson JB, Bannatyne PM. Kimura's disease: a clinico-pathological study of 21 cases and its distinction from angiolymphoid hyperplasia with eosinophilia. Pathology 1984;16(1):39-44.
4. Sun QF, Xu DZ, Pan SH, et al. Kimura disease: review of the literature. Intern Med J 2008;38(8):668-672.
5. Birol A, Bozdogan O, Keles H, et al. Kimura's disease in a Caucasian male treated with cyclosporine. Int J Dermatol 2005;44(12):1059-1060.
6. Kapoor NS, O'Neill JP, Katabi N, Wong RJ, Shah JP. Kimura disease: diagnostic challenges and clinical management. Am J Otolaryngol 2012;33(2):259-262.
7. Hernandez-Bautista V, Yamazaki-Nakashimada MA, Vazquez-Garcia R, Stamatelos-Albarran D, Carrasco-Daza D, Rodriguez-Lozano AL. Treatment of Kimura disease with intravenous immunoglobulin. Pediatrics 2011;128(6):e1633-1635.
8. Chang AR, Kim K, Kim HJ, Kim IH, Park CI, Jun YK. Outcomes of Kimura's disease after radiotherapy or nonradiotherapeutic treatment modalities. Int J Radiat Oncol Biol Phys 2006;65(4):1233-1239.



ANGIOLYMPHOIDE HYPERPLASIE MET EOSINOPHILIE (ALHE) home ICD10: D18.04

Angiolymphoid hyperplasia with eosinophilia (ALHE) is een zeldzame benigne aandoening gekenmerkt door het ontstaan van bolronde huidkleurige of erythemateuze papels en noduli in het hoofd-hals gebied, vooral op en rond het oor, soms op andere plaatsen zoals voorhoofd, schedel en (zelden) elders op het lichaam. Het is voor het eerst beschreven in 1969 door Wells en Whimster. Het kan jarenlang bestaan en is moeilijk te behandelen. Het komt vaker voor bij Aziaten, maar niet exclusief. De gemiddelde patiënt is rond de 30 jaar. De laesies ontstaan geleidelijk en nemen langzaam toe in grootte en aantal, vaak duurt het lang voordat de diagnose gesteld wordt. De oorzaak is onbekend, het wordt beschouwd als een reactieve vaatproliferatie, mogelijk getriggerd door een infectie of trauma.

Klinisch beeld:
Multipele (gegroepeerde) 0.5-2 cm grote bolronde noduli en nodi in het gelaat, meestal op of rond het oor, met een glad oppervlak en huidkleurig, erythemateus of bruin gepigmenteerd. Soms met crustae of erosies, soms pijnlijk of jeukend. De laesies zijn vaatrijk, kunnen bloeden of pulseren. Een enkele keer komen ze elders voor zoals op de extremiteiten. De laesies zijn oppervlakkiger dan de zwellingen bij Kimura's disease. Een deel (20%) heeft eosinofilie, er is niet (of zelden) een associatie met nierziekten of een verhoogd IgE.

Angiolymphoid hyperplasia with eosinophilia Angiolymphoid hyperplasia with eosinophilia Angiolymphoid hyperplasia with eosinophilia
ALHE ALHE ALHE


DD: Kimura's disease, lymfocytoma cutis, Borrelia lymfocytoma, lymfomatoïde papulose, cutaan T-cel lymfoom, insectensteken, folliculitis, granuloma faciale, sarcoïdose, granuloma pyogenicum, Kaposi sarcoma, angiosarcoma, epithelioid hemangioendothelioma, metastasen.

Diagnostiek:
Histologie, eventueel bloedonderzoek (Hb, leukodiff, totaal eosinofielen). Bij veel of grote laesies eventueel een MRI of angiografie.

Histologie:
Uitgebreide proliferatie van dikwandige bloedvaten, met grote uitpuilende endotheelcellen (cobblestone appearance) met ovoïde nuclei en intracytoplasmatische vacuolen, altijd in combinatie met een perivasculair en interstitieel ontstekingsinfiltraat met daarin lymfocyten en veel eosinofiele granulocyten. Lymfoïde (folliculaire in de zin van lijkend op lymfeklieren) aggregaten komen voor. Angiolymphoid hyperplasia with eosinophilia is een benigne reactief proces, maar soms worden klonale T-cellen aangetroffen in het infiltraat, en ook een combinatie met mucinosis follicularis is beschreven, waardoor de vraag ontstaat of het mogelijk een voorstadium van een cutaan T-cel lymfoom zou kunnen zijn. Het beloop is echter benigne, en reactieve T-cel infiltraten kunnen monoklonaal zijn. De endotheelcellen zijn positief voor CD31, CD34, en VWF, en negatief voor keratine. De lymfocyten zijn vooral van het T-helper type, CD3, CD4, CD43, en CD45RO positief.

Angiolymphoid hyperplasia with eosinophilia Angiolymphoid hyperplasia with eosinophilia
ALHE (PA) ALHE (PA)


Therapie:
Gaat zelden vanzelf over, maar als er weinig klachten zijn is een expectatief beleid mogelijk, ook omdat het moeilijk te behandelen is.
Chirurgische excisie voor persisterende laesies (eerst 6 maanden afwachten) zou de voorkeursbehandeling zijn. Recidieven komen vaak voor (30%).
Pulsed dye laser of CO2 laser.
Cryotherapie en electrocoagulatie.
R/ Intralesionale corticosteroïden.
Bestraling (radiotherapie).
Neigt tot recidiveren als het niet radicaal is verwijderd inclusief de aanvoerende bloedvaten in de basis van de laesies.
Case reports beschrijven effectiviteit van tacrolimus, imiquimod, intralesional interferon alfa-2a, scleroseren, PDT, mepolizumab, en systemische corticosteroiden.


Referenties
1. Wells GC, Whimster IW. Subcutaneous angiolymphoid hyperplasia with eosinophilia. Br J Dermatol 1969;81:1-14.
2. Olsen TG, Helwig EB. Angiolymphoid hyperplasia with eosinophilia. J Am Acad Dermatol 1985;12:781-796.
3. Chun SI, Ji HG. Kimura's disease and angiolymphoid hyperplasia with eosinophilia: clinical and histopathologic differences. J Am Acad Dermatol 1992;27:954-958.
4. Kempf W, Haeffner AC, Zepter K, Sander CA, Flaig MJ, Mueller B, Panizzon RG, Hardmeier T, Adams V, Burg G. Angiolymphoid hyperplasia with eosinophilia: evidence for a T-cell lymphoproliferative origin. Hum Pathol 2002;33:1023-1029.
5. Papadavid E, Krausz T, Chu AC, Walker NP. Angiolymphoid hyperplasia with eosinophilia successfully treated with the flash-lamp pulsed-dye laser. Br J Dermatol 2000;142:192-194.
6. Braun-Falco M, Fischer S, Plötz SG, Ring J. Angiolymphoid hyperplasia with eosinophilia treated with anti-interleukin-5 antibody (mepolizumab). Br J Dermatol 2004;151:1103-1104.
7. Shenefelt PD, Rinker M, Caradonna S. A case of angiolymphoid hyperplasia with eosinophilia treated with intralesional interferon alfa-2a. Arch Dermatol 2000;136(7):837-839.
8. Lembo S, Balato A, Cirillo T, Balato N. A Long-Term Follow-Up of Angiolymphoid Hyperplasia with Eosinophilia Treated by Corticosteroids: When a Traditional Therapy is Still Up-to-Date. Case Rep Dermatol 2011;3(1):64-67.
9. Abrahamson TG, Davis DA. Angiolymphoid hyperplasia with eosinophilia responsive to pulsed dye laser. J Am Acad Dermatol 2003;49(2 Suppl Case Reports):S195-196.



Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

15-09-2013 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter