BALANITIS EN BALANOPOSTHITIS home ICD10: N48.1

Balanitis is een verzamelnaam van een aantal erythemateuze al of niet erosieve inflammatoire laesies van het slijmvlies van de glans penis.

DD: banale infectie, mycose (Candida), eczeem nno, orthoergisch eczeem, perifocaal/coccogeen eczeem, contacteczeem, seborroisch eczeem, fixed drug eruption, lichenoide toxicodermie, balanitis circinata, herpes, condylomata, Gardnerella, overige SOA (o.a. lues), diabetes, lichen planus, LSEA, m. Queyrat, m. Zoon, m. Behçet, smetten bij phimosis, en bulleuze dermatosen. De infectieuze balanitis en balanitis van Zoon komt vaker voor bij niet-besneden mannen. Predisponerende factoren zijn irritatie door slechte hygiëne met ophoping van smegma, urine of zeepresten, en traumata zoals wrijving door kleding. Indien ook het preputium is aangedaan spreekt men van balanoposthitis.

Diagnostiek:
Kweek (Gram en kweek), KOH-preparaat. Chlamydiaserologie bij verdenking op balanitis circinata. Zonodig contactallergologisch onderzoek. Histopathologisch onderzoek kan nodig zijn (zie DD).



BALANITIS t.g.v. BANALE BACTERIËN home ICD10: N48.1

Frequent reinigen, goed naspoelen om zeepresten te verwijderen. Bij ernstige phimosis circumcisie.
R/ wassen met Hibiscrub of Unicura antiseptische zeep (goed naspoelen)
R/ chloorhexidinecrème 1% FNA of fusidinecrème 2%.
R/ chloorhexidine 1% in zinkoxide-kalkwaterzalf FNA.
R/ 1% hydrocortison of 0.1% triamcinolon in chloorhexidinecrème 1% FNA.
R/ zonodig systemische antibiotica op geleide van de kweek.



BALANITIS t.g.v. CANDIDA home ICD10: B37.4

Diffuus of vlekkerig erytheem, met glazig, niet purulent oppervlak, met schilferkraagrand. Satellietlesies. Meestal veel jeuk.

Onderzoek: KOH, kweek. Predisponerende factoren: breedspectrum antibiotica, gecompromitteerde immuunstatus, diabetes mellitus.

Therapie:
R/ lokale antimycotica.



BALANITIS CIRCINATA (balanitis erosiva circinata) home ICD10: N48.11

Balanitis circinata wordt beschouwd als onderdeel van morbus Reiter en komt in ongeveer 25% van deze patiënten voor. Deze balanitis bestaat uit oppervlakkige, vochtige erosieve lesies met soms een licht verheven rand. Door coalescentie kan een circinaire of polycyclische begrenzing ontstaan. Bij besneden mannen kunnen de lesies schilferen. Morbus Reiter is geassocieerd met het D-K serotype van Chlamydia en HLA-B27. De trias bestaat uit:
1) urethritis (en/of proctitis), gevolgd door
2) niet-suppuratieve polyarthritis, en
3) conjunctivitis en/of uveitis.

Balanitis circinata Balanitis circinata Balanitis circinata
balanitis circinata balanitis circinata balanitis circinata

Naast bovengenoemde balanitis circinata kunnen oppervlakkige, meestal pijnloze erosies op het mond-slijmvlies gevonden worden. Op de voetzolen komt de z.g. keratodermia blenorrhagica voor, wat zowel klinisch als histologisch lijkt op psoriasis pustulosa palmo-plantaris. Systemische complicaties van Reiter: neurologisch (neuritis, meningoencephalitis), cardiovasculair (pericarditis, myocarditis, hartblok, aorta-insufficiëntie). Zie ook onder chlamydia.

DD: granuloma annulare, lues, erythroplasie van Queyrat, porokeratosis van Mibelli.

Therapie:
R/ Zithromax (azithromycine) eenmalig 1000 mg (2 tab à 500 mg) bij aangetoonde Chlamydia infectie, partner meebehandelen.
R/ Doxycycline 2 dd 100 mg gedurende 2-3 weken bij niet-specifieke urethritis, partner meebehandelen.



BALANITIS t.g.v. HERPES SIMPLEX home ICD10: A60.0

Herpes simplex wordt vaak voorafgegaan door brandende pijn en jeuk. Bij enkele kleine ulcera/erosies in een omschreven huidgebied moet men hierop bedacht zijn. In het klassieke geval ziet men een erythemateuze macula waarop gegroepeerde vesikels verschijnen die snel kapot gaan, waarna oppervlakkige polycyclische, vaak confluerende erosies ontstaan. Meestal geen induratie. Genezing met korstvorming.

Herpes simplex, pearly penile papules en venerische wratten
herpes simplex


Onderzoek: herpeskweek in virusmedium, bij vesikels Tzanck test, zonodig voor DD ook banale kweek afnemen.

Therapie:
R/ Lidocaine 5% in zinkoxidesmeersel FNA
R/ Lidocaïnevaselinecrème 3% FNA
R/ Betadine jodium zalfgaasjes of natte, goed uitgeknepen gaasjes 3 dd (fixeren met Bandafix).
R/ Zelitrex (valaciclovir) 2 dd 500 mg gedurende 5 dagen. Zonodig langer (6-10 dagen).



BALANITIS t.g.v. TRICHOMONAS home ICD10: A59.0

Bij Trichomonas ziet men een milde balanitis met erosies met speldepunt grote grijzige vesikeltjes op erythemateuze ondergrond, soms ulceraties.

Trichomonas vaginalis, trichomoniasis Trichomonas vaginalis, trichomoniasis
Trichomonas vaginalis Trichomonas vaginalis


Onderzoek: direct preparaat van de laesies.

Therapie:
R/ Flagyl (metronidazol) 2 g eenmalig (4 tabletten van 500 mg tegelijk innemen), partner meebehandelen.



BALANITIS t.g.v. MYCOPLASMA home ICD10: N34.1

Bij mycoplasma urethritis ziet men soms erythemateuze macula bij het orificium urethrae.

Diagnostiek: urethrakweek of PCR.

Therapie:
R/ Doxycycline 2 dd 100 mg gedurende 7 dagen.
R/ tetracycline 4 dd 500 mg 7 dagen.



BALANITIS t.g.v. (LANGER BESTAANDE) GONORRHOEA home ICD10: A54.9

Meestal bij niet-besneden mannen (zeldzaam). Erythemateuze macula bij orificium urethrae. Zie verder onder gonorroe.



BALANITIS: PSORIASIS INVERSA home ICD10: L40.82

Bij psoriasis inversa ziet men scherp begrensde erythemateuze plaques. Voorkeursplaatsen lichaamsplooien, waaronder glans, preputium. Zie verder onder psoriasis.
R/ corticosteroïd klasse II.



BALANITIS t.g.v. ECZEMA SEBORRHOICUM home ICD10: L21.8

Seborroisch eczeem kan op de glans penis zitten. Naast de scherp begrensde erythemateuze maculae op glans en preputium kunnen matig scherp begrensde erythemateuze lesies met vettige squamae voorkomen op de voorkeursplaatsen.

Therapie:
R/ Nizoral (ketoconazol) crème of hydrocortison 1% in Nizoral crème.
R/ corticosteroïd klasse I of II.



BALANITIS t.g.v. ECZEMA CONTACTALLERGICUM/ORTHOERGICUM home ICD10: L23.9

Balanitis t.g.v. contactallergie.
Diagnostiek: epicutaan contactallergologisch onderzoek.



BALANITIS: LICHEN PLANUS home ICD10: L43.8

Bij lichen planus ziet men erythemateuze, 2-10 mm grote polygonale maculae tot papulae, met reticulair patroon van witte lijntjes (Wickhamse striae), kunnen conflueren tot plaques of annulaire lesies, soms neigend tot atrofie (DD: lichen sclerosus et atroficus), soms erosief met neiging tot ulceratie (DD: aphtosis, herpes simplex, syndroom van Behçet, en, zeer zeldzaam: tbc: opeenvolgende aanvallen van multiple oppervlakkige ulcera met crustae). Jeuk in 80% van de patiënten. Naast balanitis ook mondslijmvliesafwijkingen (cave ontwikkeling maligniteit) en (veel zeldzamer) nagelafwijkingen. Histologisch kenmerkend beeld. Spontane remissie in enkele maanden tot enkele jaren. Zie ook onder lichen ruber planus.

Lichen planus mucosae
lichen planus


Therapie:
R/ TAC crème FNA. Eventueel alternatief (voor slijmvliezen bedoeld):
R/ triamcinolon 0.1% in hypromellosezalf 20% FNA, of 0.1% tretinoïne in hypromellosezalf 20% FNA



BALANITIS: LICHEN SCLEROSUS home ICD10: L90.01

Bij lichen sclerosis (balanitis xerotica obliterans) ziet men erythemateuze en wittige atrofische gebieden, soms ook erosies. Zie onder lichen sclerosus.

Lichen sclerosus
lichen sclerosus



BALANITIS: GENEESMIDDELENREACTIE home ICD10: L27.1

De glans penis is een voorkeurslocatie van de fixed drug eruption. Waarom is onbekend. klinisch ziet men een erythemateuze laesie met oedeem tot zelfs blaarvorming. Genezing met postinflammatoire hyperpigmentatie.

Fixed drug eruption
fixed drug eruption


Therapie:
Medicatie staken of vervangen.
R/ corticosteroïdcrème of zalf, klasse I-II.



BALANITIS t.g.v. SYPHILIS home ICD10: N48.1

Zowel bij een vroege lues (LI laesie in het pre-chancre stadium), als bij L II en bij condylomata lata, kan het beeld gevonden worden van een balanitis/balanoposthitis, waarbij de glans een wittig oppervlak heeft. Histopathologisch onderzoek toont pustels, prikkelserum van de laesies zit vol met treponemen.



BALANITIS t.g.v. SCABIES home ICD10: B86.

De gezwollen papels zijn diagnostisch voor schurft en komen in geen enkele andere aandoening voor. Ze kunnen blijven bestaan ook nadat alle andere lesies weg zijn.

Scabies (schurft)
scabies scrotum en penis



BALANITIS ULCEROSA home ICD10: N48.1

Niet specifieke term voor balanitis n.n.o. met erosieve/ulceratieve gedeelten. DD: lichen sclerosus, m Queyrat, herpes, lues, Behçet.



BALANITIS VAN ZOON (balanitis plasmocellularis circumscripta) home ICD10: N48.12

Balanitis van Zoon (balanitis plasmocellularis circumscripta) komt voor bij onbesneden mannen van middelbare of oudere leeftijd. De aandoening bestaat uit één of meerdere scherp begrensde rode persisterende laesies, meestal op de glans. Soms erosies met neiging tot bloeden. Klinisch moeilijk te onderscheiden van erytroplasie van Queyrat (m. Bowen v.d. glans penis). Het oppervlak is glanzend en vochtig (terwijl erythroplasie van Queyrat een wat meer fluweelachtig uiterlijk kan hebben en dikker aanvoelt bij palpatie). Zie verder onder balanitis plasmocellularis. Ook bij vrouwen bestaat een variant met plasmacellen: vulvitis plasmocellularis circumscripta. Mogelijk kunnen ook op ander mucosa zoals de mondholte soortgelijke beelden veroorzaakt door plasmocellulaire infiltraten voorkomen (zie onder mucous membrane plasmocytosis).

Balanitis van Zoon
balanitis van Zoon


Therapie:
Circumcisie heeft gunstig effect, eventueel corticosteroïden.



BALANITIS: EXSUDATIEVE DISCOIDE EN LICHENOIDE DERMATITIS van Sulzberger en Garbe home ICD10: L30.0

Exsudatieve discoïde en lichenoïde dermatitis van Sulzberger en Garbe is een onduidelijk beeld dat vroeger is beschreven. De afwijkingen konden zowel op de schacht als de glans penis voorkomen, en werden vooral beschreven bij Joodse mannen. Zie verder onder Sulzberger en Garbe syndroom

Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

26-05-2017 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter