|
BENIGNE LICHENOIDE KERATOSE |
codes 0702.0099 / L57.01 |
Benigne lichenoïde keratose (Engels: benign lichenoid keratosis, lichen planus-like keratosis) is meer een PA-diagnose dan een klinische diagnose. Het is een diagnose die de patholoog op histologische kenmerken stelt op biopten uit solitaire laesies die zijn ingestuurd onder de klinische diagnose basaalcelcarcinoom (63%), plaveiselcelcarcinoom (24%), verruca seborroica (6%), actinische keratose (4%), benigne lichenoide keratose (2%), en overigen (1%). Het klinisch beeld is dan ook wisselend, het is niet goed mogelijk om een uniform geldende beschrijving te geven van hoe een benigne lichenoide keratose er uit ziet.
Benigne lichenoïde keratose werd voor het eerst als een klinisch-histologische
entiteit beschreven door Shapiro in 1966 en door Lympkin en Helwig als een
solitaire niet jeukende papel of een mild
geïndureerde plaque. Histologisch wordt de laesie gekarakteriseerd door een
bandvormig infiltraat met grensvlakaantasting en is vrijwel gelijk aan het beeld
wat wordt gezien bij lichen planus. Het is een veel voorkomende laesie die door
sommige auteurs wordt beschouwd als het inflammatoire of regressieve stadium van
een lentigo solaris of verruca seborroïca en door anderen als een aparte
klinische entiteit. Klinisch kan de laesie lijken op een maligniteit,
zoals b.v. een basaalcel- of plaveiselcel carcinoom.
Kliniek:
Solitaire niet of weinig jeukende papel of geindureerde plaque met een doorsnede
van 5-20 mm. Het oppervlak kan vlak, verruceus of squameus zijn en de kleur kan
variëren van erythemateus / bruin tot livide kleurig afhankelijk van het
stadium van regressie. De laesies bevinden zich hoofdzakelijk op
zongeëxposeerde delen van de romp, de bovenste extremiteiten, in het gelaat en
nek en in mindere mate op de benen. In ca. 90 % van de gevallen betreft het een
solitaire laesie, echter in ca. 10 % van de gevallen kunnen er 2 of meerdere
laesies worden gevonden.
|
benigne lichenoïde keratose |
benigne lichenoïde keratose |
benigne lichenoïde keratose |
benigne lichenoïde keratose |
|
benigne lichenoïde keratose |
benigne lichenoïde keratose |
benigne lichenoïde keratose |
benigne lichenoïde keratose |
Epidemiologie:
Komt vooral voor tussen de 36-87 jaar, vaker bij vrouwen (76%) dan bij mannen (33%), m.n. van
het kaukasische ras.
Pathogenese:
Bij het in regressie gaan van een lentigo solaris of verruca seborroïca spelen
de cytotoxische T-cellen de belangrijkste rol. Daarnaast zijn andere
inflammatoire cellen zoal NK-cellen, macrofagen en Langerhanscellen bij dit
proces betrokken. Het precieze mechanisme van T-cel activering is niet bekend.
Histologie:
Er wordt een bandvormig rondkernig ontstekings infiltraat gezien wat
hoofdzakelijk bestaat uit lymfocyten met verspreid enkele histiocyten en soms
ook eosinofielen en plasmacellen. Daarnaast is er een grensvlakontsteking met
vacuolisatie, pigmentincontinentie en apoptotische keratinocyten (Civatte bodies).
Aan de rand van de laesie kunnen soms nog resten van een lentigo solaris of een
verruca seborroïca worden gezien.
Differentiële diagnose:
Morbus Bowen, actinische keratose, basaalcelcarcinoom, plaveiselcelcarcinoom, verruca seborroïca, melanocytaire laesie (lentigo senilis, lentigo maligna, melanoma in situ), lichen planus.
Therapie:
Expectatief; indien verwijdering gewenst kan cryotherapie, electro-coagulatie of
curettage worden overwogen.
Referenties
|
1. |
Morgan MB, Stevens GL, Switlyk S. Benign lichenoid keratosis: a clinical and pathologic reappraisal of 1040 cases. Am J Dermatopathol 2005;27:387-892. |
|
2. |
Bayer-Garner IB, Ivan D, Schwartz MR, Tschen JA. The immunopathology of regression in benign lichenoid keratosis, keratoacanthoma and halo nevus. Clin Med Res 2004;2:89-97. |
|
3. |
Jang KA, Kim SH, Choi JH, Sung KJ, Moon KC, Koh JK. Lichenoid keratosis: a clinicopathologic study of 17 patients. J Am Acad Dermatol 2000;43:511-516. |
|
4. |
Bolognia JL et al. Dermatology, 2nd edition. |
23-08-2010 (DJK) - www.huidziekten.nl