BEVRIEZING / VRIESWONDEN (FROSTBITE) home ICD10: X31

Door bevriezing van ledematen (frostbite) kunnen blaren ontstaan of necrose. In Nederland komt het steeds minder vaak voor door de klimaatverandering. Voor de indeling wordt ongeveer het zelfde systeem gebruikt als bij brandwonden (eerstegraads vrieswond, tweedegraads vrieswond, etc.) Bij een derdegraads vrieswond is de schade tot in het subcutane vet. Er zijn dan geen epitheelbronnen (stamcelgebieden in de haarzakjes en in de basale laag) meer in leven in het centrum van de wond. De dermale matrix kan vriezen overleven, daarom genezen vrieswonden meestal beter dan brandwonden. Ook structuren als kraakbeen zijn bestand tegen vriezen.

Vrieswond Vrieswond
vrieswond demarcatie vrieswond

Vrieswond Vrieswond
vrieswond vrieswond


Behandeling:
De bevroren ledematen dan wel het gehele lichaam zo snel mogelijk opwarmen in warm water. Blaren intact laten. Droge zwarte necrose laten zitten, demarcatie afwachten. Stel amputaties en necrotomieën zolang mogelijk uit, wacht eerst natuurlijk herstel af. Teentjes vallen er soms vanzelf af. Necrotisch weefsel met tekenen van infectie (pus onder de necrose, rode rand, stank, koorts) wel verwijderen. In die situatie kunnen ook antibiotica nodig zijn. Zorg ook voor goede pijnstilling. Leg de extremiteit hoog als er oedeem is. Verbind de wond met een vetgaas en een droog gaas. Eventueel kunnen antiseptische lokale middelen worden gebruikt zoals Flammazine (zilversulfadiazine) crème (50 g), Fucidin (fusidinezuur) crème (30 g), Betadine zalf (30 of 50 g) of betadine oplossing (10-30-120 ml). Zie voor het overzicht onder antiseptische middelen.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

27-06-2014 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter