BOWENOIDE PAPULOSIS home ICD10: A63.8

Bowenoïde papulosis (Bowenoid papulosis) kan worden beschouwd als een overgangsvorm tussen een condyloma acuminata en morbus Bowen (intraepitheliaal carcinoom). Een nieuwere term voor dit soort laesies is intraepidermale neoplasie (AIN1, AIN2, AIN3, PIN, VIN, CIN). Klinisch zijn er multipele huidkleurige, rode, of bruin tot bruinzwarte papels en noduli op de penis, vulva, of rond de anus. Patiënten hebben tevoren vaak een infectie met genitale wratten doorgemaakt in dezelfde regio. In de laesie kan vaak HPV 16 worden aangetoond. Andere HPV typen die kunnen worden gevonden zijn 6 en 39 (en nog een hele reeks andere). De meeste Bowenoïde papulosen hebben een benigne karakter, soms (circa 3%) kan het overgaan in een plaveiselcelcarcinoom. Bowenoïde papulosis is voor het eerst beschreven in 1977 door Kopf en Bart.

Bowenoide papulosis Bowenoide papulosis
Bowenoide papulosis Bowenoide papulosis

Bowenoide papulosis Bowenoide papulosis
Bowenoide papulosis Bowenoide papulosis


DD: condyloma acuminata, condylomata lata, morbus Bowen, plaveiselcelcarcinoom, naevi, verruca planae, verruca seborroica, molluscum contagiosum.

Diagnostiek:
Biopsie van 1 laesie. Het is niet noodzakelijk om ook een kostbare HPV typering aan te vragen. Laesies op mucosa kunnen beter zichtbaar worden gemaakt door het aanstippen met 5% azijnzuuroplossing.

Therapie:
Bowenoïde papulosis kan worden behandeld met diverse methoden, vergelijkbaar met de behandeling van condylomata acuminata of morbus Bowen. Het is meestal multifocaal en kan recidiveren.
R/ Efudix (5-fluoro-uracil) crème 2 dd gedurende 4 weken. Zie de folder over Efudix crème.
R/ Aldara (imiquimod) crème 5% (sachet 250 mg), 1 dd gedurende 16 weken.
R/ Trichloorazijnzuur, aanstippen.
R/ Podophylline, aanstippen met Collodium podofylli FNA 25% (250 mg/g, 10 g).
R/ Eventueel patient zichzelf laten behandelen met Condyline Applicatievloeistof 5 mg/ml, 3.5 ml of Wartec Crème 1.5 mg/g, 5 g.
Cryotherapie.
Electrocoagulatie.
PDT (photodynamische therapie).
Lokale excisie.
Ablatieve laser (bv CO2 laser).
Radiotherapie.
R/ Tazarotene gel.
R/ Neotigason (acitretine) 1 dd 10-25 mg bij multipele laesies.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

20-04-2014 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter