BACTERIËLE VAGINOSIS / GARDNERELLA home ICD10: N76.0

Bacteriële vaginose (synoniemen: Gardnerella vaginitis, anaërobe vaginosis/vaginitis) is geen echte SOA, het ontstaat door verstoring van het evenwicht tussen Lactobacillus, Gardnerella, en anaëroben. De zuurgraad neemt af en er ontstaat overgroei van Gardnerella vaginalis e.a. soorten (Mobiluncus curtisii, Bacteroides, Peptostreptococci). Symptomen: toegenomen afscheiding, stank (vislucht), jeuk, irritatie.

Oorzaken: teveel wassen met zeep, tampons te lang laten zitten, na antibiotica, en IUD's.

Diagnostische kriteria (drie van de eerste vier moeten aanwezig zijn):

1. homogene wit-grijze fluor (soms gasbelletjes)
2. pH > 4.5
3. stinkend (visgeur), aminetest + (vislucht komt vrij bij toevoegen KOH 10% aan fluor op dekglaasje)
4. clue cells in het NaCl preparaat (gestippelde epitheelcellen)
5. Grampreparaat: weinig Döderlein staafjes (Lactobacillus), toename Gardnerella vaginalis


Bacteriele vaginose (Gardnerella vaginalis): schuimende fluor door gasbelletjes Bacteriele vaginose (Gardnerella vaginalis): schuimende fluor door gasbelletjes
schuimende fluor overmatige fluor

Clue cells Clue cells
clue cells clue cells


Kweek: Gardnerella kan worden gekweekt, maar een positieve kweek zegt weinig (behoort tot de normale flora). Het zelf zoeken naar clue cells is betrouwbaarder. Behandeling is alleen nodig als patiënte er duidelijk last van heeft.

DD: zie tabel oorzaken van fluor vaginalis.

Contactopsporing: geen.

Medebehandeling: bij hardnekkig recidiverende anaërobe vaginosis kan worden overwogen om de partner (man/vrouw) éénmalig mee te behandelen.

Nacontrole: geen.

Therapie:
R/ Flagyl (metronidazol) 2 g ineens. Of 2 dd 500 mg gedurende 7 dagen. Ook penicilline en tetracycline (10 dagen) zijn mogelijk.
R/ metronidazol gel of crème 0.75-1% 2 dd 5 g intravaginaal.
Bij zwangerschap in eerste trimester geen Flagyl geven (in tweede/derde trimester eventueel wel; nooit teratogene effecten gezien). Bij ernstige vaginitis bij zwangeren mogen wel:
R/ clindamycine 2% vaginale crème (cetomacrogolcrème FNA), 1 dd 5 g gedurende 7 dagen. Eventueel clindamycine 2 dd 300 mg oraal, 7 dagen.
R/ amoxicilline 4 dd 500 mg oraal gedurende 7 dagen.

Ter verlaging van de pH kunnen de volgende middelen geadviseerd worden: irrigatie met 2% melkzuuroplossing, Lactacyd-Intiem (combinatie van melkzuur en melkwei), Lactacyd Femina, of verdunde azijnzuuroplossing. Ook Betadine oplossing kan bijdragen.


patientenfolder


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

16-04-2017 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter