BASAALCELCARCINOOM (CARCINOMA BASOCELLULARE)

codes 0173.9016 / C44.9

 

Het basaalcelcarcinoom (BCC) is de meest voorkomende vorm van huidkanker. Vanwege de vergrijzing, in combinatie met verhoogde expositie aan zonlicht sinds de opkomst van het zontoerisme in de jaren 60 stijgt de incidentie met 4% per jaar. De explosie aan basaalcelcarcinomen veroorzaakt een landelijk tekort aan dermatologen en is een belangrijke reden voor de jaarlijkse budgetoverschrijdingen. Uit de PA database (PALGA) blijkt dat er minstens 25.000 per jaar geëxcideerd worden, voornamelijk door dermatologen. En dit is nog een onderrapportage, want lang niet alle BCC's worden histologisch onderzocht, een deel wordt direct behandeld. In 2020 wordt een incidentie voorspeld van 233,5 (prediction interval [PI] 217,7 - 249,2) per 100.000 voor mannen en 225,6 (PI 211,5 - 239,8) per 100.000 voor vrouwen.

 

 

Basaalcelcarcinoom (klik op foto voor vergroting)

Basaalcelcarcinoom (klik op foto voor vergroting)

glazig glanzend tumortje

teleangiëctasieën

 

 

Klinisch beeld:

Het basaalcelcarcinoom is meestal een huidkleurig of licht roze tumortje (nodulair BCC), met een glanzend-glazig aspect en teleangiëctasieën. Maar er zijn verschillende klinische varianten van het BCC: nodulair, ulcererend, nodulair/ulcererend, oppervlakkig, morpheatype (scleroserend), gepigmenteerd, infiltratief, multicentrisch (multifocaal). Het basaalcel naevus syndroom is een aparte entiteit. Het basaalcelcarcinoom komt vooral voor op op zon ge-exposeerde gebieden, met name gelaat, niet op slijmvliezen, handpalmen, voetzolen. Basaalcelcarcinomen metastaseren vrijwel nooit en veroorzaken geen verhoogde kans op overlijden tenzij er sprake is van ernstig patient delay. De belangrijkste risicofactor is cumulatieve blootstelling aan ultraviolet licht. Andere risicofactoren zijn genetische predispositie, hoge leeftijd, immuungecompromitteerde patiënten, en huidtype I of II. 

 

 

Nodulair BCC (klik op foto voor vergroting)

Nodulair BCC (klik op foto voor vergroting)

Nodulair BCC (klik op foto voor vergroting)

Nodulair BCC (klik op foto voor vergroting)

nodulair BCC

nodulair BCC

nodulair BCC

nodulair BCC

 

Ulcererend basaal cel carcinoom (klik op foto voor vergroting)

Ulcererend basaal cel carcinoom (klik op foto voor vergroting)

Ulcererend basaal cel carcinoom (klik op foto voor vergroting)

Ulcererend basaal cel carcinoom (klik op foto voor vergroting)

ulcererend (ulcus rodens)

ulcererend (ulcus rodens)

ulcererend (ulcus rodens)

ulcererend (ulcus rodens)

 

Superficieel basaal cel carcinoom (klik op foto voor vergroting)

Superficieel basaal cel carcinoom (klik op foto voor vergroting)

Superficieel basaal cel carcinoom (klik op foto voor vergroting)

Superficieel basaal cel carcinoom (klik op foto voor vergroting)

oppervlakkig, romphuidtype

oppervlakkig, romphuidtype

oppervlakkig, romphuidtype

oppervlakkig, romphuidtype

 

Morpheatype scleroserend basaalcelcarcinoom (histologisch sprieterig) (klik op foto voor vergroting)

Morpheatype scleroserend basaalcelcarcinoom (histologisch sprieterig) (klik op foto voor vergroting)

Morpheatype scleroserend basaalcelcarcinoom (histologisch sprieterig) (klik op foto voor vergroting)

Morpheatype scleroserend basaalcelcarcinoom (histologisch sprieterig) (klik op foto voor vergroting)

morphea type, scleroserend

morphea type, scleroserend

morphea type, scleroserend

morphea type, scleroserend

 

Gepigmenteerd basaalcelcarcinoom (klik op foto voor vergroting)

Gepigmenteerd basaalcelcarcinoom (klik op foto voor vergroting)

Gepigmenteerd basaalcelcarcinoom (klik op foto voor vergroting)

Gepigmenteerd basaalcelcarcinoom (klik op foto voor vergroting)

gepigmenteerd BCC

gepigmenteerd BCC

gepigmenteerd BCC

gepigmenteerd BCC

 

 

Groeiwijzen (histologische varianten):

Naast klinische varianten worden er ook histologische varianten onderscheiden. Binnen 1 laesie kunnen verschillende groeiwijzen gecombineerd voorkomen, een biopt kan niet representatief zijn voor de hele laesie. Sprieterige en micronodulaire BCC's zijn agressiever dan compacte of superficiële BCC's.

 

Verschillende groeiwijzen van het basaalcelcarcinoom

1.

compact basaalcelcarcinoom (solide, nodulair). Er zijn grote nesten met duidelijke begrenzing naar het omgevende niet-aangedane weefsel. De stromareactie is vaak beperkt.

2.

superficiël basaalcelcarcinoom, zeer oppervlakkige nesten, vaak multifocaal.

3.

sprieterig basaalcelcarcinoom, kleine strengetjes van basaloïde cellen omgeven door desmoplastisch stroma, de begrenzing naar het omgevende weefsel is vaak onscherp

4.

micronodulair basaalcelcarcinoom, groeiend in kleine, fraai afgeronde nesten elk ongeveer ter grootte van de bulbus van een haarfollikel.

 

 

Solide (compact, nodulair) type BCC (klik op foto voor vergroting)

Superficieel (oppervlakkig, romphuidtype) multifocaal BCC (klik op foto voor vergroting)

Sprieterig, invasief BCC (klik op foto voor vergroting)

Micronodulair BCC (klik op foto voor vergroting)

compact, solide, nodulair

superficieel, multifocaal

sprieterig, invasief

micronodulair

 

 

Naast deze 4 belangrijkste zijn er nog andere histologische varianten met plaveiselcellige differentiatie of adnex-differentiatie zoals basosquameus (carcinoma basosquamosum), cysteus, microcysteus, infundibulocysteus, pseudoglandulair (adenoïd), heldercellig (clear cell), gepigmenteerd (carcinoma basocellulare pigmentosum), multicentrisch (multifocaal).

 

 

Basosquameus basaalcelcarcinoom (klik op foto voor vergroting)

Cysteus basaalcelcarcinoom (klik op foto voor vergroting)

Adenoid basaalcelcarcinoom (klik op foto voor vergroting)

Clear cell basaalcelcarcinoom (klik op foto voor vergroting)

basosquameus bcc

cysteus bcc

adenoid bcc

clearcell bcc

 

 

Zoals vaker bij carcinoma is het niet precies duidelijk van welke cellen het BCC eigenlijk uitgaat. Op orale mucosa komt bijvoorbeeld geen BCC voor. In genetisch gemodificeerde muizen (active Smoothened mutant (SmoM2) muizen) is d.m.v. activering van Hedgehog signalling gekeken welke celtypen kunnen overgaan in BCC. Dit blijken niet de stamcellen te zijn in de bulge van de haarfollikel zoals eerder gedacht, maar rustende (long-term resident) progenitor celllen in het bovenste gedeelte van het infundibulum van de follikels, en in de interfolliculaire epidermis. Activatie van de Hedgehog signalling pathway is een belangrijk signaal voor het ontstaan van een basaalcelcarcinoom. Diverse Hedgehog remmers in de vorm van crème of tabletten worden op dit moment getest en zijn mogelijk een oplossing voor uitgebreide BCC's en basaalcel naevus syndroom.

 

Diagnostiek

De diagnose wordt vermoed op klinisch beeld en gesteld door een biopt af te nemen voor PA. Bij patiënten met veel BCC’s kan van deze regel worden afgeweken. Ervaren dermatologen herkennen een nodulair BCC op het beeld en kiezen bij een nodulair BCC direct voor een excisie om de patiënt een extra polibezoek te besparen. Een biopt is wel nodig om de groeiwijze vast te stellen.

 

Therapie:

De meest effectieve en meest toegepaste behandeling is excisie. In de richtlijn basaalcelcarcinoom is geprobeerd om de basaalcelcarcinomen in te delen in laag risico en hoog risico, vooral bij hoogrisico moet het streven radicale excisie met histologische controle zijn.

 

Prognostische factoren:

laag risico:

hoog risico:

Histologisch groeitype

niet agressief (compact,
superficieel)

agressief (sprieterig, micronodulair)

Lokalisatie

romp

H-zone (ogen, oren, lippen, nasolabiale plooi, neus)

Grootte

< 20 mm

> 20 mm

Eerdere therapie

primaire tumor

recidief tumor

 

 

Excisie:

De geadviseerde marge in de richtlijn basaalcelcarcinoom is 3 mm voor tumoren tot 1 cm en 5 mm voor grotere tumoren en/of sprieterig groeiende BCC's en bij een recidief BCC. Bij tumoren tot 2 cm is bij een 3 mm marge bij 85% geen BCC terug te vinden in de snijrand, bij 4-5 mm loopt het op tot 95%. Bij sprieterig groeiend primair BCC is de radicaliteit bij 3 mm 66%, bij 5 mm 82% en bij 13-15 mm marge 95%. Deze percentages zijn afkomstig van Mohs procedures (selectiebias, werkelijke percentages voor eenvoudige BCC's zijn waarschijnlijk gunstiger). Het recidiefpercentage na chirurgische excisie is 4-10% voor primair BCC en 17% voor recidief BCC (in vijf jaar). In ervaren handen met toepassen van de juiste marge is een simpele excisie in meer dan 95% van de gevallen effectief.

 

Niet radicaal verwijderd:

Bij incompleet geëxcideerd basaalcelcarcinoom wordt aansluitende re-excisie geadviseerd, vooral als het defect werd gesloten met een transpositie of transplantaat. Het gehele oorspronkelijke gebied excideren. In incidentele gevallen (laagrisico primaire tumor, alleen perifere snijranden positief) kan worden afgewacht, omdat zelfs bij tumorpositieve snijranden de recidiefkans varieert van 17-58%. Een groot deel van deze basaalcel uitlopertjes worden dus door het lichaam zelf alsnog opgeruimd. De hoogste recidiefgetallen worden gezien bij positieve diepe snijranden, bij tumoren die eerder waren gerecidiveerd en tumoren die waren behandeld met radiotherapie.

 

Mohs (micrografische) chirurgie:

Bij Mohs chirurgie wordt het BCC komvormig uitgesneden en worden alle snijvlakken ter plekke beoordeeld. Bij aantreffen van tumor in een snijvlak wordt dat segment nogmaals dieper en wijder geëxcideerd en nagekeken. Mohs chirurgie is in een aantal centra in Nederland beschikbaar en wordt vooral toegepast voor BCC's met ongunstige prognostische factoren en voor recidief BCC. Voor primair BCC met ongunstige prognostische factoren is het recidiefpercentage 3-6% in vijf jaar, voor recidief BCC in het gelaat is het recidiefpercentage 4,8-10% in vijf jaar. Voor eenvoudige BCC's is Mohs chirurgie overbehandeling en onnodig duur omdat daar met de conventionele chirurgie al > 95% succes wordt behaald.

 

Radiotherapie

Huidtumoren worden bestraald met elektronen straling (4-20MeV), orthovoltage röntgenstraling (80-250 kV), interstitiële radiotherapie (brachytherapie), of fotonenstraling (4-20 MV) (bij grotere en diep infiltrerende tumoren). Met de moderne apparatuur kan in ieder aangegeven doelvolume een vrijwel homogene dosis afgegeven worden, terwijl het omgevende normale weefsel en het achterliggende weefsel gespaard blijven. Hierdoor is radiotherapie meestal bij elke lokalisatie van de tumor toepasbaar. Ook vormt onderliggend bot en/of kraakbeen geen contra-indicatie. Radiotherapie is een effectieve behandeling voor primair BCC wat betreft radicaliteit (recidiefpercentage: 4 tot 7,5% in twee tot vier jaar), voor een recidief BCC is het een minder effectieve behandeling (recidiefpercentage: 9,5-16% in 5 jaar). Vanwege de weefselsparing (behoud van de anatomie) is radiotherapie met name geschikt voor lokalisatie in het gelaat en rond of op het oor.
 

Cryochirurgie

Cryochirurgie wordt de laatste jaren minder vaak toegepast. Cryochirurgie is eenvoudig en goed toepasbaar op structuren die intact moeten blijven zoals de oorschelp, traanbuis, kraakbeen, oogleden. Het nadeel is dat er witte littekens achterblijven, dat de genezingsduur langer is, dat er geen histologische controle mogelijk is en dat het recidief percentage hoger ligt dan bij excisie. In de hoogtijdagen van cryochirurgie in de jaren 80 werden succespercentages behaald vergelijkbaar met excisie, met een 5-jaarsoverleving van boven de 95%. Maar dit betrof wel de echte cryochirurgie uitgevoerd door met de techniek ervaren dermatologen.

Echte cryochirurgie is niet even een BCC ongecontroleerd aanvriezen met een Cryac spuitbus, maar omvat de volgende stappen: 1) Aftekenen van de marge van 3-5 mm; 2) verdoven; 3) het te bevriezen gebied begrenzen met een neopreen conus van de juiste maat; 4) een krachtige pulserende stikstof straal richten op het centrum van de cirkel en 2 cycli met ontdooitijd er tussenin vriezen. De vriestijd moet zodanig zijn dat zich gelijdelijk een ijsbal vormt tot minimaal aan de afgetekende marge. Alleen dan is er garantie dat de juiste diepte behaald wordt. Deze behandeling werd uitgevoerd met de Frigitronics stikstofapparatuur, die een krachtige en instelbare straal stikstof produceert, pulserend. Deze apparatuur is niet meer leverbaar en in de meeste dermatologische spreekkamers niet meer aanwezig.

 

Cryotherapie / cryochirurgie (klik op foto voor vergroting)

Cryotherapie / cryochirurgie (klik op foto voor vergroting)

Cryotherapie / cryochirurgie (klik op foto voor vergroting)

Cryotherapie / cryochirurgie (klik op foto voor vergroting)

Cryotherapie / cryochirurgie (klik op foto voor vergroting)

cryotherapie

ijsbal

begrenzing met conus

Cy-ac

Frigitronics

 

 

Fotodynamische therapie (PDT)

Bij fotodynamische therapie (PDT) wordt de huid eerst ingesmeerd met een fotosensitizer (aminolevulinezuur (ALA) of methylaminolevulaat (MAL)). Deze vormen in metabool actieve cellen een overmaat aan protoporfyrine IX en na belichting selectieve celdood van sneldelende cellen. PDT is een goede behandeling voor superficiële BCC’s (recidiefpercentage 4,6% na 5 jaar) en voor keratosis actinica, met superieure cosmetische effecten. Voor diepere en nodulaire BCC's is het ongeschikt, zowel de crème als het licht komen daarvoor niet diep genoeg.

 

Electrocoagulatie en curettage + electrocoagulatie

Het recidiefpercentage na curettage en coagulatie is zowel bij de primaire behandeling als bij behandeling van recidief BCC’s hoger dan bij andere therapie modaliteiten en is ook weer sterk afhankelijk van de ervaring van de operateur. Curettage en coagulatie is geschikt voor laagrisico BCC's (primaire kleine (< 0.5 cm) BCC’s, klinisch niet verdacht voor een agressief groeitype, op laagrisico plaatsen waarbij het resultaat van de behandeling goed te controleren is. In bijzondere gevallen kan coagulatie ook voor andere indicaties worden toegepast, bijvoorbeeld bij patienten met multipele grote BCC's waarbij de andere technieken niet meer praktisch uitvoerbaar zijn, en bij het basaalcelnevus syndroom waarbij er honderden BCC's tegelijk moeten worden behandeld. Elektrocoagulatie van BCC;s gaat het best met een klein 2 mm bolletje dat zowel in de snij als coagulatiemodus kan worden gebruikt. Hiermee kan het weefsel laagje voor laagje worden verdampt tot aan precies de gewenste diepte en uitbreiding. Zie verder onder elektrocoagulatie.
 

Imiquimod (Aldara)

Imiquimod is een immuunmodulator die via het vrijkomen van cytokines (alpha-interferon, gamma-interferon en interleukine 12) een Th1-reactie induceert met een antiviraal en antitumoraal effect. Imiquimod kan worden toegepast bij superficiëel BCC. Het nadeel is de heftige huidreacties die kunnen optreden (jeuk, oedeem, eczeem).

 

5-fluoro-uracil (Efudix)
Het cytostaticum (5-FU) werkt ook selectief en kan worden toegepast op superficiele BCC's (2 dd gedurende 4-6 weken, zonodig onder occlusie). Er zijn geen goede recidiefcijfers bekend. Voor nodulaire, dikkere en andere typen BCC is het ongeschikt.

 

Remmers van Hedgehog pathway

Er worden studies in diverse fasen uitgevoerd met remmers van het Hedgehog signalling pathway, in de vorm van crèmes of tabletten. Voor de reguliere behandeling zijn deze middelen op dit moment nog niet beschikbaar.

 

 

Nacontrole, follow-up:

Bij een eenmalig BCC is geen controle nodig. Bij meerdere tumoren of bij immuunsuppressie is een controle eens per jaar voldoende. Het is altijd mogelijk om van dit advies af te wijken in speciale gevallen.

 

Samenvatting controlebeleid bij basaalcelcarcinoom

• er is 1 basaalcelcarcinoom geconstateerd (ongeacht locatie) en dit is radicaal verwijderd: geen controle nodig

• instrueer de patiënt om bij nieuwe verdachte plekjes een afspraak te maken bij de huisarts voor beoordeling

• bij multipele (twee of meer) basaalcelcarcinomen: controle 1 x per jaar gedurende 3 jaar

• bij patiënten met zeer veel nieuwe en recidief basaalcelcarcinomen (genetische predispositie, overmatige zonexpositie, immuunsuppressie):

   - komt het vasthouden aan de 3 jaar periode per tumor er automatisch op neer dat ze levenslang onder controle blijven

   - kan het nodig zijn om vaste controles eens in de 6 maanden levenslang af te spreken

 

Zie verder onder maligniteiten controleschema.

 

 

Referenties

1.

NVDV werkgroep basaalcelcarcinoom. NVDV Richtlijn basaalcelcarcinoom 2007.

2.

Flohil SC, de Vries E, Neumann HA, Coebergh JW, Nijsten T. Incidence, prevalence and future trends of primary basal cell carcinoma in the Netherlands. Acta Derm Venereol 2011;91:24-30.

3.

Youssef KK, van Keymeulen A, Lapouge G, Beck B, Michaux C, Achouri Y, Sotiropoulou PA, Blanpain C. Identification of the cell lineage at the origin of basal cell carcinoma. Nature Cell Biology 2010;12:299-305.

 

 

Patientenfolder over basaalcelcarcinoom

 

 

 

 

 

07-01-2012 (JRM) -  www.huidziekten.nl