CHRONISCHE ACTINISCHE DERMATITIS (PHOTODERMATOSIS ECZEMATOSA, PERSISTANT LIGHT REACTION) home ICD10: L56.8

Chronische actinische dermatitis (ICD10 code L56.8) is een overkoepelend begrip voor chronische eczeemachtige beelden die worden geïnduceerd door zonlicht en ook vooral (maar niet uitsluitend) op zongeëxposeerde plaatsen zitten. Het is een abnormale fotosensitieve reactie op licht, vooral UVB en soms zichtbaar licht. Histologisch varieert het beeld van een milde dermatitis tot een pseudolymfomateus (reticuloid) infiltraat. Het is een spectrum aandoening, indien het klinisch en histologisch beeld kenmerken heeft van een lymfoom of pseudolymfoom wordt het actinisch reticuloid (ICD10 code L57.1) genoemd, en als het meer lijkt op een eczeem wordt het een chronisch fotosensitief eczeem genoemd. De meeste handboeken maken niet meer het onderscheid tussen chronische actinische dermatitis en actinisch reticuloid of noemen alles sunlight-induced pseudolymphoma. Chronische actinische dermatitis (CAD) alias actinisch reticuloid komt vooral voor bij oudere mannen en is een ernstige fotodermatose, voor het eerst beschreven door Ive et al. in 1969. CAD is een niet-maligne lymfoproliferatieve huidziekte, die kan lijken op lymfoom maar het niet is (pseudolymfoom). In zeldzamen gevallen kan een actinisch reticuloid overgaan in een cutaan T-cel lymfoom.

Het klinisch beeld is een eczeembeeld, rood en schilferend, jeukend, vooral op hoofd, nek, handruggen en overige zongeëxposeerde huid; maar het kan ook op plaatsen zitten waar geen zon komt, en zelfs generaliseren tot een eytrodermie. Soms is het een mild eczeem, soms zijn er dikke paarse plaques lijkend op cutaan T-cel lymfoom. Het wordt verergerd door blootstelling aan licht, meestal UVB, maar ook UVA en zichtbaar licht kunnen het veroorzaken. Vaak zijn er ook contactallergieën.

Actinisch reticuloid (chronische actinische dermatitis) Actinisch reticuloid (chronische actinische dermatitis)
CAD / actinisch reticuloid CAD / actinisch reticuloid

Actinisch reticuloid (chronische actinische dermatitis) Actinisch reticuloid (chronische actinische dermatitis)
CAD / actinisch reticuloid CAD / actinisch reticuloid


Synoniemen:
- chronische actinische dermatitis, photodermatosis eczematosa, photosensitivity dermatitis, eczema solare, photodermatosis type persistent light reaction.
- photodermatosis type actinisch reticuloid (actinic reticuloid syndrome, sunlight-induced pseudolymphoma)

DD:
- fotodermatose nno L56.9
- fotoallergische dermatitis nno L56.91
- fotoallergische dermatitis veroorzaakt door geneesmiddelen L56.1
- photodermatosis pruriginosa L56.4
- photodermatosis / actinisch reticuloid L57.1
- fototoxische dermatitis nno L56.92
- phototoxische dermatitis door geneesmiddelen L56.0
- urticaria solaris (vluchtig) L56.3
- hydroa aestivale (klinisch ander beeld met bullae) L56.41
- zonverbranding  
- cutaan T-cel lymfoom, Sezary syndroom
- chronisch eczeem  
- erytrodermie nno  
- porfyrie  


Diagnostiek:
Biopten, contact-allergologisch onderzoek, fototesten, fotopatch testen.

PA:
Uitgebreide lymfocytaire infiltraten met naast T-lymfocyten ook histiocyten, macrofagen en B-cellen.

Therapie:
Goede zonprotectie toepassen. Gebruik een goede sunscreen. In ernstige gevallen binnen blijven, lichtwerende folie op de ramen aanbrengen en speciale kleding en hoeden gebruiken. NB: patiënten die de zon mijden moeten vitamine D suppletie hebben.
R/ Sterke sunscreens
R/ Lokale steroïden (meestal onvoldoende).
R/ Protopic (tacrolimus) 0.1% zalf (30/60 g) 2 dd.
R/ Ciclosporine (2-5 mg/kg).
R/ Prednison 25-60 mg (dosis titreren op effect en bijwerkingen).
R/ Gewenning met PUVA of UVB, in combinatie met Neoral (ciclosporine) of prednisolon.
R/ Imuran (azathioprine) 1 dd 50-100 mg.
R/ CellCept (mycofenolaatmofetil) 2 dd 500-1000 mg.
R/ dagelijks appliceren van mechlorethamine (10-20 mg poeder oplossen in 50 ml water): effect is niet volledig en tijdelijk.


Referenties
1. Roelandts R. Chronic actinic dermatitis. J Am Acad Dermatol 1993;28:240-249.
2. Volden G, Falk ES, Wisloff-Nilssen J, et al. Succesful treatment of actinic reticuloid by whole-body topical application of mechlorethamine. Acta Derm Venereol 1981;61:353-354.
3. Lugović-Mihić L, Duvancić T, Situm M, Mihić J, Krolo I. Actinic reticuloid - photosensitivity or pseudolymphoma? - A review. Coll Antropol 2011;35 Suppl 2:325-329.



ACTINISCH RETICULOID, PHOTODERMATOSIS TYPE ACTINISCH RETICULOID home ICD10: L57.1

Actinisch reticuloid is klinisch een chronische actinische dermatitis (fotodistributie, efflorescenties) met een histologisch beeld met lymfoomkenmerken (Pautrier microabcesjes, dicht bandvormig mononucleair infiltraat met atypische lymfo's). Klinisch kan het ook op een lymfoom lijken, met geïndureerde plaques en blauwpaarsige verkleuring van de huid. Wordt officieel niet tot de cutane lymfomen gerekend. Betreft meestal oudere mannen met fotoallergische dermatitis (UVB, UVA en tot 700 nm).

De meeste handboeken beschouwen actinisch reticuloid als synoniem aan de spectrumaandoening chronische actinische dermatitis. Zie verder onder chronische actinische dermatitis.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

26-01-2014 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter