CHEILITIS ANGULARIS / CHEILITIS ANGULOSIS / PERLÈCHE home ICD10: B37.8

Cheilitis angularis (synoniemen: perlèche, anguli infectiosi, cheilitis angularis, angulus infectiosus e candida albicante) is een vaak voorkomende infectie van de mondhoeken, meestal met Candida albicans. Als het niet door candida wordt veroorzaakt maar door andere redenen (bacteriën, smetten, kwijlen, prothesen, beugels etc. dan wordt het ook wel cheilitis angularis nno genoemd, en indien candida de duidelijke oorzaak is candidiasis anguli oris of perlèche.

Cheilitis angularis (Perleche) Cheilitis angularis (Perleche) Cheilitis angularis (Perleche)
cheilitis angularis cheilitis angularis cheilitis angularis

Perlèche kan men beschouwen als een soort intertrigo (smetplek) van de plooitjes in de mondhoeken. De mondhoeken zijn gevoelig voor schimmelinfectie. Er is een huidplooi die voortdurend vochtig is door speeksel, een ideale voedingsbodem voor Candida albicans die van nature in de mondholte aanwezig is.
De kans op infectie is groter als de plooi diep is (zoals bij ouder worden en door kaakatrofie of slecht zittende prothesen), als er veel speeksel is (beugels, baby's, spenen, kwijlen), als er veel candida is (na antibioticakuur, bij afweerstoornissen), en bij gevoeligheid voor mycosen (zoals voorkomt bij diabetes, overgewicht, zwangeren, immuundeficiënties, HIV, chemotherapie, gebruik prednison of andere immunosuppressiva, biologicals, steroid-inhalers voor astma). Naast candida kunnen ook andere micro-organismen gaan overgroeien in de mondhoeken zoals S. aureus, streptokokken, en andere bacteriën en schimmels. Een enkele keer komt het voor bij vitamine B deficiënties (B2, B12). Ook tekorten aan IJzer, foliumzuur en zink worden genoemd. Cheilitis angularis komt ook voor bij Crohn en colitis ulcerosa. Zie ook onder cheilitis.

DD:
cheilitis nno, cheilitis angularis nno, cheilitis door andere infecties (anguli infectiosi door bacteriën, viraal, mycosen), vitamine deficiënties (B1, B2, B12), lip licking dermatitis, cheilitis actinica, herpes simplex labialis, median lip fissure.

Diagnostiek:
Anamnese: immuunstatus, diabetes, voedingstoestand, malabsorptiesyndromen, vitamine deficiënties, geneesmiddelengebruik.
Inspectie mondholte op candida overgroei, status van gebit / prothesen, kaakatrofie. Zijn er andere huidaandoeningen (atopisch eczeem, seborroisch eczeem, psoriasis) ? Geen routine diagnostiek naar vitamine of ijzertekort, alleen bij serieuze verdenking daar op. Gebit goed schoonhouden, tandenpoetsen, bij gebitsprothese adviseren deze goed schoon te houden, zonodig naar de tandarts bij slecht zittende prothesen.
Een KOH preparaat van tong of mondholte kan Candida aantonen. Zonodig kweek van rhagaden op schimmel, bacteriën, of herpes simplex.

Therapie:
R/ Daktarin (miconazol 2%) creme 2 dd gedurende 2 weken (vrij verkrijgbaar, niet vergoed).
R/ Loprox (ciclopirox 1%) crème, tube à 30 g, of een andere imidazol crème (zie onder lokale antimycotica).
R/ Daktacort zalf of crème (miconazol 2% + hydrocortison 1%, 30 g) 2 dd insmeren.
R/ Chloorhexidine crème 1 dd in combinatie met een lokale antimycotische crème 1-2 dd (zie onder lokale antimycotica).
R/ Daktarin (miconazol) orale gel of een systemisch antimycoticum in ernstige gevallen om mondholte reservoir te reduceren.
R/ Miconazol zalf FNA (miconazolnitraat 2% (20 mg/g) in cetomacrogolzalf).

Indrogende en beschermende therapie:
R/ Zinkoxide smeersel of sulfur praecipitatum 5% in zinkoxidesmeersel FNA ('s nachts aanbrengen, werkt beschermend en indrogend).
R/ sulfur praecipitatum 5% in cremor lanette I FNA.
R/ 1% hydrocortisonacetaat + 5% sulfur praecipitatum in cremor lanette I FNA of lanettezalf FNA. magistrale receptuur

Bij verdenking op bacteriële infectie:
R/ Fusidinecrème 2% (tube à 30 g) 2-3 dd gedurende 1-2 weken.
R/ Bactroban (mupirocine 2%) zalf (tube à 15 g) 2 dd gedurende 1-2 weken.
R/ Chloorhexidinecrème 1% FNA 2 dd gedurende 1-2 weken.
R/ Floxapen (flucloxacilline) 3-4 dd 500 mg 1 week.


CHEILITIS ANGULOSIS NNO home ICD10: K13.0

Kloofjes in de mondhoeken door andere oorzaken dan Candida (zie boven).

DD: e.c.i, kaakatrofie bij prothese dragers, bij beugels, kwijlen, bij Down syndroom, na röntgentherapie, bacteriële overgroei, herpes simplex.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

27-05-2011 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter