CHLOORACNE home ICD10: L70.83

Chlooracne is een zeldzame vorm van acne die wordt veroorzaakt door gechloreerde koolwaterstofverbindingen. De meest voorkomende oorzaak van chlooracne is dioxine dat in de vorm van landbouwgif in de voedsel keten terecht komt, maar ook andere chloorverbindingen die in de landbouw en de chemische industrie worden verwerkt kunnen chlooracne veroorzaken. Dit soort chloorverbindingen worden gebruikt voor het bestrijden van onkruid, als insecticide, als schimmelwerend middel, en voor de conservering van tuin- en bouwhout. Mensen kunnen worden vergiftigd door ongevallen in de industrie, langdurige blootstelling aan landbouwgif, of via de voeding. Minder bekend is dat ook in sigarettenrook, naast teerverbindingen, dioxinen voorkomen. Het is mogelijk dat dit de verklaring is waarom het roken van sigaretten blackheads veroorzaakt en hidradenitis suppurativa (acne ectopica). Een bekend voorbeeld uit de media van chlooracne is de bewuste vergiftiging met dioxine van de Presidentskandidaat van Oekraïne, Victor Yushchenko, in 2004. Onbekende tegenstanders serveerden hem soep met daarin dioxine waarna hij in korte tijd een ernstige chlooracne in het gelaat ontwikkelde, naast andere klachten (zie afbeeldingen hieronder).

Chlooracne Chlooracne Chlooracne
chlooracne chlooracne (Yushchenko) chlooracne (Yushchenko)


Klinisch beeld:
Acneïforme eruptie met vele comedonen, groot, zowel blackheads als whiteheads, en multipele noduli en cysten. Vooral in het gezicht, ook achter de oren en in de oksels en liezen. Daarnaast vaak een grijzige hyperpigmentatie van de huid. Andere klachten kunnen zijn palmaire hyperhidrosis en porphyria cutanea tarda. Bij ernstige chloorvergiftiging kunnen ook systemische klachten ontstaan zoals leverfunctiestoornissen, hyperlipedemie, neuropathie, encephalopathie, diabetes.
Na beeindigen van de blootstelling aan chloor treedt spontaan verbetering op na circa twee jaar.

DD: acne vulgaris, acne conglobata et cystica, milia en plaque, adnextumortjes, hidradenitis suppurativa, steatocystoma multiplex.

Therapie:
Alle behandelingen die ook bij gewone acne worden toegepast zijn mogelijk, inclusief lokale keratolytica, orale tetracyclinen en isotretinoïne.


Meer informatie over dioxinen:
Dioxine is een verzamelnaam voor een grote groep verbindingen, bestaande uit gechloreerde benzeenringen, die via twee zuurstof-bruggen met elkaar zijn verbonden. Dit laatste deel van de structuur bepaalt de naam (di = 2, oxo = zuurstofbinding). De hoeveelheid chlooratomen aan het dioxinemolecuul kan wisselen, waardoor er een groot aantal typen dioxines ontstaan. Het gevaarlijkste dioxine is 2,3,7,8-tetrachloor-dibenzo-p-dioxine (TCDD). Dit TCDD is een plat molecuul. Aan de benzeenringen zitten 4 chlooratomen, symmetrisch aan het molecuul.

Chlooracne Chlooracne
dioxine molecuul bronnen voor intake dioxinen


Dioxines worden gevormd door verhitting onder zuurstofarme condities van chloorhoudende verbindingen. De meeste dioxines worden gevormd bij de verbranding van organisch materiaal in aanwezigheid van chloor (o.a. uit keukenzout), als er niet genoeg zuurstof aanwezig is. Dit heeft een aantal jaren geleden geleid tot het dioxineschandaal in melk van koeien die graasden naast verbrandingsovens. Bij voldoende zuurstof en/of een hoge verbrandingstemperatuur ontstaan geen dioxines. Dioxines kunnen ook in de natuur gevormd worden door zogenaamde witrot-schimmels. Dit zijn schimmels die op dood hout groeien en witte kolonies vormen. Uit lignine (houtstof) kunnen door de schimmel dioxines gemaakt worden. Ook via verbranding van hout kunnen dioxines ontstaan, bijvoorbeeld in niet goed geventileerde open haarden en bij bosbranden, waar ook een zuurstoftekort ontstaat.Dioxines komen dus op diverse manieren in het milieu terecht. Ze worden (langzaam) door zonlicht afgebroken, en verder, eveneens langzaam, door schimmels in de bodem. Dioxines blijven dus lang in het milieu aanwezig.

Dioxines zijn niet oplosbaar in water, maar wel goed in vet. Via roetdeeltjes komt het, bijvoorbeeld, terecht op het gras. De koe eet het op en neemt het op in het vetweefsel. Via de melk kan de koe weer van de dioxine af komen. Hetzelfde geldt voor de mens. Dioxines worden opgenomen via het voedsel (vet) en opgeslagen in ons eigen vetweefsel. Daar blijft het zeer lang aanwezig. Net als bij de koe is de moedermelk de belangrijkste manier om dioxines kwijt te raken. Moedermelk bevat dan ook (kleine hoeveelheden) dioxines. Vrijwel al het dierlijk vet bevat dus zeer kleine hoeveelheden dioxine. Plantaardig vet bevat in principe geen dioxine. Normaal gesproken blijven deze hoeveelheden dioxine ver onder de maximaal toegestane blootstelling.

Dioxine is een molecuul dat op een aantal plaatsen in het stofwisselingsproces van de mens in kan werken. Toch is er nauwelijks een ziekte die direct in verband gebracht kan worden met dioxine. Alleen met chlooracne is een direct verband bekend (dit is acne door overmatig aanwezige chloorverbindingen, op zich vrij onschuldig, maar wel erg lastig). Dioxine is in diverse tests wel mogelijk mutageen en ook kankerverwekkend bevonden, in relatief lage doses. Maar zoals met vrijwel alle kankerverwekkende stoffen is een oorzakelijk verband niet aangetoond. Het probleem bij dioxine is dat het altijd in zeer kleine hoeveelheden in het voedsel voorkomt. Er is dus sprake van een chronische blootstelling, met gevolgen op de (zeer) lange termijn. Daardoor is het niet mogelijk om een directe oorzaak-gevolg relatie aan te geven. Dit soort stoffen blijven dus 'verdacht' en 'potentieel gevaarlijk'. En dus moeten er passende voorzorgsmaatregelen getroffen worden om blootstelling zoveel mogelijk te voorkomen.Pas als dioxine in grote hoeveelheden vrijkomt (zoals bij de Seveso giframp in 1976) zijn directe gevolgen merkbaar; en dat lijkt alleen chlooracne te zijn.


Referenties
1. Muto H, Takazawa Y. Dioxins in Cigarette Smoke. Archives of Environmental Health 1989;44(3):171-174.
2. Schecter A, Ryan JJ, Lizotte R, Sun W-F, Miller 1, Gitlitz G, Bogdasarian M. Chlorinated dibenzodioxins and dibenzofurans in human adipose tissue from exposed and control New York State patients. Chemosphere 1985;14:933-937.
3. Schecter A, Gasiewicz TA. Health hazard assessment of chlorinated dioxins and dibenzofurans contained in human milk. Chemosphere 1987;16:2147-2154.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

10-05-2013 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter