CONTACTECZEEM DOOR ALLERGIE VOOR RUBBER home ICD10: L23.5

Rubbers zijn macromoleculaire stoffen (polymeren) van natuurlijke of synthetische oorsprong, zoals latex (polyisopreen), neopreen (polychloropreen), SB-rubber (styreen-butadieen copolymeer). Huidafwijkingen door rubber worden voornamelijk veroorzaakt door de toevoegingen: accelerators (versnellers van het vulcanisatieproces), activators, anti-oxydantia, anti-ozonanten, vulmiddelen (roet en olie), kleur- en geurstoffen. In uiteenlopende beroepen en bij veel bezigheden buiten het werk treedt contact op met rubber. Bij werknemers in de rubberindustrie, monteurs in autoreparatiebedrijven (autobanden), veehouders (slangen van de melkmachine), gezondheidszorg (handschoenen) en postbode (elastiekjes). In onze dagelijkse omgeving is contact met rubber nauwelijks te vermijden, zo komt rubber voor in elastiekjes, vlakgom en keukenhandschoen, in onderdelen van fiets en auto en in de leuning van een roltrap.

Klinisch aspekt: Meestal is er sprake van een handeczeem dat geen specifieke kenmerken vertoont voor rubberallergie. Bij ander lokalisaties op het lichaam kan het vermoeden rijzen dat men te maken heeft met een rubberallergie en is er soms sprake van een wat ander klinisch aspekt.
Zo kan jeuk en oedeem aan de penis bij mannen wijzen op een allergie voor bestanddelen van een condoom en pruritus vulvae bij vrouwen op een allergie voor bestanddelen van een pessarium. Andere opvallende lokalisaties zijn afwijkingen onder het elastiek in ondergoed en ter plaatse van duikbril, zwemvliezen of zwembrilletje. Sportschoenen kunnen rubberadditiva bevatten. Bij een eczeem aan de voeten moet men hier verdacht op zijn, vooral bij jonge volwassenen.

Type IV rubber-allergenen:
* Thiuramverbindingen (thiuram mix, standaardreeks): zwavelhoudende verbinding in het rubber
* Mercaptoverbindingen (mercapto mix en mercaptobenzothiazole, europese standaardreeks). Evenals thiuramverbindingen zijn deze zwavelhoudend.
* p-Phenyleendiamine derivaten (black rubber mix, europese standaardreeks). Deze stoffen voorkomen het optreden van scheurtjes en barsten door uitdroging van rubber. In strikte zin zijn het anti-oxidantia en anti-ozon-verbindingen.


RUBBER: KRUISREACTIE MET ANTABUS

Antabus is tetraethylthiuramdisulfide, een stof die in de rubberfabricage wordt gebruikt. Orale toediening of implantatie van antabus bij mensen die door contact met rubber gesensibiliseerd zijn voor deze thiuramverbinding, leidt tot heftige en uitgebreide eczemateuze reakties op het lichaam. Bij toediening van antabus moet altijd aan deze mogelijkheid gedacht worden. Kruisreaktie met andere thiuramverbindingen is mogelijk.


RUBBERADDITIVA: THIOUREA

Een groep van rubberadditiva (bijvoorbeeld dimethylthiourea, ethylbutylthiourea) die de laatste jaren regelmatig aanleiding geven tot type IV allergieƫn. Opvallend is dat de problemen nogal eens optreden met produkten waarbij men de aanwezigheid van deze rubberadditiva niet direkt verwacht, bijvoorbeeld in industrieel fotokopieerpapier, plastics, pvc tape, textiel en sportschoenen.


CONTACTURTICARIA T.G.V. RUBBER

Reactie op handschoenen, soms op condoom. Een eiwitfraktie in het latex is waarschijnlijk het allergeen. Bij gebruikers van rubber handschoenen is het van groot belang deze allergie te differentiƫren van een type I allergie voor een eiwitbestanddel uit maiszetmeel, dat gebruikt kan worden als handschoenpoeder. De huidafwijkingen manifesteren zich na enkele minuten op de contactplaats, met jeuk, oedeem, roodheid en urticaria. Uitbreiding naar andere delen van het lichaam, bijvoorbeeld onderarmen en gelaat komt voor, soms gepaard gaande met conjunctivitis en rhinitis, en in zeldzame gevallen zelfs met algemene verschijnselen zoals benauwdheid en duizeligheid.


DEPIGMENTATIE DOOR RUBBER

Bij werknemers in de rubberindustrie kan depigmentatie optreden op de contactplaatsen met rubberadditiva. Meestal zijn het depigmentaties aan de vingers en op de handruggen. Het beeld kan lijken op een gewone vitiligo, maar, in tegenstelling tot de gewone vitiligo, blijven de afwijkingen beperkt tot de contactplaatsen. Bekende veroorzakers zijn hydrochinonverbindingen, bijvoorbeeld de monobenzylether van hydrochinon. Depigmentatie is ook beschreven rond de ogen bij zwemmers door het gebruik van bepaalde typen zwembrilletjes.


Auteur(s):
dr. H.B. van der Walle. Dermatoloog, ZH Rijnstate, Arnhem.

20-12-2016 (HBW) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter