RÖNTGEN DERMATITIS en RÖNTGEN ULCUS (RADIATION DERMATITIS) home ICD10: L58.9

Röntgendermatitis (dermatitis e radii röntgen, radiation dermatitis) is onder te verdelen in acute röntgendermatitis (radiodermatitis acuta, L58.0) en chronische röntgendermatitis (radiodermatitis chronica, L58.1). De acute röntgendermatitis ontstaat kort na de bestraling en kan bestaan uit erytheem, nattende huid, erosies, en ulceraties. Er wordt een indeling gebruikt in 4 graden van ernst voor de acute radiation dermatitis. Chronische röntgendermatitis ontstaat veel later en bestaat uit poikiloderma-achtige huidveranderingen met hyper- en/of hypopigmentatie, teleangiëctasiën, witte atrofische gebieden, littekens, erosies en ulceraties, verlies van adnexen, en veel fibrose (induratie, bewegingsbeperking, fixatie aan onderliggende structuren, contractie). In een chronische röntgendermatitis kunnen ulcera ontstaan. Dit wordt een röntgenulcus genoemd (dermatitis e radii röntgen ulcerosa, radiation ulcer, L58.12). Röntgenulcera zijn moeilijk te genezen en kunnen recidiveren op dezelfde plek of een andere plek in het bestraalde gebied. De genezingstendens is slecht omdat de cellen die normaalgesproken zorgen voor herstel (fibroblasten, endotheelcellen, keratinocyten) ook kapot gestraald zijn en hun delingsvermogen hebben verloren. In bestraalde huid kunnen nieuwe maligniteiten ontstaan, vooral plaveiselcelcarcinoom en basaalcelcarcinoom.

Röntgendermatitis Röntgendermatitis
röntgendermatitis röntgendermatitis

Röntgendermatitis Röntgendermatitis
röntgen-ulcus röntgen-ulcus

In de beginjaren van de radiotherapie werd röntgendermatitis gezien aan de handen van radiologen en stralingslaboranten die zonder goede bescherming werkten. Dat komt niet meer voor. Ook chronische röntgendermatis bij patiënten komt tegenwoordig steeds minder vaak voor omdat de bestralingsdosis wordt gefractioneerd (de benodigde dosis wordt verdeeld over meerdere afspraken) en beter wordt gedoseerd en gericht.

Acute schade door radiotherapie begint binnen enkele dagen, en herstel begint 1-2 weken na de laatste bestraling. Snel delende weefsels zoals de huid en mucosa zijn het meest gevoelig. Klachten zijn dermatitis, mucositis, xerostomia, gewichtsverlies, slikklachten, veranderde smaak, misselijkheid en overgeven. Subacute schade zoals radiatie-pneumonie en radiatie-geïnduceerde leverafwijkingen beginnen twee weken tot 3 maanden na de bestraling. Chronische röntgenschade ontstaat pas na maanden tot jaren en kan bestaan uit röntgendermatitis en röntgenulcera, radiatie myelitis, radiatie necrose in de hersenen, darm-obstructie, oesofagusstrictuur, en secundaire maligniteiten.

Acute röntgendermatitis wordt bij circa 95% van bestraalde patiënten gezien. Het begint na enkele dagen. De ernst hangt af van de totale dosis, het aantal giften, en de grootte van het oppervlak. Het wordt ingedeeld in 4 graden:

National Cancer Institute Grading System for Radiodermatitis:
0 1 2 3 4
- No symptoms - Faint erythema
- Dry desquamation
- Epilation
- Decreased sweating
- Bright or tender erythema
- Moist desquamation within skin folds
- Moderate edema
- Moist desquamation outside of skin folds
- Pitting edema
- Ulceration
- Necrosis
- Bleeding


Therapie:
Preventieve maatregelen: zorg voor een goede hygiëne tijdens de bestralingen. Gebruik milde en PH neutrale zepen (Dove, Neutral, Zwitsal babyzeep). Zorg dat de huid schoon en droog is. Vermijd parfum en alcohol bevattende lotions en andere producten. Geen lotions op de huid kort voor de bestraling. Vermijd zonlicht. Niet krabben. Voorkom beschadiging van de huid.

Er zijn geen producten die stralingsschade kunnen voorkomen, er zijn wel producten die de klachten bij acute radiatie dermatitis kunnen verzachten, zoals hydraterende lotions of crèmes. Lokale corticosteroïden kunnen de roodheid en pijn verminderen, maar voorkomen de lange termijn schade niet en hebben ook bijwerkingen (atrofie, infectie). Gebruik ze niet te lang (enkele dagen, maximaal 2 weken) en niet hoger dan klasse I of II. Lokale antiseptica (chloorhexidine crème, specialités met triclosan, fusidinezuur) kunnen worden gebruikt indien nodig. In de VS worden vaak crèmes met antioxydanten gebruikt (o.a. vitamine E), en ook met plantaardige extracten (aloe vera). Die worden als aangenaam ervaren door de patiënten maar het is niet aangetoond dat er enig effect van uitgaat, boven het effect van een indifferente hydraterende crème. Voor de chronische röntgendermatitis bestaat geen behandeling.

Bij ulcera producten gebruiken die een vochtig wondmilieu creëren zoals hydrogels, aquacel, gelsheets, hydrocolloidverbanden. Niet-adhesieve verbanden of eilandpleisters hebben de voorkeur (geen kleeflagen op al beschadigde huid). Verder normale wondbehandeling principes inclusief het verwijderen van necrose en behandelen van infecties. Röntgenulcera kunnen zeer moeilijk te genezen zijn. Transplantaten slaan matig aan omdat de bodem niet goed is. Hyperbare zuurstof is een optie. Soms moet het gebied in zijn geheel worden geëxcideerd en vervangen door gezonde huid middels een verschuivingsplastiek of gesteelde lap (consult plastische chirurgie).

Producten van de apotheek:
R/ Cremor lanette I FNA of cremor cetomacrogolis FNA.
R/ Cremor vaselini lanette FNA of cremor vaselini cetomacrogolis FNA.
R/ Vitamine E 10% in cremor cetomacrogolis; alpha-tocopherol 5-10% in cremor cetomacrogolis.
R/ Fusidine 2% crème.
R/ Chloorhexidine 1% crème FNA.

Vochtinbrengende cosmetica lijnen:
R/ Dermolin: Dermolin body crème, Dermolin herstellende crème, Dermolin bodylotion.
R/ Dove: Dove Beauty Moisture Dagcrème en Nachtcrème, Dove Body Butter Intensive Nourishment, Dove Body Cream, Dove Body Lotion, Dove Body Milk Essential Nourishment, en overige (www.nl.dove.com).
R/ Eucerin: Eucerin pH5 Herstellende zalf, Eucerin pH5 Body crème, Eucerin pH5 Bodylotion, Eucerin AtoControl Acute Care cream, Eucerin AtoControl Bodylotion, Eucerin Complete Repair Lotion, en overige (www.eucerin.nl).
R/ Neutral: Neutral bodymilk (bodylotion), Neutral baby crème (www.neutral.nl).
R/ Nivea: Nivea crème, Nivea Soft hydraterende crème, Nivea Verzorgende Body Milk, Nivea Sensitive Body Lotion, Nivea Repair & Care Herstellende Body Lotion, Nivea Repair & Care Body Crème, en andere (www.nivea.nl).
R/ Physiogel: Physiogel crème, Physiogel body lotion, Physiogel A.I. lotion en crème (www.drogehuidverzorging.nl).
R/ Vaseline Intensive Care: VIC Intensive Rescue Body Lotion Essential Moisture, VIC Intensive Rescue Herstellende & Beschermende Lotion ongeparfumeerd, VIC Intensive Rescue Moisture Locking Cream, VIC Intensive Rescue Verlichtende en Herstellende Balsem, en andere (www.unilever.nl).
R/ Zwitsal: Zwitsal crème, Zwitsal Droog Huidje crème, Zwitsal Body Lotion, en overige (www.zwitsal.nl).

Wondbedekkers (zie ook www.wondbedekkers.nl):
R/ Hydrogels (IntraSite Gel, Nu-gel).
R/ Hydrogel sheets (Omiderm).
R/ Hydrofibers (Aquacel).
R/ Hydrocolloid verband (Duoderm).


Referenties
1. Radvansly LJ, Pace MB, Siddiqui A. Prevention and management of radiation-induced dermatitis, mucositis, and xerostomia. Am J Health-Syst Pharm 2013;70:1025-1032. PDF
2. Kodiyan J, Amber KT. Topical antioxidants in radiodermatitis: a clinical review. Int J Palliat Nurs 2015;2;21(9):446-452. PDF
3. Feigh D, Baney T, Bruce S, et al. Evidence-Based Interventions for Radiation Dermatitis. Clin J Oncol Nurs 2011:15(5):481-492.
4. McQuestion M. Evidenced-based skin care management in radiation therapy. Semin Oncol Nurs 2006;22:163-173.
5. Maddocks-Jennings W, Wilkinson JM, Shillington D. Novel approaches to radiotherapy-induced skin reactions: A literature review. Complement Ther Clin Pract 2005;11:224-231.
6. Bolderston A, Lloyd NS, Wong RK, Holden L, Robb-Benderman L. The prevention and management of acute skin reactions related to radiation therapy: a systematic review and practice guideline. Support Care Cancer 2006;14:802-817.
7. Mendelsohn FA, Divino CM, Reis ED, Kerstein MD. Wound care after radiation therapy. Adv Skin Wound Care 2002;15:216-224.
8. Hymes SR, Strom EA, Fife C. Radiation dermatitis: clinical presentation, pathophysiology, and treatment. J Am Acad Dermatol 2006;54:28-46.
9. Harper JL, Franklin LE, Jenrette JM, Aguero EG. Skin toxicity during breast irradiation: pathophysiology and management. South Med J 2004;97:989-993.
10. Schmuth M, Wimmer MA, Hofer S et al. Topical corticosteroid therapy for acute radiation dermatitis: a prospective, randomized, double-blind study. Br J Dermatol 2002; 146:983-991.
11. Dirier A, Akmansu M, Bora H, Gurer M. The effect of vitamin E on acute skin reaction caused by radiotherapy. Clin Exp Dermatol 2007;32:571-573.
12. Richardson J, Smith JE, McIntyre M, Thomas R, Pilkington K. Aloe vera for preventing radiation-induced skin reactions: a systematic literature review. Clin Oncol (R Coll Radiol) 2005;17:478-484.
13. Fisher J, Scott C, Stevens R, et al. Randomized phase III study comparing best supportive care to Biafine as a prophylactic agent for radiation-induced skin toxicity for women undergoing breast irradiation: Radiation Therapy Oncology Group (RTOG) 97-13. Int J Radiat Oncol Biol Phys 2000;48:1307-1310.
14. Wells M, Macmillan M, Raab G, et al. Does aqueous or sucralfate cream affect the severity of erythematous radiation skin reactions? A randomised controlled trial. Radiother Oncol 2004;73:153-162.
15. Pommier P, Gomez F, Sunyach MP, D’Hombres A, Carrie C, Montbarbon X. Phase III randomized trial of Calendula officinalis compared with trolamine for the prevention of acute dermatitis during irradiation for breast cancer. J Clin Oncol 2004;22:1447-1453.
16. Escudero A, Nagore E, Sevila A, Sanmartin O, Botella R, Guillen C. Chronic X-ray dermatitis treated by topical 5-aminolaevulinic acid-photodynamic therapy. Br J Dermatol 2002 Aug;147(2):394-396.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

04-10-2015 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter