DARIER ZIEKTE VAN / DYSKERATOSIS FOLLICULARIS / KERATOSIS FOLLICULARIS home ICD10: Q82.8

De ziekte van Darier (dyskeratosis follicularis, Darier-White disease, keratosis follicularis) is een autosomaal dominante aandoening gekenmerkt door schilfering en crustae, vooral op de borst en de rug. Het komt bij 1 op de 30.000 tot 100.000 personen voor, treft zowel mannen als vrouwen en begint meestal op of na de tienerleeftijd (vanaf 11-15 jr). De oorzaak is een mutatie in het gen ATP2A2 dat betrokken is bij het intracellulaire calciumpomp mechanisme. Op onduidelijke wijze verstoort dit de opbouw van het desmosoom-keratine filament complex en daarmee de adhesie tussen keratinocyten. Er is gendiagnostiek beschikbaar, maar aanwezigheid van de mutatie betekent niet dat de ziekte ook tot expressie komt.

Klinisch beeld:
Roodbruine (soms huidkleurig, soms geel) papels, soms schilferend, of crustae, soms vettig verruceus. Symmetrische lokalisatie op borst, rug, schouder, gelaat, als bij seborroisch eczeem, en in fossa supraclavicularis. Inversa varianten zijn mogelijk (nattende lesies in de plooien, superinfectie). Een Darier kan ook segmentaal voorkomen. Vaak nagelafwijkingen (longitudinale witte of rode lijnen, groeven, V-vormige scheuren en onycholysis distaal), soms palmar pits. Op de handruggen kan acrokeratosis verruciformis voorkomen. Soms zijn er in de mondholte witte papels. Verder soms geassocieerd met circumscripte plantaire keratoderma, multiple epidermale cysten, dermatofibrosarcoma protuberans, verrucae, cutis verticis gyrata, gynaecomastie en neuropsychiatrische aandoeningen (m.n. bipolaire stoornissen). Darier wisselt in ernst, kan verergeren door zonlicht, hoge luchtvochtigheid, zweten, frictie, en door medicatie zoals lithium en prednison. Recidiverende infecties (bacterieel, herpes, mycosen) vormen een probleem (de huidbarriëre is verstoord).

Ziekte van Darier, dyskeratosis follicularis Ziekte van Darier, dyskeratosis follicularis Ziekte van Darier, dyskeratosis follicularis
ziekte van Darier ziekte van Darier ziekte van Darier

Ziekte van Darier, dyskeratosis follicularis Ziekte van Darier, dyskeratosis follicularis Segmentele Darier
ziekte van Darier ziekte van Darier segmentele Darier

Segmentele Darier Ziekte van Darier, dyskeratosis follicularis Acrokeratosis verruciformis bij Darier
segmentele Darier palmar pits bij Darier acrokeratosis verruciformis

Groeven, strepen en driehoekige groefjes nagelrand bij Darier Distale onycholyse en wigvormige inkepingen bij Darier Onychorrhexis
rode en witte lijnen distale wigvormige onycholyse groeven en deukjes


DD:
Hailey-Hailey disease (pemphigus benignus familiaris chronica), seborrhoïsch eczeem, epidermolysis bullosa simplex.

PA:
Het meest kenmerkende verschijnsel naast hyperkeratose, acanthose en papillomatose is acantholyse, met name van de cellen direct boven het stratum basale, waardoor, typisch gevormde spleten, de z.g. lacunae ontstaan. Opwaartse proliferatie in deze lacunae van dermale papillen die bekleed zijn met een enkele laag epitheelcellen (stratum-basale), waardoor een vlokachtig aspect ontstaat, de z.g. villi. Premature en onvolledige verhoorning (dyskeratose) van de epidermis; in sommige cellen ontstaan de z.g. corps ronds en grains (corps ronds zijn cellen met in het cytoplasma grote, ronde, homogene dyskeratotische vormsels, vaak rondom gedegenereerde kernen, omgeven door een heldere zone; de grains lijken op parakeratotische cellen maar zijn wat groter, terwijl de homogeen donkere kern de vorm heeft van een graankorrel).

Histologie van de ziekte van Darier Histologie van de ziekte van Darier Histologie van de ziekte van Darier
ziekte van Darier (PA) ziekte van Darier (PA) ziekte van Darier (PA)

Histologie van de ziekte van Darier Histologie van de ziekte van Darier Histologie van de ziekte van Darier
ziekte van Darier (PA) ziekte van Darier (PA) ziekte van Darier (PA)


Therapie:
Zon vermijden, goede zonprotectie met sunscreens. Verder symptomatische behandeling met lokale of systemische keratolytica. Bestrijden van secundaire infecties. Schone en luchtige katoenen kleding, niet te warm (zweten verergert het beeld).
R/ Calmurid of Calmurid HC, of andere keratolytica met ureum of melkzuur.
R/ Ureum 5% of 10% in vaselinelanettecrème FNA, ureum 10% in hydrocortisoncrème FNA, ureumzalf 10% FNA.
R/ vitamine A zuur 0.05% (tretinoïne crème 0.025-0.05% FNA, Acid A Vit crème 20g). Vermindert na langdurig gebruik de hyperkeratose. Eventueel onder occlusie. Kan teveel irriteren, zonodig om de dag of de irritatie bestrijden met lokale corticosteroïden.

Eventuele crustae en schilfering eerst verwijderen met:
R/ acidum salicylicum 2-6%, propyleenglycol 60, aqua ad 100.

Huid schoon houden met:
R/ Bactroban zalf, Fucidin (fusidinezuur) crème of zalf (15-30 g), Flammazine (zilversulfadiazine) crème (50 g).
R/ Betadine jodium Scrub (75 mg/ml 120/500 ml), Hibiscrub (chloorhexidine, 250-500 ml).
Bij ernstige superinfectie systemische antibiotica / antimycotica / antivirale middelen.

Eventueel antibiotica gecombineerd met lokale steroïden:
R/ Corticosteroïden klasse 2-3.
R/ 3% tetracyclinehydrochloride + 1% hydrocortison in oculentum simplex FNA.
R/ 3% tetracyclinehydrochloride + 0.1% triamcinolonacetonide in oculentum simplex FNA.
R/ triamcinolontetracyclinecrème FNA.
R/ Chloorhexidine 1% in hydrocortison of triamcinolon crème,
R/ Locacorten/vioform crème.

Retinoïden:
R/ Neotigason (acitretine) 0.25-0.75 mg/kg/dag. Startdosis 1 dd 10-25 mg. Na 2-4 weken verhogen naar 0.3-0.6 mg/kg/dag (maximaal 1.5 mg/kg/dg), bij effect afbouwen naar de laagste dosering die nog net werkt.
R/ Roaccutane (isotretinoïne caps à 2.5/10/20 mg, 0.5-1 mg/kg/dag) zou ook effectief zijn maar is niet geschikt voor langdurig gebruik.

Overige therapieën:
R/ Efudix (fluorouracil) crème (40 g). Alleen bij beperkte vormen.
R/ Metronidazol 2% in vaselinelanettecrème (Fagron, 30 g) of Flagyl (metronidazol) oraal. Werkt anti-inflammatoir.
R/ UVB lichttherapie kan effectief zijn maar kan ook averechts werken.
R/ Ciclosporine.
R/ Fotodynamische therapie (PDT).


patientenfolder


Referenties
1. Sehgal VN, Srivastava G. Darier's (Darier-White) disease / keratosis follicularis. International Journal of Dermatology 2005;44(3):184-192.
2. Munro CS. The phenotype of Darier's disease: penetrance and expressivity in adults and children. Br J Dermatol 1992;127 (2): 126-130.
3. Burg SM, Wilkinson JD. Darier-white disease: A review of the clinical features in 163 patients. J Am Acad Dermatol 1992;27: 40-50.
4. Gordon-Smith K et al. The neuropsychiatric phenotype in Darier disease. British Journal of Dermatology 2010;163 (3): 515-522.
5. Sakuntabhai A, Burge S, Monk S, Hovnanian A. Spectrum of novel ATP2A2 mutations in patients with Darier's disease. Hum Mol Genet 1999; 8(9):1611-1619.
6. Dicken CH, Bauer EA, Hazen PG, Krueger GG, Marks JG Jr, McGuire JS. Isotretinoin treatment of Darier's disease. J Am Acad Dermatol 1982;6(4):721-726.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

23-11-2012 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter