ECZEMA ALLERGICUM / CONTACTALLERGISCH ECZEEM / CONTACT ECZEEM home ICD10: L23.9

Contacteczeem kan worden onderverdeeld in allergisch contacteczeem en irritatief contacteczeem (orthoergisch contact eczeem). Bij irritatief contact eczeem is er geen allergie maar wordt het eczeem veroorzaakt door rechtstreekse irritatie van een agressieve stof, bijvoorbeeld terpentine.

Bij allergisch contacteczeem is er een type IV allergie ontstaan. Er zijn duizenden chemicaliën en plantaardige stoffen die een contactallergie kunnen opwekken. Meestal zijn het kleine moleculen (< 500 kd), die makkelijk door de epidermis kunnen doordringen. Bij atopisch eczeem is de huidbarrière verstoord, waarschijnlijk door een verminderde hoeveelheid fillagrine in de epidermis. Hierdoor hebben atopisch eczeem patiënten een verhoogd risico op het krijgen van contacteczeem.

Een contact eczeem moet zich ontwikkelen. Dit kan binnen 10-14 dagen na eerste blootstelling aan een allergeen. Eenmaal gesensibiliseerd kan het eczeem binnen enkele uren tot dagen na contact met het allergeen ontstaan.

Pathogenese:
Het contactallergeen bindt zich aan Langerhans cellen die in de epidermis aanwezig zijn. De Langerhans cellen presenteren het antigeen aan CD4+ T cellen (helper T cellen). De Langerhans cellen kunnen vanuit de epidermis via de lymfbanen naar de regionale lymfklieren migreren en daar het antigeen aanbieden. De T-lymfocyten migreren naar de epidermis en veroorzaken een ontsteking. De lymfocyten (CD4+ CCR10+ memory T cells) blijven langdurig in de dermis aanwezig.

Mechanisme contacteczeem

Klinisch beeld:
variabel, in acute fase erytheem, oedeem, vesikels, soms bullae, in chronische fase erythematosquameuze laesies. Het eczeem ontstaat daar waar het contact met het allergeen was. Soms ontstaat een reactie op afstand (ide reactie).

eczema contactallergicum op laarzen eczema contactallergicum op laarzen contactallergisch eczeem
contacteczeem (laarzen) contacteczeem (laarzen) contacteczeem

contactallergisch eczeem contactallergisch eczeem contactallergisch eczeem
contacteczeem (nikkel) contacteczeem (cosmetica) contacteczeem (pleisters)


Diagnostiek:
Soms een biopt. Een biopt differentieert echter slecht tussen verschillende soorten eczeem.
Bij serieuze verdenking op contact eczeem (de lokalisatie moet op logische wijze verklaard kunnen worden door direct of indirect contact met een toegepast product) patiënt doorverwijzen voor allergologisch onderzoek. De patiënt moet weten dat alle gebruikte producten moeten worden meegebracht, vooral alle cosmetica (geef een folder mee).

Therapie:
In acute fase (erytheem, oedeem, vesikels, soms bullae) indrogend met sterke (klasse II-IV) corticosteroïd crèmes. Soms zijn vochtige omslagen zinvol.
Ook zinkoxidesmeersel gecombineerd met corticosteroiden is in deze fase mogelijk. Later overschakelen op vetcrèmes of zalf.
R/ Corticosteroïden klasse II-IV in indrogende basis. Voor de handen klasse III-IV.
R/ Zinkoxide 10% in triamcinoloncrème FNA.
R/ Zinkoxidesmeersel en Betnelan of Dermovate crème 1:1 (aa). Dit is ook geschikt bij contacteczeem bij ulcus cruris, kan onder een compressieverband worden aangebracht). Het beste is om ter plaatse de twee componenten zelf door elkaar te mengen (60 g zinkoxide smeersel met 2 tubes van 30 g steroïd crème) omdat veel apothekers geen magistrale therapie meer willen maken.

Zie ook:contactallergie voor:
cosmetica
formaldehyde
groenten en fruit
handschoenen
kappersprodukten
medicamenten
metalen
planten en bloemen
plastics en lijmen
polyurethaanpolymeren
rubber

link: www.infal-derm.be

allergologisch onderzoek: verschillende testen
allergologisch onderzoek (principe)
allergologisch onderzoek (achtergrondinformatie
plakproeven: standaardreeksen
lijst van contactallergenen (stofmonografieën met CAS nummers en formules)


patientenfolder


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

10-09-2017 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter