ECZEMA NUMMULARE (NUMMULAIR ECZEEM) home ICD10: L30.0

Eczema nummulare (synoniemen: nummulair eczeem, discoid eczema, microbial eczema, nummular neurodermatitis, Sulzberger-Garbe syndroom) is een variant van eczeem waarbij enkele of multipele ronde of ovale, jeukende eczeemplekken verschijnen op het lichaam. De naam is afgeleid van het latijnse nummus (munt), en betekent muntgrote plekken. Het is niet precies duidelijk wat dit voor een eczeem is en waar het door veroorzaakt wordt. Het komt op elke leeftijd voor, maar vooral rond de 60 en heeft dan een chronischrecidiverend beloop. Bij kleine kinderen (0-4 jaar) komt ook nummulair eczeem voor (vooral op de romp), dit is in de meeste gevallen een nummulaire variant van atopisch eczeem. Het nummulair eczeem op oudere leeftijd is niet gekoppeld aan een atopische constitutie, komt ook bij niet-atopici voor.

Klinisch beeld:
Muntgrote (1-4 cm) ronde of ovale erythematosquameuze jeukende laesies, kan op het hele lichaam zitten, lichte voorkeur voor de benen, maar ook op de buik, armen, handen, voeten. Vaak hebben patiënten ook een droge huid. Begint soms als een groepje kleine eczeempapeltjes of vesikels die langzaam uitbreiden tot annulaire laesies of conflueren tot grotere plaques. Soms met gelige crustae, superinfectie met S. aureus komt voor (dd: impetigo). Kan hyperpigmentatie of hypopigmentatie veroorzaken.


Nummulair eczeem Nummulair eczeem Nummulair eczeem
nummulair eczeem nummulair eczeem nummulair eczeem

Nummulair eczeem Nummulair eczeem Nummulair eczeem
nummulair eczeem nummulair eczeem nummulair eczeem

DD:
atopisch eczeem, contacteczeem, xerosis cutis, craquelé eczeem, orthoergisch eczeem, psoriasis, parapsoriasis (pityriasis lichenoides chronica, superficial scaly dermatitis, large plaque parapsoriasis), mycose (ringworm), impetigo, morbus Bowen, subacute LE, pityriasis rosea, fixed drug eruption, mycosis fungoides, cutaan T-cel lymfoom, ide-reactie op S. aureus of mycose.

Therapie:
Huid in goede conditie houden (indifferente therapie), uitdroging voorkomen (niet te heet douchen, niet teveel zeep, gebruik body lotions, badolie, etc).Locale corticosteroïden klasse 3-4. Eventueel antihistaminica tegen de jeuk. In ernstige gevallen UVB.
Andere oorzaken uitsluiten zoals contacteczeem (nikkel, chroom, formaldehyde, lokale geneesmiddelen en cosmetica), orthoergisch eczeem, xerosis cutis, craquelé eczeem, overmatig gebruik van zeep of andere agressieve stoffen, atopisch eczeem, hypostatisch eczeem, trauma, insectensteken, schaafwonden, fixed drug eruption, medicatie (isotretinoïne, interferon), impetigo.

R/ Corticosteroïden klasse 3-4 lokaal (Diprosone, Betnelan, Dermovate). Zonodig onder occlusie.
R/ Nummulair atopisch eczeem bij kinderen klasse 2 of 3 corticosteroïden (triamcinolon, Cutivate) of pix lithanthracis 5-10% in pasta zinci oxidi.
Combinaties van een steroid en een teerpreparaat zoals:

R/ koolteer oplossing (LCD) 10%, triamcinolon 0.1% in vaselinelanettecrème FNA. Tube 30 g (Fagron nr. 5104).
Bij superinfectie of verdenking op impetigo antibiotica gericht op S. aureus:
R/ Floxapen (flucloxacilline) 3 dd 500 mg. Dosering kinderen: zie tabel.
R/ Prednisolon stootkuur in ernstige gevallen, start met 40 mg en bouw af in 2 weken (zie voorbeeld) of in 3 weken (zie voorbeeld).
R/ UVB of PUVA therapie.


patientenfolder


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

17-05-2014 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter