|
EFFLORESCENTIES, DIFFERENTIËLE DIAGNOSE |
|
Bottumor hand |
vast of hard aanvoelende tumoren uitgaande van het bot van de hand (benigne of maligne). |
|
pseudotumoren |
Normaal botweefsel, uitstekend op abnormale plaatsen 1.
Heberden nodus (botvorming aan dorsale zijde van distale interfalangeale
gewricht, bij osteo-artritis). 3.
Exostosen (plaatselijke goedaardige woekering van botweefsel aan
buitenzijde bot). Komt ook voor in multipele hereditaire vorm.
Oorspronkelijk kraakbeen woekering, die secundair kan verbenen. 4.
Gedisloceerd gewricht/botdeel (bijvoorbeeld: semi-lunaire dislocatie). 5.
Accessoir processus styloideus (naar dorsaal uitstekend botgedeelte van 3e
os metacarpale vlak bij carpo-metacarpale gewricht). 6. Madelung's deformiteit (abnormale zwelling t.h.v. polsgewricht, bij jonge vrouwen, veroorzaakt door een ontwikkelingsstoornis in de distale radiusepifyse). |
|
tumoren die het bot aantasten of verdringen (opheldering op röntgen foto) maar er niet van uitgaan |
1.
Epidermoid cyste/traumatische epitheelcyste, implantatie cyste
(epitheelcyste met keratine inhoud, die secundaire cysteuze botverandering
kan veroorzaken). 2.
Giant cell tumor (benigne ingekapselde tumor, onbekende aetiologie,
uitgaande van peesbladen, gewrichtsbanden of synovia). Ook in botweefsel. 3.
Xanthoom 4.
aneurysmatische botcyste (erosie van botweefsel door aneurysma arterie). 5.
Glomustumor, angioneuroma 6.
Osteomyelitis (bot destruerende infectie). 7.
Jicht (tophus, bevattende urinezuur kristallen, kan secundaire erosie bot
veroorzaken). 8.
Metastasen (zeldzaam in de hand). 9. Maligne giant cell bottumor (15% van de giant cell tumoren is maligne, met een 5 jrs overleving van 25%). |
|
tumoren die (bot-) hard kunnen aanvoelen maar niet van botweefsel uitgaan |
1. Ganglion (cyste uitgaand van synovia van gewricht of peeskoker, gevuld met helder kleurloos slijm).
Meest voorkomende hand tumor
- dorsaal/volair aan de pols 2. Fibroom (bindweefsel tumor (benigne) uitgaande van huid, subcutaan weefsel of fascia aan volaire/dorsale zijde van de hand).
Komt zelden voor in de
hand. |
|
benigne bot tumoren |
1.
Enchondroma (congenitale kraakbeen hyperplasie, gaat uit van spongiosa,
komt vooral aan handen en voeten voor). Bestaat uit kraakbeen en
bindweefsel met daarin soms kleine foci van calcificatie/ossificatie.
Meest voorkomende (90%) bottumor van de hand. Komt ook in multipele vorm
voor (M. Ollier), bij haemangiomen (syndr. van Maffuci). Erodeert het
omringende bot. 2.
Ecchondroma, osteochondroom (kraakbeen hyperplasie, niet binnen botcontour
blijvend, uit zich als hard botuitsteeksel). Komt in multipele vorm voor
geassocieerd met hereditair exostosen. Tweede bottumor van de hand. 3.
Osteoid osteoma (kleine goedaardige bottumor, meestal in cortex beginnend,
zelden > 1 cm). Zone van verhoogde calcificatie/botnieuwvorming. 4.
Periosteaal chondroom (kraakbeen woekering uitgaande van periost). 5.
Bot cyste. Meestal symptoomloos, toevalsbevinding op röntgenfoto. Komt
ook multipel voor (osteitis fibrosa cystica). |
|
maligne bot tumoren |
1. Osteogeen sarcoom (mesenchamale celtumor met osteoblastische differentiatie). Primaire botnieuwvorming door tumorcellen. Vaak tevens kraakbeen en/of bindweefselvorming (weke delen tumor).
- botdestructie, botnieuwvorming, weke delen tumor
- hard en hobbelig (mengtumor: weker) 2.
Chondrosarcoom (maligne kraakbeentumor, ontstaat centraal, corticaal, of
in periost). Kan secundair verbenen. 3. Ewing's tumor (zeer maligne, ongedifferentieerde medullaire tumor, waarschijnlijk uitgaande van endotheliale cellen).
Zeer zeldzaam in de
hand. 4. Metastasen |
04-01-2008 (JRM) - www.huidziekten.nl