EFFLORESCENTIES / EFFLORESCENTIELEER home

Efflorescenties (Latijn voor ‘opbloeisels’) zijn gedefinieerde veranderingen aan de huid die typerend kunnen zijn voor een bepaalde huidziekte, en die de huidziekte vormen. Een huidziekte kan opgebouwd zijn uit één of meerdere efflorescenties, bijvoorbeeld één of meerdere papels of plaques. Over de preciese definitie van de efflorescenties bestaat internationaal geen consensus. Op huidziekten.nl worden de definities van Sillevis Smitt aangehouden, met kleine correcties om niet strijdig te zijn met het leerboek van Bolognia.

Beschrijving van de verschillende efflorescenties:
Abces Nieuw gevormde holte gevuld met pus, zonder eigen wand.
Atrofie Afname van volume van huid-samenstellende elementen (epidermis, dermis of subcutis).
Bulla Als vesicula, maar > 1 cm, subcorneaal, intra-epidermaal of subepidermaal. Gevuld met helder vocht, soms hemorrhagisch of purulent.
Carbunkel Conglomeraat van furunkels (negenoog).
Collerette Kraagvormig, ringvormig kransje van schilfers resterend van opengebarsten vesicula.
Comedo Afgesloten talgklieruitvoergang, met ophoping van talgklier-materiaal (meeëter).
Craquelé Gebarsten, grof netwerk van fijne barstjes.
Crusta Korst, samengesteld uit ingedroogd exsudaat, fibrine, bloed, cellen, necrotisch materiaal of vuil.
Cyste Afgesloten holte met eigen epitheelwand, gevuld met vocht, cellen of door secernerende cellen gevormd product, b.v. talg, mucus, of synoviale vloeistof.
Dyschromia Niet nader omschreven verkleuring v.d. huid, die niet berust op vaatverwijding, niet wegdrukbaar, niet afwasbaar.
Dystrofie Verkeerde samenstelling, groeistoornis of degeneratie van de huid of andere organen, weefsels of cellen.
Ecchymose Maculaire, grote, oppervlakkige rode of paarse bloeduitstorting.
Eczema Een met vochtontwikkeling gepaard gaande ontstekingsreactie van epidermis en dermis; niet gekenmerkt door een enkel verschijnsel, maar door verschijnselen die naast en na elkaar kunnen voorkomen, zoals roodheid, zwelling, blaasjes, puistjes, erosies, rhagaden, crusta, schilfers, lichenificatie; onregelmatig begrensd, neiging tot perifere uitbreiding.
Erythemato- squameus Door ontsteking veroorzaakte roodheid en schilfering van de huid.
Erosie Oppervlakkig defect beperkt tot de epidermis, geen puntbloedingen te zien.
Excoriatie Defect tot in de dermis, puntbloedingen te zien.
Erytheem Tijdelijke wegdrukbare roodheid van de huid, berustend op vaatverwijding.
Erytrodermie Gegeneraliseerde huidafwijking met diffuse ontstekingsroodheid berustend op uitgebreide vasodilatatie, vaak (afhankelijk van de oorzaak) tevens schilfering van de huid.
Fissuur Kloof, scheur, inscheuring van de huid, variërend van oppervlakkig tot diep (synoniem: rhagade).
Fistel Gang, tunnel, meestal met epitheel bekleed, verbinding tussen in de diepte of op afstand gelegen ontstekingshaard of holte en de buitenwereld.
Furunkel Diepe (stafylococcen) folliculitis met centrale necrose (steenpuist).
Hyperkeratose  Moeilijk te verwijderen schilfers, verdikt stratum corneum, cellen geheel verhoornd en kleurloos, samenhang v.d. cellen groter dan normaal.
Hypertrofie Toename van volume der huid-samenstellende elementen.
Lichenificatie Vergroving van het huidrelief, verdikking van de huid met accentuatie van de huidlijnen door chronisch krabben of wrijven.
Macula Omschreven kleurverandering in het niveau van de huid zonder verdere epidermale of dermale afwijkingen.
Nodulus Circumscripte palpabele verhevenheid (meestal solide) in de huid (epidermis, dermis) of onder de huid (subcutis) < 1 cm
Nodus Circumscripte palpabele verhevenheid (meestal solide) in de huid (epidermis, dermis) of onder de huid (subcutis) > 1 cm
Papel Circumscripte solide verhevenheid uitgaande van de huid (epidermis en adnexen of dermis) < 1 cm, ontstaan door cel, weefsel of vochttoename.
Parakeratose Gemakkelijk loslatende schilfers, kernen behouden tot in stratum corneum, t.g.v. versneld verhoorningsproces (geen tijd voor 'afwerking').
Petechiae Kleine (1-2 mm) puntvormige bloeding (erytrocyten extravasatie) in de huid, niet wegdrukbaar
Plaque Solide, plateau-achtige (afgevlakte) verhevenheid van de huid >1 cm, veroorzaakt door toegenomen dikte van epidermis en/of dermis.
Purpura Rode, blauw-rode of paarse verkleuring van de huid door een bloeding (erytrocyten extravasatie), niet wegdrukbaar.
Pustula Zichtbare holte gevuld met purulent vocht, pus, zonder eigen wand, < 1 cm meestal in epidermis gelegen (puist).
Rhagade Inscheuring v.d. huid, variërend van oppervlakkig tot diep (kloofje, fissuur).
Schilfering Pityriasiform: parakeratose, zemelachtig, zeer klein, lijkt poeder.
Psoriasiform: parakeratose, plaatjesvormig, wit, zilverachtig glanzend (als kaarsvet).
Ichthyosiform: visschubachtig, in rijen naast elkaar, ruitvormig.
Keratotisch: eeltachtig, brokkelig.
Sclerose Gelocaliseerde of diffuse bindweefselverharding.
Seborrhoisch Geel, vettige schilfering.
Squama Schilfer, loslatend conglomeraat van hoorncellen.
Teleangiëctasie Blijvende verwijding van capillairen en kleinere bloedvaatjes, wegdrukbaar.
Tuber Solide uitstekende verhevenheid > 1 cm.
Tumor Gezwel, nieuwvorming (benigne of maligne).
Ulcus Defect van de huid tot in de subcutis, tot onder het niveau van de haarfollikels (full-thickness).
Urtica Vluchtige, vlakke, rode of bleke omschreven verhevenheid van de huid berustend op oedeem in de dermis, door vasodilatatie en verhoogde vasopermeabiliteit.
Vegetaties Uitgroeiing huidpapillen, prominerend kegelvormig, draadvormig of bloemkoolachtig (o.a. gewone wrat, woekeringen bij tropische infectieziekten).
Vesicula Zichtbare holte gevuld met helder vocht, zonder eigen wand, < 1 cm, in of vlak onder de epidermis.
Vulnus Beschadiging van de huid zonder onderliggend pathologisch proces.
Wond Verbreking van de samenhang van de huid.
 
Rangschikking, uitbreiding en vorm:
Annulair Ringvormig
Arciform Boogvormig
Bolrond Bolrond, koepelvormig ('dome-shaped')
Bolrond
met delle
Bolrond, koepelvormig ('dome-shaped'), met een indeuking er in (delle)
Circinair Onderbroken ringvormig
Circumscript Omschreven, beperkt tot een klein gebied
Concentrisch Meerdere centrifugaal uitbreidende en elkaar opvolgende ringen
Confluerend In elkaar overvloeiend
Corymbiform Moederlaesie met satelieten
Deckchair
fenomeen
Plooien in de huid, b.v op de buik, blijven vrij van de aandoening
Dendritisch Vertakt
Diffuus Aaneengesloten
Discreet Van elkaar gescheiden
Folliculair Follikelgebonden, beperkt tot de haarfollikels
Gedissemineerd Gelijkmatig verspreid over het gehele lichaam
Gegeneraliseerd Verspreid over het gehele lichaam
Gegyreerd Geslingerd, slingervormig
Gesteeld Op een basis die smaller is dan de laesie zelf
Grillig Onregelmatig van vorm, geen patroon in te herkennen
Hemisferisch Licht bol staand oppervlak
Herpetiform Gegroepeerd, groepje van laesies bij elkaar ('en bouquet')
Hobbelig Hobbelig, onregelmatige of regelmatige uitstulpingen van het oppervlak 
Kokardevormig Irisvormig of schietschijfvormig ('target lesion'), concentrisch met een centrum afwijkend van kleur
Lineair In een langwerpig patroon, lijnvormig
Opgeworpen rand Rand verheven t.o.v. het centrum van de laesie en/of de omgevende huid
Ovaal Ovaal van vorm
Papillomateus Hobbelig, wratachtig, onregelmatige of regelmatige uitstulpingen van het oppervlak 
Polygonaal Veelhoekig
Polycyclisch Meerdere ronde randen, ronde laesies die zijn geconflueerd tot 1 gebied
Ptychotroop Voorkeur voor de plooien van het lichaam (oksels, liezen, bilnaad, submammair, buikplooien)
Rechthoekig Rechthoekig van vorm
Regionaal Beperkt tot één lichaamsgebied, b.v. de bovenbuik, de sacrale regio
Reticulair Netvormig
Rond Rond van vorm
Segmentaal Beperkt tot 1 dermatoom
Solitair Enkelvoudige laesie
Spits Kegelvormig, uitstekend met een scherpe punt
Sporotrichoid Een aantal opeenvolgende laesies in het verloop van een lymfbaan
Verruceus Wrat-achtig, fluwelig oppervlak, hobbelig
Vlak Gehele laesie is gelijkmatig verheven boven het oorspronkelijk niveau van de huid (b.v. een kwaddel)
Universeel Uitgebreid over het gehele lichaam (geen enkel gebied blijft gespaard)


* In de tabel staan niet alleen de primaire efflorescenties, maar ook de overige definities van huidveranderingen.
* In Engelstalige leerboeken wordt geen onderscheid gemaakt tussen nodulus en nodus (nodule).
* Een papel heeft altijd een epidermale of dermale component. Een nodus kan ook onder de huid zitten.
* Een ulcus reikt per definitie tot in de subcutis, meer specifiek tot onder het niveau van de haarzakjes. In de haarfollikel ter hoogte van de aanhechting van de m. arrector pili is een groepje stamcellen gelokaliseerd van waaruit een complete haarfollikel, maar ook de complete huid kan regenereren. Reikt de schade tot onder dit niveau, dan moet al het nieuwe epitheel vanaf de randen ingroeien. Alleen al daarom geneest een ulcus langzaam; daarnaast is er vaak ook een oorzaak die eerst moet worden weggenomen alvorens het ulcus kan genezen.


Prints:
Lijst Efflorescenties (PDF)
Lijst Rangschikkingen (PDF)
Lijst PROVOKE (PDF)

Zie ook onder PROVOKE


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

08-08-2018 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter