EPIDIDYMITIS home ICD10: N45.9

Epididymitis is een acute of chronische ontsteking van de epididymis met (eenzijdige) zwelling, scrotale roodheid, pijn en soms gepaard gaande met pyurie of urethritis. Wordt (bij jonge mannen) vaak door Chlamydia veroorzaakt (ICD10 A56.1), of door gonorroe (ICD10 A54.21). Zie ook onder chlamydia en gonorroe. Het kan voorkomen als complicatie bij urethritis; bij bacteriurie; bij systemische infecties, t.g.v. traumata en soms t.g.v. medicatie (o.a. amiodarone). Bij chronische epididymitis: cave onderliggend lijden, b.v. chronische prostatitis. Complicaties: abcesvorming en infarcering v.d. testis resulterend in gangreen. Infertiliteit bij dubbelzijdige epididymitis.


Meest voorkomende verwekkers:
Prepubertale mannen:
Coliformen, Pseudomonas aeruginosa, M. tuberculosis en idiopatisch. Cave anatomische anomaliën en hematogene verspreiding van infecties van andere origine.

Puberteit tot 35 jaar:
Chlamydia trachomatis, N. gonorrhoea, soms coliformen, Pseudomonas aeruginosa, Mycobacteriën. Predisponerende factoren: SOA.

Mannen > 35 jaar:
Coliformen, Pseudomonas aeruginosa, soms Chlamydia, gonorroe, Mycobacteriën, H. influenza. Predisponerende factoren: chronische prostatitis (coliformen, Pseudomonas aeruginosa) en urogenitale pathologie.

Zeldzamere verwekkers:
TBC (vaak dubbelzijdige epididymitis), verder S. pneumoniae, Brucella, N. menigitidis, T. pallidum en vele anderen. Ook Histoplasma, coccidiomycose en cryptococcosis. Mogelijk zou Trichomonas vaginalis nog een rol kunnen spelen.


DD: Torsio testis (cave na 4 uur infarcering!), testiscarcinoom, hydrocèle, spermatocèle, varicocèle en hernia.

Therapie:
Bij verdenking op epididymitis ICC urologie. Indien dat niet op korte termijn mogelijk is, na afname van materiaal voor SOA-onderzoek blind starten met antibiotica:
R/ ceftriaxon 250 mg i.m., gevolgd door doxycycline 2 dd 100 mg gedurende 10 dagen.
R/ Bactrimel (cotrimoxazol) 2 dd 960 mg (2 dd 2x480 mg), i.v.m. mogelijke gonorroe eerste 3 dagen dubbel doseren. Eventueel nog 1 week langer continueren.
Ondersteunende maatregelen: bedrust, koelcompressen, suspensoir. Eventueel corticosteroïden oraal (bij dreigende afsluiting zaadleiders), antiflogistica, analgetica. Bij pyurie en koorts tobramycine i.v.
Partner: behandelen op geleide van SOA-onderzoek. Controle: op geleide klinisch beeld; controlekweken.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

31-12-2009 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter