ECCRIENE NAEVUS / NAEVUS ECCRINUM home ICD10: L98.8

Er worden twee soorten eccriene naevi onderscheiden: een temporaal voorkomend type, geassocieerd met vasculaire proliferatie (eccrine angiomatous hamartoma) en een pure eccriene naevus, een gebied met alleen focale hyperhidrosis. Een pure eccriene naevus is extreem zeldzaam. De meeste beschreven gevallen waren gelokaliseerd op de onderarmen, maar het kan ook elders op het lichaam voorkomen, op de extremiteiten, de voet, de romp, of in de hals.

Eccriene naevus
eccriene naevus


Klinisch beeld:
Het klinisch beeld is variabel. Meestal is er alleen een gebied met lokale hyperhidrosis, aan te tonen d.m.v. de jodium-zetmeel proef, zonder zichtbare huidafwijkingen. Soms is er een lichte hyperpigmentatie of licht erytheem. Er zijn ook varianten met lineair gerangschikte papels, of bruine verzonken plaques of nodi.

DD:
Unilaterale gelokaliseerde hyperhidrose door afwijkingen in het sympathische zenuwstelsel, neuropathie, intrathoracale tumoren, idiopathisch, auriculotemporaal syndroom (syndroom van Frey). Lokale hyperhidrosis is ook beschreven bij POEMS syndroom, complex regionaal pijnsyndroom, pachydermoperiostosis, pretibiaal myxoedeem, blue rubber bleb nevus, eccrien angiomateus hamartoom, en glomustumoren.

Therapie:
R/ Aluminiumchloride oplossing 20% FNA (solutio aluminii chloridi 20% FNA), gebruik net als bij aluminiumhydroxychloride oplossing 15% FNA.
R/ Aluminiumhydroxychloride crème 20% FNA (cremor aluminii hydroxychloridi 20% FNA). Enkele malen per week voor het slapen gaan aanbrengen en 's nachts laten intrekken, 's ochtends afwassen.
R/ glycopyrronium 0.5%, 1% of 2% crème. In buitenland als specialité verkrijgbaar (prijzig).
R/ oxybutynine, start met 1 dd 2.5 mg, zonodig ophogen in stapjes van 2.5 mg tot 2 dd 5 mg. Eventueel verder verhogen tot maximaal 3 dd 5 mg.
R/ glycopyrronium (glycopyrrolate), start met 1 mg per dag, zonodig ophogen in stapjes van 1 mg tot 2-3 dd 1-2 mg.
R/ Botox injecties. Zie werkinstructie.
mes Excisie bij kleine laesies.


Referenties
1. Kawaoka JC, Gray J, Schappell D, Robinson-Bostom L. Eccrine nevus. Journal of the American Academy of Dermatology 2004:51(2):301-304.
2. Jung WK, Lee JS, Jung MJ, Whang KW, Kim YK. A case of eccrine nevus. Ann Dermatol 1995;7:270-272.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, Amsterdam UMC.

27-06-2022 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



Diagnosecodes:
ICD10 L98.8 Overige gespecificeerde aandoeningen van huid en subcutis: eccriene naevus
ICD10 L98.8 Other specified disorders of skin and subcutaneous tissue: eccrine naevus
SNOMED 239116006 Eccrine naevus
DBC 15 Naevi (alle vormen)