FAMMM SYNDROOM (DYSPLASTISCH NAEVUS SYNDROOM)

codes 0216.9029 / D22.971

 

FAMMM-syndroom (Familial Atypical Multiple Mole/Melanoma syndrome); Dysplastisch Naevus Syndroom (DNS)

Het blijkt dat het hebben van zeer veel dysplastische naevi en inherent daaraan het hebben van een verhoogde kans op het ontstaan van melanomen familiair kan voorkomen. Dit syndroom staat bekend onder de naam FAMMM syndroom, dysplastisch naevus syndroom, BK-mole syndroom (B.K. was een patiënt), of hereditair dysplastisch naevus syndroom (OMIM 155600). De nieuwe internationale naam is FAMMM-syndroom (Familial Atypical Multiple Mole/Melanoma syndrome).

 

Criteria voor de diagnose FAMMM syndroom

De diagnose FAMMM syndroom wordt op klinische gronden gesteld als melanoom voorkomt bij twee eerstegraads familieleden of bij drie familieleden ongeacht de graad.

 

Gezien de samenhang tussen aanleg voor melanoom en voor pancreascarcinoom is er ook verdenking op FAMMM bij voorkomen van de combinatie melanoom en pancreascarcinoom (bij één patiënt of bij verschillende familieleden). Het belangrijkste met FAMMM geassocieerde gen is het CDKN2A (p16) gen op chromosoom 9p.

Bij erfelijke aanleg voor melanoom treden de huidtumoren op relatief jonge leeftijd op en zijn er vaak (bij > 30% van de patiënten) multipele melanomen. Omgekeerd is bij multipele melanomen DNA-diagnostiek geïndiceerd. Een jonge leeftijd waarop de diagnose melanoom wordt gesteld lijkt op zich onvoldoende reden voor DNA-diagnostiek.

Voor p16-mutatiedragers is de kans op melanoom circa 70%. De kans wisselt naar geografische localisatie van de betreffende bevolkingsgroep.  Mutatiedragers hebben een verhoogde kans op pancreascarcinoom. Er zijn aanwijzingen, dat dragers van de specifieke p16-Leiden mutatie (een 19bp deletie) een verhoogde kans hebben op hoofd-hals tumoren en op longkanker.

 

DNA-diagnostiek

Patiënten met verdenking op erfelijk melanoom komen in aanmerking voor CDKN2A-mutatiediagnostiek. Dit kan worden bepaald in Leiden (zie aanvraagformulier). Bij ongeveer 40% van de families met erfelijk melanoom wordt een kiembaanmutatie in dit gen gevonden. In de andere circa 60% van de families spelen andere grotendeels nog onbekende genen een rol. 

 

In onderstaande tabel staan kenmerken van patiënten voor wie de kans op dragerschap van een CDKN2A-mutatie 10% of meer is. 

 

Patiënten met melanoom voor wie de kans op dragerschap van een CDKN2A mutatie 10% of meer is  

Kenmerken van de patiënt

Kans op dragerschap van een CDKN2A-mutatie

Melanoom & 2 familieleden met  melanoom

20-40%

Melanoom & 1 familielid met multipele melanomen

45%

Melanoom & melanoom en pancreaskanker in de familie

45%

Multipele primaire melanomen

10-15%

Eerstegraads verwant van een p16-mutatiedrager

Circa 50%

 

In families met een pathogene CDKN2-mutatie is de kans op melanoom voor niet-dragers van de mutatie mogelijk verhoogd ondanks de gunstige testuitslag, door andere invloeden, die in die familie bijdragen aan de kans op de tumor (andere gezamenlijke aanlegfactoren, gezamenlijke blootstelling aan zonlicht). In onderstaande tabel staan de risico’s op kanker in families met de specifieke p16-Leiden mutatie en het hierop afgestemde beleid. 

 

DNA-diagnostiek in families met de p16-Leiden mutatie: risico’s op kanker en beleid*

 

Mutatiedrager

Geen mutatiedrager;
≥ 5 atypische naevi

Geen mutatiedrager;
< 5 atypische naevi

Risico op melanoom 

80-100%

~6%

~1%

Risico op pancreascarcinoom

17%

<1%

<1%

Schema voor periodiek onderzoek

Jaarlijks dermatologisch onderzoek;
Jaarlijkse MRI abdomen (research)

Jaarlijks dermatologisch onderzoek

Geen periodiek onderzoek

 

Overervingspatroon

Het overervingspatroon van het FAMMM syndroom is autosomaal dominant.

   

Preventieve maatregelen

Bij erfelijke aanleg voor melanoom is voor patiënten en at-risk (eerste- en tweedegraads) verwanten jaarlijks onderzoek van de huid aangewezen, vanaf 12-jarige leeftijd.

Periodiek onderzoek op pancreascarcinoom vindt in researchverband plaats, in Leiden.

 

 

Referenties

1.

Hansen, C.B., Wadge, L.M., Lowstuter, K. et al. Clinical germline genetic testing for melanoma. Lancet Oncol. 2004; 5: 314-319

2.

Oldenburg, R.A., de Vos tot Nederveen Cappel, W.H., van Puijenbroek, M. et al. Extending the p16-Leiden tumour spectrum by respiratory tract tumours. J. Med. Genet. 2004; 41: e31

3.

Puig, S., Malvehy, J., Badenas, C. et al. Role of the CDKN2A locus in patients with multiple primary melanomas. J. Clin. Oncol. 2005; 23: 3043-3051

4.

Richtlijn Melanoom van de Huid, Vereniging van Integrale Kankercentra, Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, Van Zuiden Communications B.V., Alphen aan den Rijn, 2005

5.

Schneider-Stock, R., Giers, A., Motsch, C. et al. Hereditary p16-Leiden mutation in a patient with multiple head and neck tumors. Am. J. Hum. Genet. 2003; 72-216-218

6.

Tsao, H. & Niendorf, K. Genetic testing in hereditary melanoma. J. Am. Acad. Dermatol. 2004; 51: 803-808

7.

Vos tot Nederveen Cappel, de, W., Offerhaus, G.J.A., van Puijenbroek, M. et al. Pancreatic carcinoma in carriers of a specific 19 base pair deletion of CDKN2A/ p16 (p16-Leiden). Clin. Cancer Res. 2003; 9: 3598-3602

  

 

Patientenfolder van KWF over erfelijk melanoom

 

 

 

 

 

27-04-2008 (JRM) -  www.huidziekten.nl