FAVRE RACOUCHOT SYNDROOM (elastosis cutanea nodularis) home ICD10: L57.81

Het Favre-Racouchot syndroom (synoniemen elastosis cutanea nodularis, elastoïdosis cutis cystica et comedonica, nodular elastosis with cysts and comedones) is de benaming voor de combinatie van actinisch beschadigde huid (solaire dyselastose) en multipele open en gesloten comedonen. Vooral open comedonen (blackheads). De voorkeurslokalisatie is het gezicht (wangen en neus, rond de ogen, temporaal, soms in de nek of achter de oren). Het komt vooral voor bij blanke oudere mannen (> 50) die veel aan de zon zijn blootgesteld, en door roken. Er zijn aanwijzingen dat roken een belangrijkere factor is dan de chronische blootstelling aan zonlicht. Er is een theorie (ook bij hidradenitis suppurativa) dat een comedogeen effect van teer en dioxinen in sigarettenrook de blackheads veroorzaakt. Behalve de comedonen is ook actinische schade zichtbaar, zoals gele verkleuring van de huid (histologisch overeenkomend met solaire dyselastose), atrofie, rimpels, en groeven. Soms zijn er diepe ruitvormige groeven op het voorhoofd of in de nek en dit heet cutis rhomboidalis (nuchae).

Favre-Racouchot syndroom Favre-Racouchot syndroom Favre-Racouchot syndroom
Favre-Racouchot syndroom Favre-Racouchot syndroom Favre-Racouchot syndroom


DD: acne vulgaris, chlooracne, giant comedo, trichostasis spinulosa, comedo senilis, talgklierhyperplasie, milia, colloid milia, adnextumortjes (syringoma, trichoepithelioma).

Therapie:
Beschermen tegen zonlicht, stoppen met roken.
mes Expressie van comedonen met comedonen quetscher door de huidtherapeute.
mes Laser resurfacing (CO2 laser, fractionele laser).
mes Sequentiële excisies.
mes Dermabrasie, curettage.
R/ Chemische peelings.
R/ Keratolytica zoals tretinoïne crème 0.025% of 0.05% FNA, benzoylperoxide gel 5 of 10%, adapalene, tazarotene.


patientenfolder


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

24-08-2012 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter