|
FOCALE DERMALE HYPOPLASIE (GOLTZ) |
codes 0757.3909 / Q82.814 |
Congenitaal, waarschijnlijk X-chromosomaal syndroom, gekenmerkt door multipele scherp begrensde atrofische lesies, papillomata (lip, anogenitaal), anetodermia achtige vet herniaties (knoopsgatfenomeen), hypertrofische littekens, onychodystrofie, alopecia cicatricialis, effluvium n.n.o., diffuse hypotrichose, skeletafwijkingen en/of sluitingsdefecten, tand en oogafwijkingen (nystagmus, strabismus), retardatie.
Focale dermale hypoplasie (hypoplasia cutis congenita, Goltz-Gorlin syndroom)) is in 1962 voor het eerst beschreven door Goltz, Peterson, Gorlin en Ravits, naar aanleiding van 3 meisjes met dezelfde verschijnselen. In 1990 rapporteert Goltz dat er inmiddels in 30 jaar wereldwijd meer dan 200 nieuwe gevallen zijn beschreven. De oorspronkelijke term focale dermale hypoplasie wordt nog steeds gehandhaafd omdat de huidafwijkingen het meest consistent en kenmerkend zijn voor dit syndroom, maar inmiddels is wel gebleken dat een scala aan congenitale ectodermale en mesodermale afwijkingen bij het syndroom kunnen horen. Als synoniemen worden genoemd Goltz-Gorlin syndroom, congenitale ectodermale en mesodermale dysplasie, osteo-oculo-dermal dysplasia, naeviforme atrofoderma, en hypoplasia cutis congenita.
Erfelijkheid: Omdat het syndroom vooral (> 90%) meisjes treft, werd aanvankelijk aangenomen dat het syndroom X-gebonden overerft en dat mannelijke vruchten de afwijkingen niet overleven. Toch zijn er een aantal mannelijke patientjes beschreven alsmede een aangedane vader en dochter. Op grond van de lineaire patronen (volgens de lijnen van Blaschko) van de huidafwijkingen, en streping op botfoto's die in de metaphyse van grote beenderen kan worden gezien, wordt verondersteld dat X-gebonden mosaicisme optreedt. De mannelijke patientjes zouden spontane mutaties kunnen zijn.
Klinisch beeld: Scherp begrensde atrofische en verzonken gebieden, erythemateus, met teleangectasieën en pigmentverschuivingen (poikiloderma), soms erosies. Vaak lineaire patronen. Soms herniatie van vet t.p.v. de lesies, lijkend op anetodermie. Later toenemend papillomen rond lippen, anus, genitaliën. Soms diffuse alopecia of cicatriciële alopecia. Soms onychodystrofie of anonychia. Ook multipele hidrocystomen kunnen voorkomen.
Histologie: afgenomen dikte of afwezigheid van de dermis. Dunne collageenvezels, smalle bundels; afname van elastine vezels. Vet heeft de plaats ingenomen van de dermis.
Skeletafwijkingen: syndactylie, hypoplasie en dysplasie van de vingers, dysmelia, ectrodactylie, polydactylie, afwezigheid beenderen onderarm of onderbeen, scoliose, kyphose, spina bifida, thorax-afwijkingen, schedelafwijkingen, cheilognathoschisis, streping t.h.v. metafysen, gestoorde lengtegroei. Tandafwijkingen: retentie of afwezigheid van tanden, standsafwijkingen.
Oogafwijkingen: iris coloboma, micro- en anophthalmia, strabismus, nystagmus.
Neurologische afwijkingen: psychomotorische retardatie, myelo-meningocele, hydrocephalus, opticusatrofie. Interne afwijkingen: afwijkingen aan hart en nieren.
Overige afwijkingen: misvormde en/of te laag geplaatste oren, gehoorstoornis, afwijkingen aan traanbuis en oogspiertjes, omphalocele, reflux-gastritis, hiatus herniae, larynx of oesofagus papillomen.
Referenties
|
1. |
Goltz RW, Peterson WC, Gorlin RJ, Ravits HG. Focal dermal hypoplasia. Arch Derm 1962;86:708-717. |
|
2. |
Goltz RW. Focal dermal hypoplasia. Pediatric Dermatology 1990;7:313-314. |
|
3. |
Happle R, Lenz W. Striation of bones in focal dermal hypoplasia: manifestation of functional mosaicism. Br J Dermatol 1977;96:133-138. |
23-06-2004 (JRM) - www.huidziekten.nl