FOLLICULOTROPE MYCOSIS FUNGOIDES (FOLLICULOCENTRIC CUTAAN T-CEL LYMFOOM) home ICD10: C84.0

Folliculotrope mycosis fungoides is een variant van mycosis fungoides (MF) gekarakteriseerd door de aanwezigheid van folliculotrope infiltraten, met geen of weinig epidermotropisme, en met een voorkeur voor het hoofd en de nek (> 80%). Vaak is er ook folliculaire mucinosis bij aanwezig. Klinisch ziet men folliculaire papels, plaques of tumoren, vaak met alopecia (lichaamsharen, behaarde hoofd, wenkbrauwen). Ook milia, comedonen en cysten komen voor. Circa 70% heeft jeuk. De gemiddelde leeftijd is rond de 55 en het komt 2 x zovaak voor bij mannen. Bij kinderen erg zeldzaam. De diagnose kan worden bevestigd met een biopt, soms zijn meerdere biopten nodig om de diagnose te bevestigen (er moet een follikel worden getroffen). De prognose is slechter dan bij de gewone MF, het reageert minder goed op standaardbehandelingen zoals PUVA therapie of mechlorethamine. Opties zijn totale electronen beam bestraling, radiotherapie, PUVA in combinatie met alpha IFN, bexaroteen.

Folliculair lymfoom Folliculair lymfoom Folliculair lymfoom
folliculotroop lymfoom folliculotroop lymfoom folliculotroop lymfoom


Mycosis fungoides (MF) is de meest voorkomende variant (circa 50%) van het cutaan T-cel lymfoom. Bij de klassieke MF ziijn er plaques op de billen, romp en extremiteiten, meestal op niet aan de zon blootgestelde huid. Het heeft een langzaam progressief beloop, en het kan vele jaren duren voordat de diagnose gesteld wordt. Maar er bestaat ook een agressievere variant met nodi en tumoren en orgaanlocalisaties. Naast de klassieke MF bestaan er meerdere klinische varianten, zoals erytrodermische, gehypopigmenteerde, gehyperpigmenteerde, bulleuze / vesiculeuze, poikiloderma type, folliculotrope, syringotrope, granulomateuze, en symptoomloze MF. De meeste van die klinische subtypen gedragen zich hetzelfde als de klassieke MF en worden niet apart geclassicifeerd in de WHO-EORTC classification. Folliculotrope MF wordt wel apart geclassificeerd, net als pagetoide reticulosis en granulatous slack skin (GSS), omdat deze varianten een ander klinisch beloop en prognose hebben dan de klassiek MF. Circa 10% van de MF is folliculotroop. Zie ook onder cutaan T-cel lymfoom. Let op, er bestaat ook een folliculair lymfoom, dat is wat anders, hiermee wordt bedoeld een B-cel lymfoom dat zich ontwikkelt in de follikels binnen een lymfklier.

PA:
Infiltraat rond de haarfollikels (folliculotropism) zonder spongiose, met atypische CD4+ T-lymfocyten. Vaak folliculaire mucinosis. Andere kenmerken kunnen zijn verwijde infundibulum, perivasculaire en periadnexale dermale infiltraten, Langerhans cellen, eosinofielen en plasmacellen, infiltraten rond zweetklieren (syringotropisme). Weinig of geen epidermotropism. De lymfocyten kunnen klein zijn, gemiddeld, of groot blastocytair. Soms CD30+.

Therapie:
R/ Corticosteroïden klasse 3-4.
R/ bexarotene gel.
R/ mechlorethamine lokaal.
R/ resiquimod (niet in Nederland beschikbaar).
R/ lichttherapie: narrowband UVB (311 nm), PUVA.
R/ interferon alpha-2b.
R/ bexarotene.
R/ methotrexaat.
R/ gemcitabine, liposomal doxorubicin, polychemotherapie, pralatrexate.
R/ brentuximab vedotine.
R/ alemtuzumab.
R/ Radiotherapie lokaal of totale electronen beam bestraling.
R/ Extracorporele fotoferese.
R/ Stamcel transplantatie.

Prognose:
Studies uit 2000 noemen een 5-jaars survival van 66-80%, vergelijkbaar met de prognose van klassieke tumor-stage MF. Mitteldorf et al. beschreven dat het beloop bij sommige patienten veel gunstiger is en onderscheiden twee varianten, een early / indolent variant met 5 en 10 jaar survival van respectievelijk 92% en 72%, en een advanced / aggressive variant met een 5 en 10 jaar survival van respectievelijk 55% en 28%. Bij het early / indolent type zijn er vooral laesies op de romp, is het hoofd hals gebied minder betrokken en zijn er oppervlakkigere en minder dichte infiltraten. Bij het advanced / aggressive type is vooral het hoofd en de nek betrokken, zijn er ook plaques en noduli of tumoren, en zijn de infiltraten dieper en dichter. In onderstaande tabel zijn de verschillen genoemd. Het onderscheid tussen beide subtypen is niet bij alle pati├źnten duidelijk te maken.

Kenmerken: Early / indolent FMF: advanced / aggressive FMF:
Distributie Romp en extremiteiten (100%), hoofd (37%).
Geen patienten waarbij alleen het hoofd is aangedaan.
Hoofd en nek doen mee bij 100%.
Bij 20% is alleen het hoofd aangedaan.
Jeuk 47% 80%
Dichtheid infiltraat Laag Hoog
Gemiddelde diepte infiltraat 1.77 mm 3.06 mm
Syringotropisme 25.6% 56.3%
Eosinofielen 11.3% 61.5%
Plasmacellen 1.9% 23%
Mitteldorf C, Stadler R, Sander CA, Kempf W. Folliculotropic mycosis fungoides. J Dtsch Dermatol Ges 2018;16(5):543-557.


Referenties
1. van Doorn R et al. Follicular mycosis fungoides, a distinct disease entity with or without associated follicular mucinosis. Arch Dermatol 2002;138(2):191-198.
2. Willemze R, Jaffe ES, Burg G, et al. WHOEORTC classification for cutaneous lymphomas. Blood 2005;105:3768-3785.
3. Willemze R. Mycosis fungoides variants-clinicopathologic features, differential diagnosis, and treatment. Semin Cutan Med Surg 2018;37(1):11-17. PDF
4. Mitteldorf C, Stadler R, Sander CA, Kempf W. Folliculotropic mycosis fungoides. J Dtsch Dermatol Ges 2018;16(5):543-557. PDF
5. Lovgren ML, Scarisbrick JJ. Update on skin directed therapies in mycosis fungoides. Chin Clin Oncol 2019;8(1):7. PDF


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, Amsterdam UMC.

27-11-2020 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



Diagnosecodes:
ICD10 C84.0 Mycosis fungoides: folliculotrope mycosis fungoides
ICD10 C84.0 Mycosis fungoides: folliculotropic mycosis fungoides
SNOMED 404109006 Follicular mucinosis type mycosis fungoides
DBC 14 Maligne dermatosen