FOTO-TOXISCHE EN FOTO-ALLERGISCHE REACTIES home ICD10: L56.92

Zonlicht maar ook kunstmatige lichtbronnen (kunstlicht, TL, UVA, UVB) kunnen verschillende huidproblemen veroorzaken, ook wel fotodermatosen genoemd. Naast zonverbranding (dermatitis solaris), die bij iedereen kan optreden, afhankelijk van het huidtype en de duur van de belichting, zijn er fotodermatosen zoals polymorfe lichteruptie, CDLE, malar rash bij SLE, hydroa vacciniforme, urticaria solaris, actinisch reticuloid, fotosensitief eczeem, porphyria cutanea tarda, etc, huidveroudering (photo-ageing), met verschijnselen als solaire elastose, actinische keratosen, huidmaligniteiten, Favre-Racouchot, poikilodermie, lentigo solaris, etc, en de fototoxische en fotoallergische reacties.

De termen fototoxische en fotoallergische reacties (trefwoorden: phototoxisch, photoallergisch, photo-toxic reaction, photo-allergic reaction) worden gereserveerd voor die situatie waarin er stoffen (chemicaliën) zijn opgenomen in de huid die na belichting met (zon-)licht een dermatitis veroorzaken. Dat kunnen geneesmiddelen zijn die zijn ingenomen, maar ook bestanddelen van cosmetica, of andere crèmes (inclusief zonnebrandcrèmes) die op de huid zijn gesmeerd. Het kunnen ook bestanddelen van planten zijn (phytophotodermatitis).

Fototoxische reacties komen het meest voor, bij diverse geneesmiddelen staan ze in de bijsluiter. De reactie is dosisafhankelijk, zowel wat betreft het geneesmiddel als het zonlicht. Er is geen onderliggend immunologisch mechanisme. Foto-allergische reacties zijn veel zeldzamer, ze zijn immunologisch gemedieerd (type IV), en ze treden meestal op na lokaal gebruik van een photo-allergeen op de huid, zoals NSAID-crèmes en zonnecrèmes, maar het kan ook bij inname van geneesmiddelen ontstaan. Het kan 1-14 dagen duren voordat een allergie zich ontwikkeld, en een kleine hoeveelheid van het allergeen is al voldoende. Van sommige geneesmiddelen is niet duidelijk of het om een foto-allergische dan wel een fototoxische reactie gaat. Ook cosmetica en kleurstoffen kunnen fototoxische of fotoallergische reacties veroorzaken.

Cosmetica
- chemische sunscreens ((esters van) paraaminobenzoëzuur (PABA) (all), cinnamaten, benzophenonen, dibenzoylmethanen, kamferderivaten, oxybenzon)
- fragrances (musk ambrette (all), 6-methyl coumarine, Sandalwood oil en fototoxische reacties op bergamotolie, perubalsem)
- antibacteriële stoffen (tetrachlorosalicylanilide en andere gehalogeniseerde salicylanilides, gechloreerde fenolen (bithionol, fentichloor, Jadit) (all), sulfonamidederivaten (deodorant))
- plantaardige stoffen (alantolactone uit compositae (all))

Kleurstoffen
anthroquinon, fluoresceëne eosine, methyleenblauw, rose bengale, acridinen (all en tox), cadmium sulfide (tatoeagekleurstof)


FOTO-TOXISCHE REACTIES DOOR GENEESMIDDELEN home ICD10: L56.0

Fototoxische reacties komen vaak voor en zijn dosisafhankelijk, zowel wat betreft het geneesmiddel als het zonlicht. Er is geen onderliggend immunologisch mechanisme. De reactie ontstaat door absorptie van licht, waarbij reactief zuurstof of vrije radicalen een rol spelen. Vaak is het een reactie op UVA-licht, dit dringt ook door bewolking, achter vensterglas en door dunne kleding heen. Individuele genetische variatie in opname en metabolisering van het geneesmiddel, maar ook het individuele huidtype hebben invloed op de gevoeligheid voor het ontwikkelen van fotoreactiviteit. Meestal lijkt het beeld op een ernstige zonnebrand met erytheem, pijn en oedeem, waarbij de eerste symptomen al binnen enkele uren na bestraling kunnen optreden. Bij fototoxiciteit zijn de laesies scherp begrensd en beperkt tot de aan licht blootgestelde delen. De reactie verdwijnt over het algemeen na enkele dagen, wanneer men of de fotoreactieve stof of verdere blootstelling aan UV-licht vermijdt. Later kan een hyperpigmentatie of hypopigmentatie ontstaan in de aangedane gebieden. Soms treedt schade op aan het grensvlak van dermis en epidermis, leidend tot blaar- en littekenvorming bij o.a. tetracyclines en fluorchinolonen. Een andere uitingsvorm is het optreden van blauwe of rode vlekken ten gevolge van verwijding van bloedvaten (teleangiëctasieën) bij gebruik van calciumantagonisten. Naast een huidreactie kan ook nagelloslating (foto-onycholysis) plaatsvinden. De latentieperiode hiervan kan 2-6 weken bedragen, waarin verdere blootstelling aan UV-licht of verdere inname van het fototoxisch werkend geneesmiddel niet noodzakelijk is.

Fototoxische reactie
fototoxische reactie


Geneesmiddelen die foto-toxische reacties kunnen veroorzaken:
Fenothiazine derivaten zoals promethazine (Phenergan) en chloorpromazine (Largactil), sulfapreparaten, sedativa (zelden), sulfonylureumpreparaten, diuretica m.n. thiaziden, nalidixinezuur, protriptyline zuur, OAC, griseofulvine, cyclamaten, furocoumarines, dacarbazine, amiodaron, tetracycline-derivaten (geven ook foto-onycholyse), dimethylchloortetracycline, doxycycline (zelden), fenofibraat en clofibraat, tolbutamide, tretinoïnen, furosemide, quinolonen (norfloxacine, ciprofloxacine), fenothiazinederivaten (Largactil), NSAID's (benoxaprofen, piroxicam, carprofen, tiaprofeenzuur (Surgam), naproxen, ketoprofen), koolteer, psoralenen, methoxsaleen, anthralinaten, 5-fluorouracil, e.v.a. Zie lijst fototoxische geneesmiddelen.

Testen op fototoxiciteit, verhoogde UV-gevoeligheid:
Zie protocol fototesten.

Therapie:
Zon mijden, verantwoordelijke geneesmiddel opsporen en staken.


FOTO-ALLERGISCHE REACTIES DOOR GENEESMIDDELEN home ICD10: L56.1

Fotoallergische reacties zijn immunologisch gemedieerd (type IV) en zijn veel zeldzamer. Deze reacties treden meestal op na lokale toepassing van middelen op de huid, zoals NSAID-crèmes en zonnecrèmes. Bij niet gesensibiliseerde patiënten is een periode van een tot 14 dagen nodig voordat de reactie manifest wordt. Na sensibilisatie kan een kleine dosis al eerder een reactie opwekken. De symptomen doen denken aan een jeukend allergisch contacteczeem met roodheid, oedeem, vesikels, papels, schilfering en korstvorming. Alhoewel de afwijkingen niet altijd beperkt zijn tot de aan de zon blootgestelde huid, zijn ze op die plaatsen wel het meest uitgesproken. Na staken van de fotoreactieve stof kan de reactie nog een tijd aanhouden, doordat soms kleine hoeveelheden van het geneesmiddel nog weken tot maanden in de huid aanwezig zijn. Soms worden antihistaminica en steroïden toegepast ter behandeling. Uiteindelijk kan eventueel een lichenificatie, een vergroving van het huidreliëf, optreden.

Geneesmiddelen die foto-allergische reacties kunnen veroorzaken:
benzocaïne, dichlorofeen, nifedipine, sulfonamiden, tetracyclinen, difenhydramine, griseovulvine (tox?), kininederivaten (chloroquine), azapropazon, piroxicam, hexachlorofeen, sulfonylureumderivaten, thiazidediuretica (hydrochloorthiazide, chloorthalidon), tricyclische antidepressiva (doxepine, imipramine), haloperidol, fenothiazinederivaten (promethazine, chloorpromazine), chloordiazepoxide, carbamazepine (Tegretol) (?), NSIAD's (tiaprofeenzuur), Lyndiol (progesteron/oestrogeen), digitoxine (?), isoniazide, e.v.a. Zie lijst foto-allergische geneesmiddelen.

Testen op foto-allergie (Foto-allergologisch onderzoek):
UV-plakproeven (zie protocol) met
- eigen produkten
- plakproefreeksen: Europese standaardreeks en Fotoallergenen
Testen d.m.v. de fotopatch test via poli allergologie: er bestaan standaard fotopatch-reeksen. Procedure: patch onbelicht, UVA (5 J/cm2) en patch + UVA (UVB is niet zinvol).

Therapie:
Zon mijden, verantwoordelijke geneesmiddel opsporen en staken. Omdat de meeste reacties geluxeerd worden door UVA-licht, kan men het beste producten gebruiken die naast UVB-filters ook UVA-filters bevatten. Bedekkende kleding, een hoed en het insmeren van de niet bedekte huid met een sunblock met UVA- en UVB-bescherming kunnen de kans op een fototoxische reactie verkleinen en de mate van de reactie verminderen.
R/ lokale corticosteroiden.
R/ Zonnebrandmiddelen (zie onder zonnebrandcrèmes).

Referenties
1. Mulder WMC; Meinardi MMHM; Bruynzeel DP. Side effects in dermatology. achtste editie ed. Amsterdam: Intermed Medical Publishers; 2004.
2. Dukes MNG; Aronson JK. Meyler's side effects of drugs. 14e editie ed. Amsterdam: Elsevier; 2000.
3. Ferguson J. Photosensitivity due to drugs. Photodermatol Photimmunol Photomed 2002;18:262-269.
4. Appelo DA, Bouwman SN, Diepstraten J, Diemont WL, Derijks HJ. Achterliggend mechanisme van fototoxiciteit bij fluorchinolonen. Pharmaceutisch Weekblad 2005;17:563-565.
5. van Joost T, Bruynzeel D. Huidafwijkingen door geneesmiddelen. Eerste editie ed. Zeist: Glaxo B.V.; 1995.
6. Moore DE. Drug-induced cutaneous photosensitivity. Drug Safety 2002;25(5):345-372.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

27-05-2011 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter