|
HAARUITVAL DOOR GENEESMIDDELEN |
codes 0704.0006 / L65.9 |
Er zijn vele geneesmiddelen die haaruitval kunnen veroorzaken. Voorbeelden zijn:
- cytostatica
- anticoagulantia
- interferonen
- tretinoïnederivaten
- lithiumcarbonaat
- malariamiddelen
- ß-blokkers
- geslachtshormonen
- angiotensine-converterend-enzym (ACE) - remmers
- angiotensine-II-antagonisten
- cholesterol verlagende middelen
- corticosteroiden
- anti-epileptica
- NSAID's
- systemische antimycotica
- protonpompremmers
- TNF-alpha remmers
Geneesmiddelen veroorzaken meestal een diffuse, reversibele haaruitval. De strategie is dan ook:
- ga na of er nog andere oorzaken zijn voor de haaruitval
- controleer van alle geneesmiddelen die de patient gebruikt in het geneesmiddelkompas, in de bijsluitertekst, in de 1B tekst en op het internet of haaruitval / alopecia als bijwerking gemeld is
- staak de verdachte medicatie en wacht af.
Achtergrond informatie over haargroei en remming door geneesmiddelen
Auteurs: P.M.L.A. van den Bemt, C.C.E. Brodie-Meijer, R.M.A. Krijnen en C. Nieboer. Haaruitval door gebruik van geneesmiddelen. NTVG.
Er zijn drie cycli te onderscheiden:
Anagene fase
Dit is de metabool actieve fase, waarin de follikel continu haar produceert.
Anagene follikels worden gekenmerkt door een sterke mitotische activiteit en
zijn daardoor bijzonder gevoelig voor schadelijke invloeden. Normale
haarfollikels verkeren voor het grootste gedeelte van hun bestaan in de anagene
fase. Deze fase duurt enkele maanden tot enkele jaren. De exacte duur hangt af
van de plaats op het lichaam en wisselt van individu tot individu. De duur van
de anagene fase bepaalt de lengte van het haar; het hoofdhaar kent een anagene
fase van 4-8 jaar.
Katagene fase
Na de anagene fase komen de haarfollikels in een overgangsfase, de katagene
fase. De haarfollikels ondergaan regressieve veranderingen, die de rustfase
aankondigen. De katagene fase duurt zo'n 2 weken.
Telogene fase
Dit is de rustfase van de haarfollikel. Tijdens deze fase blijft de haar
verankerd in de follikel. Pas wanneer de haarfollikel weer in de anagene fase
komt, zal de oude haar loslaten en uitvallen. De telogene fase duurt ongeveer 3
maanden. Katagene en telogene haarfollikels zijn niet gevoelig voor schadelijke
invloeden, omdat de mitotische activiteit dan gering is.
Op de normale hoofdhuid bevindt 80-90 van de haarfollikels zich in de anagene
fase en 10-15 verkeert in de telogene fase. In normale omstandigheden verliest
een mens gemiddeld 100-120 haren per dag. De mate van haaruitval staat onder een
seizoensinvloed, met een maximaal verlies in de late zomer.1 Naarmate men ouder
wordt, wordt de beharing op de hoofdhuid in het algemeen dunner. Ook de
pigmentproductie neemt vaak af, waardoor grijsheid optreedt.
Er worden drie soorten haaruitval onderscheiden, namelijk alopecia areata, alopecia androgenetica en alopecia diffusa. Alopecia areata is niet gerelateerd aan geneesmiddelen.
Alopecia androgenetica
Dit ‘normale’ type haaruitval wordt ook wel ‘mannelijke kaalheid’
genoemd en wordt veroorzaakt door een combinatie van endocrinologische en
erfelijke factoren. Dihydrotestosteron, dat door het enzym 5alpha-reductase uit
testosteron gevormd wordt, heeft een remmende invloed op de activiteit van
adenylcyclase in menselijke hoofdhaarfollikels. De anagene fase wordt steeds
korter en de terminaalhaarfollikels worden omgezet in vellushaarfollikels.
Waarschijnlijk zijn de regionale verschillen in dichtheid van de
androgeenreceptoren in de haarfollikels de oorzaak van het bestaan van
voorkeursplaatsen voor alopecia androgenetica (de kruin, het frontotemporale
gebied).
Alopecia diffusa
Er is sprake van diffuse haaruitval bij verlies van meer dan 120 haren
per dag. Diffuse haaruitval kan vele oorzaken hebben; de exacte oorzaak is vaak
moeilijk vast te stellen. Afhankelijk van de cyclus die door de etiologische
factor(en) beïnvloed wordt, spreekt men van een telogeen effluvium of van een
anageen effluvium. Een telogeen effluvium ontstaat 2-3 maanden nadat een
toegenomen aantal anagene follikels versneld in de telogene fase is gekomen. Dit
type effluvium kan veroorzaakt worden door acute stress, extreme vermagering,
koorts, geneesmiddelen, maligniteiten, ijzergebrek,
schildklierfunctiestoornissen en verschillende chronische ziekten; ook komt het
post partum voor. Wanneer de haarwortels aangetast worden, treedt er een anageen
effluvium op. Dit kan veroorzaakt worden door remming van de celdeling,
bijvoorbeeld door cytostatica of door ioniserende straling. Ook bij bepaalde
intoxicaties (bijvoorbeeld door thallium) treedt er een anageen effluvium op.
Dit type effluvium doet zich binnen dagen tot weken na blootstelling aan de
veroorzakende factor voor. De haaruitval bij dit type is ernstig; er kan
volledige kaalheid ontstaan.
Geneesmiddelen kunnen via een directe of een indirecte werking op de
haarfollikel aanleiding geven tot haaruitval. Bij de directe invloed kan er
sprake zijn van een anageen of een telogeen effluvium (alopecia diffusa) of van
versterkte alopecia androgenetica. Indirecte effecten door geneesmiddelen
omvatten het veroorzaken van een systemische aandoening die tot haaruitval kan
leiden (bijvoorbeeld hypothyreoïdie) en het veroorzaken van een ernstige
huidaandoening die ook de behaarde hoofdhuid treft (bijvoorbeeld toxische
epidermale necrolyse). Bij haaruitval door geneesmiddelen is er meestal sprake
van diffuse, reversibele alopecia zonder littekenvorming. Na staken van het
gebruik van het geneesmiddel treedt, zelfs bij een anageen effluvium, vrijwel
altijd totaal herstel op. Uitzonderingen zijn versterkte alopecia androgenetica
door toediening van androgene en anabole steroïden, en haarverlies door het
ontstaan van littekenweefsel als gevolg van een door geneesmiddelen
geïnduceerde ontsteking van de hoofdhuid. Door de lange duur van de anagene
fase en het hoge percentage haren in deze fase op de hoofdhuid veroorzaken
geneesmiddelen vaak alleen haaruitval op het hoofd. Alopecia, dat wil zeggen
zichtbare haarvermindering, wordt pas merkbaar als 25-40 van de hoofdharen is
uitgevallen. De beharing op andere plaatsen van het lichaam (het haar in de
oksels, in de schaamstreek en over het totale lichaam) wordt zelden aangedaan.
Voordat een geneesmiddel wordt aangeduid als oorzaak van haaruitval bij een
individuele patiënt, dienen eerst de andere onder ‘alopecia diffusa’
genoemde oorzaken uitgesloten te worden. Zelfs als alle andere oorzaken
uitgesloten zijn, blijft het lastig om een causaal verband te bewijzen. Het
beste bewijs wordt gevormd door het verdwijnen van de klachten bij staken van
het gebruik van het geneesmiddel en het wederom optreden ervan bij opnieuw
toepassen van het middel. Vanwege de cosmetische aspecten van haaruitval zal een
patiënt echter niet graag meewerken aan dat laatste. Ook de tijdsrelatie is
belangrijk bij het vaststellen van een causaal verband. Omdat een telogeen
effluvium pas maanden na het begin van het geneesmiddelengebruik optreedt, kan
het moeilijk zijn om het causale agens te achterhalen.
20-08-2010 (JRM) - www.huidziekten.nl