|
HEMANGIOMEN (Hemangiomas of infancy) |
codes 0228.0106 / D18.0 |
Haemangiomen
zijn de meest voorkomende, benigne pediatrische tumoren van endotheliale cellen,
gekarakteriseerd door een initiële snelle proliferatiefase, gevolgd door
langzame involutie dat vaak leidt tot volledige regressie. De pathogenese is nog
niet volledig duidelijk maar suggereert een uniek vasculair fenotype met een
ontregelde vasculaire hemostase.
Ze
worden vaak geschaard onder de vasculaire malformaties maar moeten daar van
onderscheiden worden obv hun cellulaire verschijnselen in relatie tot hun
klinische presentatie en geschiedenis. Namelijk hemangiomen zijn vaak afwezig of
nog klein bij geboorte en groeien snel de eerste maanden. Miscroscopisch wordt
er een proliferatie gezien van plompe endotheelcellen. Daarentegen zijn vasc
malformaties aanwezig bij geboorte, groeien in proportie met het kind mee en
histologisch worden er vlakke endotheelcellen gezien.
Tabel
1.
Vasculaire
tumoren en malformaties tijdens de jeugd
|
Tumoren |
Malformaties |
|
HOI
(Hemangioma of Infancy) |
capillair
(wijnvlek) |
|
Snel
involuerende congenitale hemangiomen |
|
|
Niet-involuerende
congenitale hemangiomen |
veneus |
|
Kaposiform
hemangioendothelioom |
lymfatisch |
|
Tufted
angioma |
arterieel |
|
Granuloma
pyogenicum |
gecombineerd |
Epidemiologie:
HOI wordt gezien bij 1,1 %- 2,6 % van de neonaten. De frequentie is geschat op
10-12 % in het eerste levensjaar. Komt minder vaak voor bij afrikanen en aziaten.
Vaker bij vrouwen dan mannen (3:1) en het is meer voorkomend bij prematuren,
toegenomen prevalentie bij meer prematuur en lichter geboorte gewicht. Er zijn
aanwijzingen dat het autosomaal dominant kan zijn.
Pathologie:
plompe snel delende endotheelcellen met en zonder lumen. Bij involutie wordt het
vaatlumen wijder en door meer fibreus weefsel ontstaat er een lobulaire
structuur. Volledig geinvolueerde HOI hebben weinig capillairachtige vaten.
Pathogenese:
GLUT1, een glucose transporteiwit, die normaal voorkomt in de hersenen, retina,
placenta en endoneurium maar niet in
normale huid, wordt gezien als specifieke marker van HOI. Deze ontdekking samen
met de structurele anomalieen suggereren dat HOI ontstaat door een
ontwikkelingsstoornis in het eerste trimester van de zwangerschap (ws 6-10 wkn).
De snelle groei postnataal kan worden verklaard door het verlies van angiogenese
inhibitoren van placenta of van moeder. Een andere verklaring is mogelijk een
somatische mutatie van een gen dat de vasculaire ontwikkeling
controleert/reguleert.
Daarnaast werden er DNA-microarrays gebruikt om veranderingen in de genexpressie te meten tijdens de proliferatiefase en involutiefase. Opvallend was de expressie van insuline-like GF 2 die opvallend aanwezig was tijdens proliferatie en afgenomen tijdens involutie.
Klinische
verschijnselen: Het natuurlijke beloop van groei en regressie van HOI
werd voor het eerst beschreven door Lister in 1938. De mate van groei is
verdeeld in fasen: nascent, proliferend, involuerend,
geinvolueerd. Bij ongeveer 50 % van de neonaten is een kleine lesie aanwezig.
Deze nascente lesies bestaan uit een bleke halo, een bleke vlek, een
erythemateuze macula, of minder vaak als een blauwe plek of kras. Meeste HOI
beginnen te groeien in de eerste weken. Maar de diepere HOI kunnen pas opvallen
na maanden.De klinische verschijnselen zijn afhankelijk van de locatie: laesies
in de opp dermis zijn verheven, gelobd en felrood (superficiële hemangiomen,
strawberry hemangioma). Diepe hemangioma bevinden zich in de reticulaire dermis
of subcutis en verschijnen als een zachte massa vaak blauwig van kleur, de
overliggende epidermis is niet afwijkend (caverneuze hemangiomen). Vaak
is er sprake van een combinatie van zowel oppervlakkige als diepe verschijnselen
(gelijkend op een gepocheerd ei).
Proliferatieve
HOI voelen warm aan bij palpatie maar geven geen klachten tenzij ze ulcereren.
De
fase van de snelle groei is meestal tijdens de eerste 3 tot 6 maanden maar
kunnen gevolgd worden door een periode met langzamere groei. Meeste hemangiomen
hebben hun maximale grootte bereikt bij 9-12 maanden (dit kan echter ook
doorgaan tot 18-24 maanden in enkele gevallen) en eerder als de laesies klein en
gelokaliseerd zijn. Een klein percentage groeit bijna niet en zijn dus stabiel.
De groei en wanneer een hemangioom gaat involueren is van te voren niet te
voorspellen.
De
superficiële hemangiomen involueren met een kleur verandering van felrood naar
donkerrood naar grijs. Het proces begint centraal en verspreidt zich naar
perifeer. Soms treden involutie oppervlakkig en proliferatie dieper
tegelijkertijd op. Complete involutie gebeurt met ongeveer 10 % per jaar zodat
50 % van de lesie na 5 jaar in regressie is. Milde restverschijnselen zijn teleangiëctasiën,
atrofische huid of gelige verkleuring, ernstiger is overvloedige huid met
onderliggend fibreus vet of littekens met name nadat ulceratie heeft plaats
gevonden. Geinvolueerde hemangiomen op de behaarde hoofdhuid kunnen
haarfollikels beschadigd hebben waardoor alopecia. In het algemeen laten
hemangiomen meer littekens achter als zij langer dan 6 jaar involuerend aanwezig
zijn.
Locaties:
De voorkeurslocaties zijn het hoofd en de nekregio (60%), daarna de romp (25%)
en extremiteiten (15%).
Faciale
HOI hebben twee 2 morfologische vormen: 1. nabij embryogene fusielijnen. 2.
plaque-like segmentale HOI die zich bevinden op de huid die van mesenchymale
afkomst is. Deze hebben meer associatie met complicaties, structurele anomalieën
en extracutane HOI.
Zorgelijke
presentatie
HOI
bij ogen en periorificiale lokaties zoals rondom de mond, anus etc leiden vaker
tot complicaties. Ook de segmentale HOI geven meer complicaties.
Tabel
III. Locatie en morfologie van HOI en geassocieerde risico’s
|
Anatomie,
locatie, morfologie |
Geassocieerd
risico |
|
Groot,
segmentaal, faciaal |
PHACE
syndroom |
|
Neuspunt,
oor, groot faciaal |
Permanent
litteken en misvorming |
|
Periorbitaal
en retrobulbair |
Oculaire
as occlusie, astigmatisme, amblyopie, traanbuisocclusie, strabismus,
myopie, ptosis |
|
Segmentaal
baardstreek en centraal in de hals |
Luchtweg
hemangioom |
|
Perioraal,
lippen |
Ulceratie,
misvorming |
|
Lumbosacraal |
Urogenitale
anomalieen, dysrafie (cong. Onderbreking wervelkolom) |
|
Perineaal,
axilla, nek, perioraal |
Ulceratie |
|
Multipele
hemangiomen |
Viscerale
betrokkenheid (lever, GI) met hoog risico op congestive hartfalen |
Perioculair
HOI: Meest voorkomende orbitale tumor bij kinderen, cave oog- en
visusafwijkingen. Altijd naar een oogarts verwijzen.
Luchtwegen:
zeldzaam maar levensbedreigend vanwege mogelijke obstructie. De presentatie is
meestal bij kinderen van 6-12 weken oud die komen met kroepachtige hoest en
stridor. Kan solitair voorkomen of in combinatie met cutane hemangiomen. Bij HOI
preauriculair, op de kin, op de onderlip, en in de hals is bij
63 % sprake van luchtweg klachten en bij 40 % is een tracheostomie nodig.
Dus bij kinderen van 3-4 mnd oud met benauwdheid moeten onderzocht worden met
een laryngoscoop.
PHACE
syndroom (OMIM
606519): Grote faciale HOI worden geassocieerd met coarctatio aorta,
omfalocele, CZS afwijkingen, oogafwijkingen.
Lumbosacrale
hemangiomen: echo/MRI voor aanvullend onderzoek, ook bij hemangiomen die van
de anus zich uitbreiden langs de bilnaad. Alle hemangiomen die ontstaan langs de
midline zijn het gevolg van een sluitingsdefect.
Multifocale
hemangiomen zonder of met extracutane uitbreiding: 80 % van de HOI zijn
solitair, 20 % zijn multipel. Benigne hemangiomatosis: vele kleine
gegeneraliseerde hemangiomen zonder extracutane verschijnselen, verdwijnt binnen
twee jaar.
Gedissemineerde
hemangiomatosis: met extracutane verschijnselen, zoals meestal in de lever, maar
kan ook hersenen, darmen, slijmvlies, milt en nieren. Deze extracutane
uitbreiding kan tot levensbedreigende complicaties leiden. Aanvullend onderzoek:
lab, urinesediment, FOC, X-thorax, ECG, echo abdomen, MRI hersenen en oogarts
consulteren.
Hepatische
hemangiomen: met of zonder cutane hemangiomen, deze vasculaire tumoren
worden ook “hemangioendotheliomen” genoemd.
Vaak asymptomatisch, indien klachten dan is er sprake van hepatomegalie en
congestive hartfalen meestal in de eerste levensweken. Behandeling bestaat uit
het verbeteren van de cardiale functie met medicatie en systemische
corticosteroiden voor hemangiomen in de lever hoewel veel kinderen hier niet op
reageren. Andere medicinale opties zijn vincristine, interferon a,
cyclofosfamide. Chirurgisch kan er geemboliseerd worden, leverresectie of zelfs
levertransplantatie.
Tabel
IV Differentiële diagnose HOI:
Other
vascular anomalies and tumors
Capillary
malformation
Venous
malformation
Lymphatic
malformation
Arteriovenous
malformation
NICH
RICH
Lobular
capillary hemangioma (pyogenic granuloma)
Tufted
angioma
Spindle
cell hemangioendothelioma
Kaposiform
hemangioendothelioma
Fibrosarcoma
Rhabdomyosarcoma
Myofibromatosis
(including hemangiopericytoma)
Nasal
glioma
Encephalocele
Lipoblastoma
Dermatofibrosarcoma
protuberans (and giant-cell
fibroblastoma)
Neurofibroma
Beeldvormend
onderzoek: ter onderscheiding van HOI met vasculaire malformaties of
andere weke delen tumoren zijn doppler,CT en MRI de niet-invasieve methoden.
Doppler is het minst invasief en het meest kostenbesparend. CT en MRI geven een
beter beeld dan echo. Arteriogram wordt gebruikt bij embolisatie.
Behandeling
en beleid: richtlijnen1997 AAD:1. voorkomen van levensbedreigende
complicaties.2. voorkomen van blijvend misvorming.3.minimaliseren van psychische
stress voor patiënt en familie.4.vermijden van agressieve en verlittekenende
procedures.5.voorkomen en adequaat behandelen van ulceraties om littekenvorming,
infectie en pijn zoveel mogelijk te vermijden.
Behandeling
van ulceraties: meest voorkomende complicatie, 5-13 % van alle lesies.
Komt vaker voor op lokaties zoals het perineum en perioraal vanwege trauma. Zo
ook in de liezen en bij segmentale hemangiomen. Ulceraties zijn pijnlijk en
kunnen geïnfecteerd raken en gaan bloeden. Zij genezen altijd met littekens.
Doel van behandeling: lokale wondverzorging, infectie behandeling, pijn
controleren, genezing van het ulcus bijv dmv PDL, cortico’s en interferon.
Actieve
noninterventie: bij kleine hemangiomen. Foto’s maken, de natuurlijke involutie
vervolgen.
Systemische
corticosteroïden: bij grote agressieve hemangiomen, behandeling leidt
tot staan brengen van de groei of zelfs involutie binnen 2 weken. Response rate
was 84 % in de proliferatie fase. De dosis 2-3 mg/kg/dg prednison was het meest
effectief. Leverhemangiomen lijken hier niet op te reageren. Bij obstruerende
hemangiomen in de luchtwegen kunnen er hogere doseringen worden gegeven. Cave
bijwerkingen hoewel die meestal reversibel zijn.
Intralesionale
en topicale cortico’s: met name bij hemangiomen periorbitaal
toegepast. Bijwerkingen injecties (zelden) retina arterie occlusie, ooglid
necrose, subcutane vetnecrose, tijdelijke ooglid depigmentatie. Cave: bolus
steroïden die in de arteriële circulatie terecht komt waardoor retina art
occlusie en blindheid. Topicaal minder werkzaam.
Interferon
alpha (sc 1-3 milj U/m2 1 dd): is een angiogenese remmer, heeft mogelijk
een groter effect dan de corticosteroïdeninjecties. Bijwerkingen: koorts,
malaise, neutropenie, anemie en verhoogde levertransaminasen. Ernstige
bijwerking: spastische diplegie, hierdoor alleen deze therapie te gebruiken in
levensbedreigende situaties.
Andere
medicijnen: vincristine (0,05 mg/kg bij <
PDL-
Laser: drie behandelingsindicaties:1. in de proliferatieve fase
(controversieel). 2. ulcererende hemangiomen.3.van teleangiectasien of erytheem
na involutie. Met name succesvol bij de superficiële hemangioma omdat de
penetratiediepte van PDL
Embolisatie
en operatie: bij gelocaliseerde hemangiomen die met littekens genezen,
bij bloedende en ulcererende hemangiomen, debulking bij hemangiomen op het
bovenooglid die niet reageren op medicatie. Bij schoolgaande kinderen met
geinvolueerde hemangiomen voor het cosmetisch resultaat. Circulaire excisie met
tabakszakhechting leidt tot kleiner litteken. Embolisatie vaak bij hemangiomen
in de lever.
Andere
therapieën: cryochirurgie, bestraling.
Conclusies:
vaak voorkomende goedaardige vasculaire tumoren bij jonge kinderen. Heterogene
aandoening met een minderheid welke gecombineerd is met een syndroom of
levensbedreigend is door beperking van lever, hart of longfunctie
(luchtwegobstructie). Vele behandelingsmogelijkheden die zorgvuldig moeten
worden afgewogen in het kader van risico’s en effectiviteit.
Referenties
|
1. |
Bruckner et al. Hemangiomas of infancy. J Am Acad Dermatol 2003;48:477-493 |
25-04-2008 (AJJ) - www.huidziekten.nl