HISTOPLASMOSE (Histoplasma capsulatum) home ICD10: AB39.9

Histoplasmosis (Histoplasma capsulatum infectie) wordt ingedeeld onder de systemische mycosen (diepe mycosen), samen met cryptococcosis, aspergillosis, coccidioidomycosis, paracoccidioidomycosis, mucormycosis, blastomycosis, en sporotrichosis. Komt voor als endemische variant, m.n. in Afrika en Zuid-Amerika, en bij verlaagde afweer (medicamenteus, HIV).
Histoplasmosis veroorzaakt door Histoplasmosis capsulatum is een van de meest voorkomende opportunistische infecties bij HIV-positieve patiënten in endemische gebieden (Martinique, Frans Guyana), in Europa zijn de meeste gevallen geïmporteerd. Het kan een nieuwe infectie betreffen maar reactivatie van latente foci wordt ook wel gezien. De incubatie tijd kan jaren zijn. Bij niet HIV-geïnfecteerden is gedissemineerde histoplasmosis zeldzaam maar wel beschreven in patiënten met leukemie, morbus Hodgkin, transplantatie-patiënten, Wegener's granulomatosis en tijdens steroid therapie.

Onderverdeeld in klassieke Histoplasmose (Histoplasma capsulatum var. capsulatum) en Afrikaanse Histoplasmose (Histoplasma capsulatum var. duboisii). In 1905 werd de ziekte in Panama voor het eerst vastgesteld door Darling, bij een patiënt uit Martinique. De oorzakelijke schimmel werd in 1929 door Monbreun aangetoond. Endemisch in delen van Amerika, Afrika, India en het Verre Oosten. In sommige streken is meer dan 80% van de populatie besmet, vaak asymptomatisch. In Europa wordt deze mycose niet gevonden. Histoplasma kan worden gevonden in aarde, met name als deze is besmet met excreta van vogels. De besmetting vindt plaats door inhalatie van schimmelsporen. Naast een acute- of chronische pneumonie en een primair cutane infectie is een chronische- of acute gedissemineerde infectie mogelijk. Deze laatste vorm komt met name voor bij HIV-geïnfecteerden. Aangedane organen zijn longen, lever, milt, lymforeticulair systeem, beenmerg, hersenvliezen, hart of de huid. Bij de chronische gedissemineerde infectie kunnen de verschijnselen maanden tot jaren na vertrek uit een endemisch gebied nog optreden. Afrikaanse Histoplasmose komt sporadisch voor bij patiënten uit delen van Afrika ten zuiden van de Sahara en ten noorden van de Zambezi rivier. De infectie beperkt zich meestal tot de huid en het bot. Het is niet bekend of bij deze vorm asymptomatisch dragerschap voorkomt.

Histoplasmose Histoplasmose, histologie
Histoplasmosis Histoplasma capsulatum


Diagnostiek:
De diagnose wordt gesteld door kweek van een biopt, bloed, beenmerg of sputum. Kweken van Histoplasma var. capsulatum zijn zeer besmettelijk, laboratoria die kweekmateriaal ontvangen moeten gewaarschuwd worden voor deze (differentiaal) diagnose. Er bestaan ook serologische testen voor de detectie van histoplasma antigeen.

Therapie:
R/ Trisporal (itraconazol) 2 dd 200 mg.
R/ Diflucan (fluconazol) 1 dd 400 mg oraal of i.v. na loading dose van 800 mg.

Ernstige vormen, therapiefalen, immuuungecompromitteerde patiënten:
R/ Amfotericine B (proefdosis 0,25-0,3 mg/kg per dag, daarna geleidelijk verhogen met 5-10 mg per dag tot 1,0 mg/kg, gedurende 6-12 weken).
R/ Amfotericine B 1,0 mg/kg i.v. 2-6 weken, gevolgd door 12 weken itraconazol 2 dd 200 mg.


Referenties
1. Bellman B et al. Cutaneous disseminated histoplasmosis in AIDS patients in south Florida. Int J Dermatol 1997;36:599.
2. McKinsey DS et al. Prospective study of histoplasmosis in patients infected with human immunodeficiency virus: Incidence, risk factors, and pathophysiology. Clin Infect Dis 1997;24:1195.
3. Wheat J. Endemic mycoses in AIDS: a clinical review. Clin Microbiol Rev 1995;8:146-159.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

22-07-2017 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter