HYDROA VACCINIFORME (Hydroa aestevalis) home ICD10: L56.41

Hydroa vacciniforme (hydroa aestevalis) is een zeldzame fotodermatose die voorkomt op de kinderleeftijd (< 15 jaar) bij kinderen met een blanke huid. Enkele uren (½ - 2 uur) na blootstelling aan de zon (vooral UVA maar ook UVB en zichtbaar licht) ontstaat er branderige roodheid en zwelling. De klachten ontstaan meestal in het voorjaar. Op de zonbeschenen plekken (gelaat, randen van de oren, handruggen) kunnen papels, vesikels, en (soms haemorrhagische) bullae ontstaan. Typisch voor hydroa vacciniforme (vandaar de naam) is dat er ook erosies en crustae ontstaan die vacciniforme littekens achterlaten, en dat de vesikels soms een delle hebben (umbilliform). Soms zijn de afwijkingen minimaal, alleen papels of kleine vesikels of blaren op de oorrand. Begeleidende symptomen kunnen zijn hoofdpijn, malaise, koorts, oogafwijkingen, nagelafwijkingen (foto-onycholysis), fotofobie en corneoconjunctivitis.

De oorzaak is niet bekend. Mogelijk is het een ernstiger variant van een polymorfe lichteruptie. Er zijn geen porfyrines bij betrokken. Case reports beschrijven een mogelijke relatie met Epstein Barr virus (EBV) infectie, maar de associatie is niet bewezen. Het komt iets vaker voor bij meisjes; bij jongens verloopt het vaak ernstiger of chronischer. Omdat het ook bij tweelingen is beschreven, wordt een genetische aanleg vermoed. De prognose is goed, er zijn geen geassocieerde ziekten en het gaat met het ouder worden, in ieder geval rond de puberteit, vanzelf weer over.
 
Hydroa vacciniforme Hydroa vacciniforme
hydroa vacciniforme hydroa vacciniforme

Hydroa vacciniforme Hydroa vacciniforme
hydroa vacciniforme hydroa vacciniforme

DD: porfyriën met blaarvorming (zoals porphyria cutanea tarda, pseudoporfyrie, erythropoëtische protoporfyrie, congenitale erythropoëtische protoporfyrie, porphyria variegata, hereditaire coproporfyrie), polymorfe licht eruptie, urticaria solaris, actinic prurigo, SLE, herpes simplex, waterpokken, epidermolysis bullosa, (foto-)contactdermatitis, fytofotodermatitis, ziekte van Hartnup, xeroderma pigmentosum.
 
Diagnostiek:
De diagnose wordt gesteld op het klinisch beeld en het uitsluiten van andere diagnosen. De aandoening kan worden geprovoceerd met UVA of UVB lichttesten, maar dat is niet helemaal betrouwbaar en ongebruikelijk om routinematig te doen. Een biopt (HE + IF) kan nodig zijn voor de DD. Verder op indicatie: algemeen bloedbeeld, ANA en anti-dsDNA, kweek op herpes of bacteriën, urine onderzoek op porfyrines (eventueel ook porfyrines in serum bij verdenking op erythropoietische protoporfyrie, en in ontlasting bij verdenking op porfyria variegata of hereditaire coproporfyrie). Zie het stroomschema voor porfyrinen diagnostiek bij porfyrie.
 
PA:
In vroege lesies worden spongiotische vesikels in de epidermis gezien en necrotische keratinocyten (reticulaire degeneratie). In de dermis een dicht lymfohistiocytair en neutrofiel ontstekingsinfiltraat, en endotheelschade met bloedingen en trombosering van capillairen. In een latere fase necrose van de epidermis en dermis met een chronisch ontstekingsinfiltraat. Immunofluorescentie laat geen bijzonderheden zien: niet de typische deposities rond de vaten die bij porfyria cutanea tarda wordt gezien, en geen lupus band zoals bij SLE.
 
Therapie:
Preventieve maatregelen zijn het belangrijkst: uit de zon blijven en krachtige zonnebrand crèmes gebruiken (factor 50) met vooral goede bescherming tegen UVA licht. In ernstige gevallen ook beschermende kleding. Een andere route, als zonprotectie onvoldoende helpt, is het proberen de huid juist te laten wennen aan de zon door in de eerste maanden van het jaar te starten met lichttherapie (UVB TL-01) 2-5 x per week in hele lage dosis, en dit heel geleidelijk te verhogen (lichtgewenningstherapie). Mogelijk kan dit ook worden bereikt door nieuwe low-dose UVB bronnen die thuis in de douche worden gemonteerd (Sunshower, Dermasun Medical). ß-Caroteen wordt ook genoemd als beschermer.
Bij grote schade met blaren en wonden wondverzorging (fusidine zalf of crème, zilversulfadiazine crème, vetgazen, vaseline, etcetera). Een dikke beschermlaag zinkoxidesmeersel is ook een optie maar het verwijderen daarvan kan weer pijnlijk zijn. Bij acute laesies kunnen locale of systemische corticosteroïden worden toegepast (kortdurend), maar het is niet helemaal zeker of dat ook effectief is. Dat geldt ook voor Plaquenil, ciclosporine en Imuran (azathioprine). Bij infectie van blaren of wonden kan het nodig zijn om een antibioticum voor te schrijven.
 
  
patientenfolder   
  
 
Referenties
1. Gupta G, Man I, Kemmett D. Hydroa vacciniforme: A clinical and follow-up study of 17 cases. J Am Acad Dermatol 2000;42(2 Pt 1):208-213.
2. Takeuchi T, Kamide R. Severe hydroa vacciniforme-like eruptions confined to sun-exposed areas. J Dermatol 2011;38(4):386-389.
3. Halasz CL, Leach EE, Walther RR, Poh-Fitzpatrick MB. Hydroa vacciniforme: induction of lesions with ultraviolet A. J Am Acad Dermatol 1983;8(2):171-176.
4. Iwatsuki K, Satoh M, Yamamoto T, Oono T, Morizane S, Ohtsuka M, et al. Pathogenic link between hydroa vacciniforme and Epstein-Barr virus-associated hematologic disorders. Arch Dermatol 2006;142(5):587-595.
5. Annamalai R. Hydroa vacciniforme in three alternate siblings. Arch Dermatol 1971;103(2):224-225.
6. Jeng BH, Margolis TP, Chandra NS, McCalmont TH. Ocular findings as a presenting sign of hydroa vacciniforme. Br J Ophthalmol 2004;88(11):1478-1479.
7. Collins P, Ferguson J. Narrow-band UVB (TL-01) phototherapy: an effective preventative treatment for the photodermatoses. Br J Dermatol 1995;132(6):956-963.
 
 
Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

23-05-2015 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter