HYPERTRICHOSIS LANUGINOSA (hypertrichosis congenita lanuginosa universalis) home ICD10: Q84.22

Hypertrichosis lanuginosa is zeldzaam, soms erfelijk. Klinisch ziet men hypertrichose, fijne witte (lanugo) haren, soms gegeneraliseerd. Lanugo haren ontstaan normaal in utero en verdwijnen voor de bevalling weer. Bij vroeggeboren kinderen kan het gezien worden. Er bestaat ook een zeldzame variant waarbij de haren na de geboorte blijven bestaan. Het ontstaan van lanugo type overbeharing op latere leeftijd (hypertrichosis lanuginosa acquisita) kan door geneesmiddelen of endocriene stoornissen worden veroorzaakt, maar ook door een onderliggende maligniteit. Zie verder onder hypertrichosis lanuginosa acquisita.

hypertrichosis lanuginosa congenita
hypertrichosis lanuginosa


Auteur(s):
dr. R.I.F. van der Waal. Dermatoloog, St Antonius Ziekenhuis, Nieuwegein
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

04-01-2008 (RIW / JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter