ICHTHYOSIS VULGARIS EN ANDERE VORMEN VAN ICHTHYOSIS home ICD10: Q80.9

Ichthyosis vulgaris wordt gekenmerkt door een droge huid met fijne lamellaire of schubachtige schilfering. Er bestaat een frequent voorkomende (1 op 250) autosomaal dominante vorm (ADI), waarbij er in de epidermis een tekort is aan het eiwit fillagrine, en een zeldzamere (1 op 2000 jongens) X-gebonden recessieve vorm (XRI), die berust op een steroidsulfatase deficientie. Als er alleen maar een droge huid is zonder dat specifiek deze genetische varianten van ichthyosis vulgaris bedoeld worden dan wordt de term xerodermie of xerosis cutis of ichthyosis levior gebruikt. Patiënten met atopisch eczeem hebben ook een droge huid. Een deel van de patiënten met atopisch eczeem heeft ook een mutatie in het gen voor filaggrine, en veel patiënten met ichthyosis vulgaris zijn atopisch. Ichthyosis vulgaris kan een onderdeel zijn van een ander syndroom (ichthyosis vulgaris syndromen).

Droge huid bij atopie Droge huid bij atopie Droge huid bij atopie
droge huid bij atopie droge huid bij atopie droge huid bij atopie

Ichthyosis vulgaris Ichthyosis vulgaris Ichthyosis vulgaris
ichthyosis vulgaris ichthyosis vulgaris ichthyosis vulgaris


Daarnaast bestaan er congenitale ichthyosis varianten die veel ernstiger zijn, en waarbij al vanaf de de geboorte er een zeer droge huid is en ook een collodion baby of harlekijn foetus kan voorkomen (zie onder collodion baby). Een voorbeeld daarvan is de lamellaire ichthyosis, die wordt onderverdeeld in een erytrodermische variant (EARLI) en een niet-erytrodermische variant. Congenitale ichthyosiforme erythroderma (CIE) lijkt op lamellaire ichthyosis maar is milder. De volgende groep zijn de epidermolytische ichthyosis varianten, waarbij blaarvorming kan optreden: bullous congenital ichthiosiform erythroderma (Brocq) (BCIE), annulaire epidermolytische ichthyosis (AEI), ichthyiosis bullosa Siemens IBS, en ichthyiosis hystrix Curth Macklin. Ook kan ichthyosis onderdeel zijn van bijzondere syndromen waarbij er meer afwijkingen zijn dan alleen een droge huid, zoals het Chanarin Dorfman syndroom, Sjögren-Larsson syndroom, Netherton syndroom (ichthyosis linearis circumflexa), en trichothiodystrofie met ichthyosis. Zie onderstaande tabel. Deze tabel is niet compleet, er bestaan meer (zeldzame) ichthyosis syndromen, en van steeds meer ziekten wordt ook het gen geïdentificeerd. Raadpleeg OMIM en schakel zonodig een klinisch geneticus in.


Ichthyosis varianten:
- droge huid z.n.s. (xerosis cutis, xerodermie, ichthyosis levior)

- ichthyosis vulgaris
- autosomaal dominante ichthyosis vulgaris (ADI)
- X gebonden recessieve ichthyosis vulgaris (XRI)
- ichtyosis vulgaris syndromen

- lamellaire ichthyosis (ADLI en ARLI)
- erytrodermische variant (EARLI)
- niet-erytrodermische variant (NEARLI)
- congenitale ichthyosiforme erythroderma (CIE)
- bathing suit ichthyosis

- epidermolytische ichthyosis
- bullous congenital ichthiosiform erythroderma (Brocq) (BCIE)
- annulaire epidermolytische ichthyosis (AEI)
- ichthyosis bullosa Siemens IBS
- ichthyosis hystrix Curth Macklin

- Chanarin Dorfman syndroom
- Sjögren-Larsson syndroom
- Netherton syndroom (ichthyosis linearis circumflexa)
- trichothiodystrofie met ichthyosis


Therapie:
Algemene maatregelen: een droge omgeving (airconditioning, te warm gestookt, winter) voorkomen. In tegenstelling tot ichthyosis levior en xerosis is frequent (1-2 dd) baden nuttig, mits niet te heet, geen agressieve zepen, maar water met NaCl of badolie, gevolgd door direkt insmeren met vette zalven of hygroscopische (ureum) of keratolytische (zuren, zie onder) stoffen in licht vette basis. Indien de verhoorning op de voorgrond staat moet de therapie meer gericht zijn op het inbrengen van water dan van vet. Bij jonge kinderen liever geen preparaten met salicylzuur gebruiken i.v.m. intoxicatiegevaar.
R/ Balneum Hermal baden, badzout/keukenzout (ca 9 g/l) in badwater, of Na-bicarbonaat (100 g/bad).
R/ zalven, zie indifferente middelen, bv. paraffine liquidum-vaseline aa, of lanette vaseline aa.
R/ ung emulsificans BP (alc. cetostearylicus 270, Na-laurylsulfas 30, aqua 10, vaselinum 500, paraffine liq. 200) is een vette basis uit de British Pharmacopee die ook goed zou bevallen.
R/ ureum 10-20% in vaseline 20% in cremor cetomacrogolis.
R/ Calmurid (goed uitsmeerbare specialité, er bestaat ook Calmurid HC).
R/ ureum 10% in cremor cetomacrogolis FNA.
R/ ureum 10%, aqua purificata 20%, in ung cetomacrogolis.
R/ Cremor urei 10% (Bipharma): ureum 10%, aqua pur 10%, soya oleum emulgatum 80%.
R/ Emulgatum urei 10% (Bipharma): ureum 10%, aqua pur 20%, soya oleum emulgatum 70%.
R/ Arachidis emulgatum urei 10% (Bipharma): ureum 10%, aqua 10%, arachidis oleum emulgatum 80%.
R/ natriumdruivenzuur 5% of acidum lactum 5-10% in vaseline 20% in cetomacrogolcrème.
R/ wijnsteenzuur 2.5-5%, propyleenglycol 10%, aqua 40% in ung cetomacrogolis.
R/ salicylzuur 3-10% in ung leniens FNA, of 2% in ung emulsificans BP.
R/ ethylalcohol 20, propyleenglycol 60, hydroxypropylmethylcellulose 2, acidum salicylicum 2-6, aqua ad 100, bij jonge kinderen geen acidum salicylicum: cave intoxicatie.
R/ propyleenglycol 40-60% in aqua onder plastic occlusie, behandeling gedurende de nacht ter rehydratie van de huid.
R/ salicylzuur 6%, ethylalcohol 20%, hydroxypropylmethylcellulose 1-2%, propyleenglycol 40-60%, in aqua pur, (Keralyt Gel, US) eventueel onder occlusie. Werkt ook goed op andere droge hyperkeratosen.


patientenfolder



ICHTHYOSIS VULGARIS, AUTOSOMAAL DOMINANT (ADI) home ICD10: Q80.0

Ichthyosis vulgaris (ADI) is de meest voorkomende vorm van ichthyosis. Het is autosomaal dominant erfelijk (OMIM 146700). Het is manifest vanaf de derde levensmaand, vooral op strekzijde extremiteiten, en op de romp. De oksels, elleboogplooien, knieholten, en liezen blijven gespaard. In de kinderjaren schilfering van voorhoofd en wangen. Verder vaak keratosis pilaris en geprononceerde lijnen in de handpalmen. Atopie komt frequent voor (astma, eczeem, hooikoorts), en het is dan ook moeilijk om te kiezen tussen de diagnose ADI en de gewone lichte schilfering (ichthyosis levior) of droge huid (xerodermie) die voorkomen t.g.v. atopie, of een droge omgeving. Bij ichthyosis vulgaris ontbreekt het eiwit profilaggrine dat nodig is voor de normale verhoorning.

Ichthyosis vulgaris Ichthyosis vulgaris Ichthyosis vulgaris
ichthyosis vulgaris ichthyosis vulgaris ichthyosis vulgaris


Filaggrin (filament-aggregating protein) heeft een belangrijke rol in de epidermale barrière. Het gen is gelegen op chromosoom 1q21, in een cluster van genen die betrokken zijn in de differentiatie van keratinocyten. FLG is aanwezig in het stratum granulosum. In de huid vindt men profilaggrin, een van de belangrijkste componenten van de keratohyaline granula. Profilaggrin wordt enzymatisch omgezet tot verschillende filaggrin peptiden welke aggregaten van keratine 1, 10 en andere keratinen kunnen vormen, op zo'n manier dat de keratinocyt zijn afgeplatte vorm krijgt in het stratum corneum. Uiteindelijk ontstaat een 'cornified cell envelope' een omhulsel van keratinen. Deze afgeplatte corneocyten vormen een goede barrière tegen water, bacteriën, allergenen, etc. De fillaggrine eiwitten vervallen tot hygroscopische aminozuren die fungeren als een natuurlijke moisturizer in de huid. Bij mutaties in het gen ontstaat een droge huid, een slechte huidbarrière, met minder hygroscopische aminozuren. Teer preparaten, zo blijkt uit recent onderzoek uit Nijmegen, kunnen de huidbarrière herstellen. Dit zou kunnen verklaren waarom teerpreparaten, die een zwak anti-inflammatoir effect hebben in de range klasse I corticosteroïd, toch wat doen bij atopisch eczeem en chronisch handeczeem.



ICHTHYOSIS VULGARIS, X-GEBONDEN RECESSIEF (XRI) home ICD10: Q80.1

X-gebonden recessieve ichthyosis vulgaris (XRI) is zeldzamer en komt alleen bij jongetjes voor (OMIM 308100). De dominante vorm is lethaal voor de vrucht. Meisjes kunnen draagster zijn van het gen, maar het andere gen op het normale X-chromosoom ontsnapt aan X-inactivatie. Heterozygote vrouwen produceren dus evenveel sulfatase als gezonde mannen, niet aangedane vrouwen 2 x zoveel. XRI kan vanaf de geboorte al aanwezig zijn als een fijne schilfering; rond 3-4 maanden is er uitgesproken donkerbruine hyperkeratotische schilfering, schubachtig (rhomboidaal). Geboorte complicaties (onvoldoende cervix dilatatie), cryptorchisme, en corneatroebelingen kunnen voorkomen. De steroidsulfatase deficiëntie kan in gespecialiseerde klinisch genetische laboratoria worden aangetoond, o.a. in het AMC (aanvraagformulier enzymdiagnostiek).

X-gebonden recessieve ichthyosis vulgaris
X-linked ichthyosis



ICHTHYOSIS VULGARIS SYNDROMEN home ICD10: Q80.9

Ichthyosis vulgaris kan onderdeel zijn van een ander syndroom zoals het Refsum syndroom (heredopathia atactica polyneuritiformis), en andere gendefecten waarbij het gen voor steroidsulfatase of andere sulfatasen betrokken zijn (Kallman syndroom, multiple sulfatase deficientie). Refsum syndroom: wordt pas na puberteit manifest (fytaanzuur ophoping, ichthyosis, nachtblindheid, retinitis pigmentosa, gezichtsvelduitval, anosmie, doofheid, neuropathie, AV-geleidingsstoornis, multipele naevi, versterkte handlijnen).



LAMELLAIRE ICHTHYOSIS (HARLEQUIN ICHTHYOSIS) home ICD10: Q80.9

De meeste kinderen met lamellaire ichthyosis (non-bulleuze congenitale ichthyosis) worden geboren als collodion baby (harlekijnfoetus), dwz ingepakte in een rigide membraan eventueel met fissuren. Er bestaat een zeldzame autosomaal dominante variant (ADLI) en een autosomaal recessieve variant (ARLI). Klinisch is het in te delen in een erytrodermische variant (EARLI), waarbij kort na de geboorte na het afvallen van de collodion membraan de erytrodermie op de voorgrond staat en waarbij handpalmen en voetzolen sterk zijn aangedaan, en een non-erytrodermische variant (NEARLI) waarbij dikke plaatvormige schilfering ontstaat, ernstig ectropion, minder erytheem, minder palmoplantaire betrokkenheid. Beide varianten komen echter in dezelfde familie voor.

Lamellaire ichthyosis Lamellaire ichthyosis Lamellaire ichthyosis
lamellaire ichthyosis lamellaire ichthyosis lamellaire ichthyosis

Lamellaire ichthyosis is een zeldzame en relatief ernstige vorm van ichthyosis. De meeste vormen zijn autosomaal recessief (ARCI). Het komt bij ongeveer 1 op de 200.000 pasgeborenen voor. Verschillende genen zijn betrokken, maar vooral of meestal het TGM1 gen dat codeert voor keratinocyte transglutaminase (OMIM 242300) op chromosoom 14q11.2. Er bestaat ook een zeldzame autosomaal dominante vorm (OMIM 146750). Keratinocyte transglutaminase is een membraangebonden enzym dat betrokken is bij de vorming van de 'epidermal cornified cell envelope', die een mechanische barrière vormt tegen infecties en waterverlies. Zie verder onder lamellaire ichthyosis.



ERYTHRODERMA ICHTHYOSIFORME CONGENITA home ICD10: Q80.21

Erythroderma ichthyosiformis congenita is een congenitale vorm van ichthyosis gekenmerkt door erytrodermie vanaf de geboorte en een droge huid (fijne witte, oppervlakkige adherente schilfertjes). Synoniemen: congenitale ichthyosiforme erythroderma (CIE), nonbullous congenital ichthyosiform erythroderma (NBCIE). Ca 90% presenteert zich bij de geboorte als een collodion baby. Overige symptomen: palmoplantaire keratoderma, vaak met pijnlijke fissuren, contracturen aan de vingers, verlies van pulp (pulp loss), nageldystrofie (ridging, subunguale hyperkeratose, hypoplasie), ectropion, eclabion, verlies van wenkbrauwen en wimpers. Erythroderma ichthyosiformis congenita lijkt op lamellaire ichthyosis (LI) maar de verschijnselen zijn milder. CIE en LI zijn allebei een vorm van autosomaal recessieve congenitale ichthyosis (ARCI). Zie verder onder congenitale ichthyosiforme erythroderma

Nonbullous congenital ichthyosiform erythroderma Nonbullous congenital ichthyosiform erythroderma Nonbullous congenital ichthyosiform erythroderma
ichthyosiforme erythroderma ichthyosiforme erythroderma ichthyosiforme erythroderma




EPIDERMOLYTISCHE ICHTHYOSIS home ICD10: Q80.9

Ichthyosis met blaarvorming (histologisch epidermolytische hyperkeratose), berust op defecten in het gen voor keratine 1 of 10 (bullous congenital ichthiosiform erythroderma (Brocq) (BCIE) en annulaire epidermolytische ichthyosis (AEI), of keratine 2e (ichthyiosis bullosa Siemens (IBS). Ichthyiosis hystrix (Curth Macklin) is een variant met dikke adherente 'torenvormige' schilfering, pilaartjes van hyperkeratose, ook hierbij zijn mutaties in het gen voor keratine 1 gevonden.

Bullous congenital ichthiosiform erythroderma (Brocq) (BCIE)
uitgebreide blaarvorming en erytrodermie bij de geboorte, in het eerste jaar overgaand in hystrix-achtige keratosen, voorkeursplaatsen axillae, ellebogen, en bij K10 type de handpalmen. PA: basketweave orthohyperkeratose, PAS positieve deposities in de hoornlaag, sterk verbreed stratum corneum, keratinocytdegeneratie in stratum granulosum en spinosum. Zie verder onder bullous congenital ichthiosiform erythroderma.

Annulaire epidermolytische ichthyosis (AEI)
Mildere variant met multipele annulaire, polycyclische erythemateuze hyperkeratotische plaques op romp en extremiteiten.

Ichthyiosis bullosa Siemens IBS
Ichthyiosis bullosa Siemens is een zeldzame autosomaal dominante (OMIM 146800) variant van epidermolytische ichthyosis. Het wordt veroorzaakt door een heterozygote mutatie in het gen voor keratine 2e (KRT2) op chromosoom 12q13. De afwijkingen zijn aanwezig vanaf de geboorte en bestaan uit uitgebreide roodheid (erytheem) van de huid en blaarvorming. Na enkele weken gaat dit over in een donker grijze hyperkeratose, vooral op armen en benen, en in de plooien (knieholten, elleboogplooien, oksels en liezen. Zie verder onder ichthyosis bullosa Siemens.

Ichthyiosis hystrix Curth-Macklin
Variant van ichthyosis met dikke, donkerkleurige papillomateuze hyperkeratose (OMIM 146590). Er ontstaan zuiltjes van hyperkeratose op het lichaam die lijken op stekels (Hystrix = stekelvarken). Vaak is er ook palmoplantaire hyperkeratose. Zie verder onder ichthyiosis hystrix Curth Macklin.




ICHTHYOSIS CONGENITA SYNDROMEN home ICD10: Q80.9

Ichthyosis congenita kan onderdeel zijn van een aantal syndromen zoals het Sjögren-Larsson syndroom, trichothiodystrofie, Comel Netherton syndroom (ichthyosis linearis circumflexa), Happle syndroom, Chanarin Dorfman syndroom, Histrix like ichthyosis + deafness, KID syndroom, ichthyosis follicularis + atrichia + photophobia.


patientenfolder


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

28-07-2017 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter