KOEMELK ALLERGIE home ICD10: Z91.011

Koemelk allergie is zeldzamer dan men denkt, het komt naar schatting bij minder dan 1% (0.6-0.9%) van de zuigelingen voor. Vaak denken ouders dat er koemelkallergie speelt, terwijl het niet zo is. De symptomen van koemelkallergie bij zuigelingen zijn niet specifiek (excessief huilen, spugen, slecht groeien) en kunnen andere oorzaken hebben. Koemelkallergie is moeilijk te objectiveren. IgE antistoffen (RAST) zijn op jonge leeftijd meestal nog niet verhoogd, huidpriktests zijn niet 100% betrouwbaar. Het heeft dan ook geen zin bloedonderzoek of huidpriktests te doen bij de vraagstelling koemelkallergie. De enige gouden standaard is eliminatie van koemelk uit de voeding, gevolgd door dubbelblinde voedselprovocatie, maar dit wordt vanwege de bewerkelijkheid meestal niet uitgevoerd. Koemelkallergie gaat meestal vanzelf weer over. Naar schatting is op de leeftijd van 1 jaar 75% van de aangedane kinderen tolerant voor koemelk, en 90% op de leeftijd van 4 jaar. Koemelkallergie bij volwassenen is zeer zeldzaam.

Atopisch eczeem wordt niet veroorzaakt door voedselallergie. Kinderen met atopisch eczeem hebben wel een 2 keer hogere kans op voedselallergie maar dat wil niet zeggen dat er een causaal verband is: er is een gemeenschappelijke oorzaak (aanleg voor atopie).

Bij een aangetoonde koemelkallergie bestaat de behandeling uit eliminatie van koemelk uit de voeding, door over te stappen op koemelkvrije voeding (bij voorkeur intensief gehydrolyseerd wei-eiwit) vanaf het moment dat de borstvoeding wordt gestopt tot de leeftijd van circa 12 maanden.

In het recente verleden werd aan atopische moeders geadviseerd om vooral borstvoeding te blijven geven, en zelf geen koemelk te gebruiken, en om preventief hypoallergene zuigelingenvoeding (partieel gehydrolyseerd koemelkeiwit) te gebruiken in het eerste levensjaar. De gedachte was dit het ontstaan van atopisch eczeem zou kunnen voorkomen. Dit blijkt niet het geval te zijn, daarom wordt dit nu niet meer aanbevolen.

Er zijn verschillende soorten zuigelingenvoeding voor koemelkallergie op de markt. Er zijn hypo-allergene zuigelingenvoedingen (partieel gehydroliseerde zuigelingenvoeding, wei hydrolysaten) zoals Enfamil HA, Nutrilon HA, Nutrilon pepti, en Frisopep, die rond de 13-15 euro per 500 g kosten. Er zijn sterk gehydroliseerde koemelkeiwit-vrije voedingen (caseïne hydrolysaten) waarin alleen nog korte peptidefragmenten in zitten zoals Nutramigen en Pregestimil die rond de 22-27 euro per 500 g kosten. En er zijn volledig koemelkeiwit-vrije voedingen die uit losse aminozuren zijn opgebouwd zoals Nutramigen AA en Neocate LCD die rond de 81-89 euro per 500 g kosten. Vrijwel alle baby's met koemelkallergie kunnen met een sterk wei- of caseinehydrolysaat effectief behandeld worden. De veel duurdere voeding gebaseerd op vrije aminozuren wordt gereserveerd voor kinderen met zeer ernstige vormen van bewezen koemelkallergie.

Hypo-allergene zuigelingenvoeding (wei hydrolysaten)
- Enfamil HA (Mead Johnson) (partieel gehydroliseerde zuigelingenvoeding)
- Nutrilon HA 1 (Nutricia) (partieel gehydroliseerde zuigelingenvoeding)
- Nutrilon HA 2 (Nutricia) (partieel gehydroliseerde zuigelingenvoeding)
- Nutrilon pepti 1 (Nutricia) (koemelkvrij)
- Nutrilon pepti 2 (Nutricia) (koemelkvrij)

Koemelkeiwit-vrije zuigelingenvoeding (caseïne hydrolysaten)
- Nutramigen 1 (Mead Johnson) (koemelkvrij)
- Nutramigen 2 (Mead Johnson) (koemelkvrij)
- Pregestimil (Mead Johnson) (koemelkvrij)

Volledig koemelk-eiwit vrije zuigelingen voeding opgebouwd uit aminozuren
- Nutramigen AA (Mead Johnson) (koemelkvrij, aminozuren)
- Neocate LCP (Nutricia) (koemelkvrij, aminozuren)

Zie voor meer informatie onder zuigelingenvoeding.

Borstvoeding
borstvoeding: altijd goed


Borstvoeding is de eerste 4-6 maanden van het leven de beste voeding voor zuigelingen, maar beschermt niet tegen het ontwikkelen van (koemelk)allergie. Ook hoeven moeders die borstvoeding geven geen koemelk te mijden. Bijvoeding met koemelkhoudende zuigelingenvoeding in de eerste dagen van het leven geven geen verhoogde kans op allergische ziekten later in het leven. Het introduceren van andere voeding hoeft bij zuigelingen met koemelkallergie niet te worden uitgesteld tot na 6 maanden en hoeft niet voorzichtig of gefaseerd gedaan te worden. De grote meerderheid van baby's met koemelkallergie is uitsluitend allergisch voor koemelk; naar schatting ontwikkelt circa 10% een allergie voor een ander voedingsmiddel, en dan bijna altijd een van de hoog-allergene voedingsmiddelen zoals kippenei, pinda, noten, schaal- of schelpdieren. Een allergie voor de voedingsmiddelen die normaal gedurende de eerste maanden van bijvoeding worden geïntroduceerd, zoals groenten, fruit, vlees, rijstebloem en granen, is extreem zeldzaam. Kiwi kan men beter mijden.

Normaal worden de eiwitten uit koemelk in het maag-darmkanaal door enzymen in kleinere peptiden gesplitst. Omdat bij baby's de darm nog niet optimaal werkt kunnen grotere, niet volledig verteerde eiwitten in het bloed terechtkomen en een allergene reactie opwekken. Rond 1 jaar is dit meestal voorbij, daarom is het zinvol om rond de eerste verjaardag opnieuw bloot te stellen aan koemelk (open provocatie) om te kijken of de zuigeling inmiddels tolerant is geworden. Bij aanhoudende koemelkallergie kan soja dienen als alternatieve melkbron. Vanaf 6 maanden verdragen de meeste zuigelingen met koemelkallergie flesvoeding op basis van soja-eiwit. Dit is dan ook een goed alternatief voor de duurdere hydrolysaten. Door de grote kruisovergevoeligheid tussen koemelk en de melk van andere zoogdieren, zoals paarden, ezelinnen, geiten of dromedarissen, is de melk van zulke zoogdieren niet geschikt voor de behandeling van koemelkallergie bij zuigelingen.


patientenfolder


Referenties
1. Brand PLP, Rijk-van Gent H. Koemelkallergie bij zuigelingen: nieuwe inzichten. Stand van zaken. Ned Tijdschr Geneeskd 2011;155:A3508. PDF
2. Luning-Koster J, Lucassen PLBJ, Boukes FS, Goudswaard AN. Samenvatting van NHG-standaard Voedselovergevoeligheid (eerste herziening). Ned Tijdschr Geneeskd 2011;155:A3063.
3. Brand PLP. NHG-standaard Voedselovergevoeligheid kan stelliger. De voedselallergietest bestaat niet. Ned Tijdschr Geneeskd 2011;155:A3104.
4. Wensink M, Timmer C, Brand PLP. Constitutioneel eczeem bij kinderen wordt niet veroorzaakt door voedselallergie. Ned Tijdschr Geneeskd 2008;152:4-9.
5. Chafen JJ, Newberry SJ, Riedl MA et al. Diagnosing and managing common food allergies: a systematic review. JAMA 2010;303:1848-1856.
6. Sicherer SH, Burks AW. Maternal and infant diets for prevention of allergic diseases: understanding menu changes in 2008. J Allergy Clin Immunol 2008;122:29-33.
7. Osborn DA, Sinn JK. The Cochrane Library and dietary prevention of allergic disease and food hypersensitivity in children: an umbrella review. Evid -Based Child Health 2007;2:541-552.
8. Snijders BE, Thijs C, van Ree R, van den Brandt PA. Age at first introduction of cow milk products and other food products in relation to infant atopic manifestations in the first 2 years of life: the KOALA Birth Cohort Study. Pediatrics 2008;122:e115-e122.
9. Venter C, Pereira B, Voigt K et al. Prevalence and cumulative incidence of food hypersensitivity in the first 3 years of life. Allergy 2008;63:354-359.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

30-07-2015 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid

web counter