|
LICHEN MYXOEDEMATOSUS (mucinosis papulosa, scleromyxoedema Arndt-Gottron) |
codes 0701.8068 / L98.5 |
Discrete ophopingen van mucine in de huid die over het gehele lichaam kunnen voorkomen. Typisch voor de ziekte zijn kleine huidkleurige of ivoorkleurige papels op voorhoofd, armen, heupen en romp. De papels zijn meestal niet groter dan enkele millimeters, maar komen voor in groepjes en kunnen samenvloeien. Ze kunnen jeukklachten geven, maar zijn meestal asymptomatisch. De exacte oorzaak is niet bekend.
|
lichen myxoedematosus |
lichen myxoedematosus |
histologie |
DD: amyloidosis, granuloma annulare disseminata, maligne lymfomen, eruptieve xanthomen, sarcoidose, scleredema, scleroderma, dermatomyositis.
Deposities van mucine in de huid worden vaak gezien in samenhang met paraproteïnemie, meestal IgG. Mogelijk stimuleren deze antistoffen de productie van mucine en van collageen. De huidlesies kunnen zeer uitgebreid zijn. Het verbeteren van een eventueel aanwezige paraproteïnemie na starten van therapie is gunstig voor het beloop van de aandoening. Niet bij alle patiënten is er sprake van paraproteïnemie. Patiënten zonder paraproteïnemie kunnen soms spontaan regressie van huidlesies vertonen. Het beloop is echter meestal chronisch. Bij sommige patiënten kan lichen myxoedematosus zich ontwikkelen tot scleromyxoedema. De aandoening blijft meestal beperkt tot de huid. Systemische verschijnselen zijn zeldzaam maar komen wel voor. Hierbij aandacht voor proximale myopathie, neuropathie, polyarthritis, aperistaltiek van de oesophagus en heesheid. Ook oogafwijkingen kunnen voorkomen.
Diagnostiek: PA lesionale huid (formaline). Histopathologisch vertonen de papillaire lesies een focale depositie van mucine in de dermis. Er is ook een toename van het aantal fibroblasten en van het collageen. Plasmacel infiltraten kunnen worden gezien en de collageenvezels zijn vaak verdikt. Kleuring met Alcian-Blue (slijmkleuring) voor aantonen van mucine deposities. Laboratoriumonderzoek is noodzakelijk om paraproteïnemie vast te stellen en te vervolgen. Test: eiwitspectrum, M-proteïne bepaling. Bij paraproteïnemie nader onderzoek naar de onderliggende oorzaak (consult interne/hematologie).
Therapie: Behandeling kan systemisch en topicaal. De systemische behandeling is vooral gericht tegen de onderliggende paraproteïnemie:
R/
isotretinoïne (2 dd 40mg ged. 4mnd).
R/
prednisolon (4 dd 60 mg ged. 4-6 wkn, geleidelijk afbouwen). ![]()
R/
Neoral (ciclosporine) 3-5 mg/kg/dag.
![]()
R/
topicale of intralesionale corticosteroïden (alleen bij beperkt aantal lesies
mogelijk).
![]()
R/ thalidomide 1 dd 100 mg.
R/ intraveneuze immunoglobulinen (2g/kg per maand).
R/ thalidomide 1 dd 100 mg.
R/
Melfalan (1 tot 10 mg/dag) bij paraproteïnemie.
Hiermee kunnen de huidafwijkingen geheel verdwijnen. Echter langdurige
behandeling met Melfalan kan aanleiding geven tot hematologische maligniteiten
en sepsis.
Referenties
|
1. |
Textbook of Dermatology. Rook, Wilkinson, Ebling. Chapter: Metabolic and Nutritional Disorders. |
|
2. |
Rebora A, Rongioletti F. Mucinoses. Dermatology. Mosby 2003; Chapter 47: pagina 647-657. |
|
3. |
Yen A, Sanchez RL, Raimer SS. Papular mucinosis associated with AIDS: response to isotretinoin. J Am Acad Dermatol 1997;37:127-128. |
|
4. |
Hisler BM, Savoy LB, Hashimoto K. Improvement of scleromyxedema associated with isotretinoin therapy. J Am Acad Dermatol 1991;24:854-857. |
06-11-2005 (RVH) - www.huidziekten.nl