LUPUS ERYTHEMATODES
Indeling specifieke huidafwijkingen bij lupus erythematodes (LE):
|
1. |
Acute cutane LE (voorbijgaand in uren tot weken, laat geen littekens na, zeer fotosensitief, sterk geassocieerd met SLE). |
|
-gelocaliseerd erytheem (butterfly rash) |
|
|
-gegeneraliserde erytheem (en/of oedeem) |
|
|
2. |
Subacute cutane LE (lupus erythematodes subacutis cutaneus) |
|
-psoriasiform |
|
|
-annulair |
|
|
3. |
Chronische cutane LE (persisterend, maanden tot jaren, laat littekens na, minder fotosensitief, minder sterk geassocieerd met SLE. |
|
-discoïde LE (CDLE, lupus erythematodes discoides chronica) |
|
|
-gelocaliseerde CDLE |
|
|
-gegeneraliseerde CDLE (lupus erythematodes discoides et disseminatus) |
|
|
-diepe LE, lupus erythematodes profundus |
Niet-specifieke afwijkingen die bij een LE kunnen voorkomen: urticaria, erythema palmoplantare, vasculitis, alopecia, slijmvliesafwijkingen, pigmentafwijkingen, sclerodactylie, calcinosis cutis.
LUPUS ERYTHEMATODES DISCOIDES CHRONICA (CDLE) (cutane discoïde LE)
Laesies zijn erythemato-squameus, met soms centrale atrofie op de aan zonlicht blootgestelde huid, met name gelaat, ook hals, coeur, armen, handen, benen en romp (soms), behaarde hoofd (soms). Preventie: controle, i.v.m. overgang naar andere twee vormen. Vermijden van zon- en UV-licht: hoed, sunscreens locaal (zie aldaar). De kans op progressie naar SLE is bij gelocaliseerde CDLE cira 5%, bij generaliseerde CDLE 20%, bij SCLE 50% en bij ACLE 72%.
R/ corticosteroïd crèmes of lotions locaal, eventueel onder occlusie.
R/ antimalaria middelen oraal (cave oogafwijkingen): Plaquenil 200-400 mg per dag.
LUPUS ERYTHEMATODES DISCOIDES ET DISSEMINATUS
Laesies zijn verspreid over de huid. Controle i.v.m. systematisering. Preventie en therapie, zie boven.
R/ corticosteroïden oraal
LUPUS ERYTHEMATODES DISSEMINATUS (SLE) (systemische LE)
De diagnose SLE wordt volgens de ARA criteria (1982) gesteld indien een patiënt 4 of meer van de onderstaande 11 verschijnselen (gehad) heeft:
|
1. |
malar rash |
Gelocaliseerd erytheem of erytheem plus oedeem/induratie in het gelaat. Meestal symmetrisch, vooral over jukbeenderen, nasolabiale plooien blijven soms gespaard. |
| 2. |
discoid rash |
Erythemateuze, verheven plaques, met hyperkeratose, schilfering, folliculaire plugging, atrofische littekens in latere stadium (CDLE). |
| 3. |
fotosensitivity |
Erytheem en/of oedeem/induratie op zongeëxposeerde plaatsen, anamnestisch of vastgesteld door arts. |
| 4. |
oral ulcers |
Oraal of nasopharyngeale ulceraties, meestal pijnloos, vastgesteld door een arts. |
| 5. |
arthritis |
Niet-erosieve arthritis van twee of meer perifere gewrichten, gekarakteriseerd door pijn, zwelling, of vocht in het gewricht. |
| 6. |
serositis |
Pleuritis: overtuigende pleurapijnklachten, wrijven bij auscultatie, of pleuravocht. |
|
of: |
Pericarditis: blijkend uit ECG, auscultatie, of pericardvocht (echo). | |
| 7. |
renal disorder |
Persisterende proteïnurie (>0.5 g per dag of 3+ semikwantitatief). |
|
of: |
Eiwitcylinders (erytrocyten, hemoglobine, granulair, tubulair, of gemengd). | |
| 8. |
neurological disorder |
Epileptische aanvallen (niet t.g.v. medicatie, uremie, ketoacidose of elektrolytafw.) |
|
of: |
Psychosen (niet t.g.v. medicatie, uremie, ketoacidose of elektrolytafwijkingen). | |
| 9. |
hematological disorders |
Hemolytische anemie, met reticulocytose. |
|
of: |
Leukopenie, minder dan 4.0 x 109/L op twee of meer momenten. | |
|
of: |
Lymfopenie, minder dan 1.5 x 109/L op twee of meer momenten. | |
|
of: |
Trombocytopenie, minder dan 100 x 109/L, niet t.g.v. geneesmiddelen. | |
| 10. |
immunologic disorder |
positieve LE cel test, of anti-DNA verhoogd, of anti-Sm, of een valspositieve VDRL, bij negatieve TPI of FTA-abs. |
| 11. |
antinuclear |
Een op enig moment vastgestelde abnormale titer van een antinucleair antilichaam, antibody vastgesteld door immunofluorescentie, en niet t.g.v. geneesmiddelen (drug-induced). |
Inwendige organen zijn vaak ook aangedaan, de therapie is specialistisch i.s.m. de internist.
R/ salicylaten bij arthritis of rheumatisch beeld, behoefte aan anti-malaria middelen is dan soms verlaagd.
R/ antimalaria middelen of corticosteroïden oraal of i.v., voorzichtig uitsluipen, al of niet met Imuran (azathioprine).
Serologie bij SLE:
anti-nucleaire antistoffen (ANA, ANF), anti-dsDNA, anti-Sm. Zie ook onder auto-immuunziekten,
diagnostiek
LUPUS ERYTHEMATODES NEONATALIS
LUPUS ERYTHEMATODES PROFUNDUS
LUPUS ERYTHEMATODES SUBACUTIS CUTANEUS
31-12-2004 (JRM) - www.huidziekten.nl