LYMFANGITIS (LYMPHANGITIS) ICD10: I89.1

Bij lymfangitis (lymfbaan-ontsteking) ziet men een langwerpige rode en warme streep, verlopend langs een lymfbaan, meestal aan arm of been zichtbaar. Bij een infectie distaal, vaak is een wond of andere huidbeschadiging zichtbaar (porte d'entree). Vaak gepaard gaande met pijn en koorts, soms hoofdpijn, tachycardie en koude rillingen. Meestal acuut beloop. Kan zich ontwikkelen in een sepsis, snelle behandeling met antibiotica wordt geadviseerd. Lymfangitis kan bij gezonde personen voorkomen; patienten met diabetes of een verlaagde afweer hebben een verhoogd risico.

Lymfangitis Lymfangitis Lymfangitis
lymphangitis lymphangitis lymphangitis


Verwekkers:
De meest voorkomende oorzaak van klassieke lineaire lymfangitis is de beta-hemolytische streptococ (Streptococcus pyogenes, groep A streptokokken), daarna S. aureus. Soms zijn het andere bacteriën zoals Pseudomonas, Aeromonas hydrophila (bij verontreiniging door oppervlaktewater), Streptococcus pneumoniae, Pasteurella multocida (na honden- en kattenbeten), of Wucheria bancrofti (tropen).

Een variant van lymfangitis is de nodulaire lymfangitis, ook wel sporotrichoïde verspreiding genoemd. Dit ziet men bij uitheemse verwekkers zoals Sporothrix schenckii, Nocardia brasiliensis, Mycobacterium marinum, Leishmania panamensis, Leishmania guyanensis, en Francisella tularensis.

DD: contacteczeem (vooral op vloeistoffen, zie Berloque dermatitis), tromboflebitis, cellulitis nno, necrotiserende fasciitis, persistent supravenous erythematous eruption, sporotrichoïde lymfangitis door diepe mycosen of atypische mycobacteriën.

Diagnostiek:
Kweek als er een porte d'entreé is (wondje), eventueel bloedonderzoek (Leuko's, leukodiff, BSE).

Therapie:
Antibiotica gericht op streptococcen en stafylococcen gedurende 7-10 dagen (bij streptococcen 10 dagen). Bij hoge koorts, zieke patiënt, veel pijn, en bij immuungecompromitteerden intraveneus. Combineren met paracetamol of ander antiflogisticum tegen koorts en hoofdpijn. Temperatuur meten, na 1-2 dagen wordt bij een gevoelige verwekker daling van de temperatuur verwacht.

Oraal
R/ Floxapen (flucloxacilline) 3 dd 1000 mg.
R/ Augmentin (amoxicilline / clavulaanzuur) 3 dd 625 mg.
R/ Clindamycine 3 dd 600 mg.
R/ Keforal (cefalexine) 4 dd 500 mg.

Intraveneus
R/ Floxapen (flucloxacilline) 4 dd 1000 mg iv.
R/ Augmentin 3 dd 1000/200 mg iv.
R/ Clindamycine 4 dd 300-600 mg iv.
R/ cefuroxim (Zinacef) 3 dd 750 mg im of iv.
R/ Ceftriaxon 1 dd 1-2 g iv.
R/ Cefazolin 2 dd 1 g iv.


Referenties
1. Brook I. Microbiology and management of human and animal bite wound infections. Prim Care 2003;30:25-39.
2. Falagas ME, Bliziotis IA, Kapaskelis AM. Red streaks on the leg. Lymphangitis. Am Fam Physician 2006;73:1061-1062.
3. DiNubile MJ. Nodular lymphangitis: a distinctive clinical entity with finite etiologies. Curr Infect Dis Rep 2008;10:404-410.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

28-09-2011 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter