|
LYMFOMATOIDE PAPULOSE / LYMPHOMATOID PAPULOSIS |
codes 0686.8005 / L41.2 |
|
Lymphomatoide
papulose is een chronische huidziekte met een histologie suggestief voor
een maligne lymfoom (CD30+).
Voor het eerst beschreven in 1956.
Het kan op elke leeftijd ontstaan, ook bij kinderen, echter gemiddeld begint het tussen 35-45
jaar. De man:vrouw is circa 1.5:1. De incidentie is 1.2 - 1.9 : 1.000.000.
Klinisch beeld: Meest
voorkomend: enkele tot meer dan 100 2-5 mm grote, rood-bruine papels en noduli,
die aanvankelijk glad en hemorrhagisch zijn, later hyperkeratotisch met centrale
zwarte necrose/crustae en ulceratie. Gelokaliseerd (met name op ledematen en
romp) tot gegeneraliseerd voorkomend. Komen zelden voor in de mond en op de
genitalia.
Lijkt klinisch erg op PLEVA.
Veelal asymptomatisch, soms pruritus, gevoelig, pijnlijk.
DD: PLEVA, folliculitis, furunculosis, insectenbeten, T-cel lymfoom, Langerhans histiocytose, lymfocytoma cutis, miliaria, C-ALCL, medicatie, hidradenitis suppurativa (inguinale locaties), molluscum contagiosum, nodulaire scabies, varicella.
Plaats van lymfomatoide papulosis binnen de groep lymfomen: De groep van CD30+ cutane lymfoproliferatieve ziekten (lymphomatoide papulose, cutaneous anaplastic large cell lymphoma (C-ALCL)) is goed voor 20-25% van de cutane T-cell lymfomen. Alleen MF (mycosis fungoides) heeft een groter aandeel in de cutane T-cell lymfoom groep.
WHO-EORTC
classificatie van lymfomen inclusief 5-jaars overleving
Diagnostiek: Histologisch
onderzoek met immunophenotypering van het T-cel infiltraat. Bij gewichtsverlies, anorexia, koorts en
zweten nagaan of er sprake is
van systemisch lymfoom.
Histologisch beeld: Het
histopathologisch beeld kan sterk variëren. Histologisch is het onderscheid
tussen benigne en maligne soms moeilijk te maken. Het klinisch beeld moet er bij
worden betrokken om tot de juiste
diagnose te komen. Er worden
3 histologische typen onderscheiden ( A,B, en C). Het onderscheiden van subtypes
is niet erg relevant, omdat ze klinisch niet verschillen.
Prognose: De
prognose is goed; recent onderzoek geeft een mortaliteit door lymphomatoide
papulose van 0%.
Bij 10-20 % wordt het voorafgegaan, gevolgd of geassocieerd met een ander type
maligne lymfoom (MF, C-ALCL, Hodgkin). Pathogenese: Het
exacte
mechanisme niet bekend.
Droc et al. hebben mutaties in TGF-beta receptoren ontdekt, waardoor er verlies
van groeiremming optreedt.
Lijst
met andere CD30+ lymfoproliferatieve ziekten
Overige condities met CD30+:
Therapie: Behandeling is moeizaam en vaak ook niet nodig vanwege het benigne beloop en het spontaan weer verdwijnen van lesies. Topicale of systemische corticosteroïden en antibiotica zijn niet effectief. Behandelingen gericht op T-lymfocyten zoals PUVA, UVB, chemotherapie (etoposide, methotrexaat), stikstof mosterd of BCNU en volledige bestraling van de huid zijn effectief, maar na staken van de behandeling komen de lesies vaak weer terug na weken tot maanden. Er is dus geen eenvoudige curatieve therapie beschikbaar, en de actieve behandeling heeft geen effect op het ziektebeloop. Als er littekens ontstaan of als het op cosmetisch storende locaties zit, dan is de meest effectieve behandeling: 5-20 mg/week methotrexaat. Bij ontwikkeling grote tumoren: 4-12 weken natuurlijk beloop afwachten. Als ze niet verdwijnen: mogelijk excisie of radiotherapie. Er is altijd een risico op ontwikkeling systemisch lymfoom: follow-up is noodzakelijk.
Algoritme uit de Bolognia. Referenties
20-11-2011 (JVW) - www.huidziekten.nl |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||