LICHEN AUREUS home ICD10: L81.72

Lichen aureus is een minder vaak voorkomende subvorm van purpura pigmentosa. Het gaat om bruinige, soms wat goudkleurige macula, soms papuleus. De plekken lijken op bloeduitstortingen, het verschil is dat ze jaren aanwezig kunnen blijven (gemiddeld 2.5 jaar) terwijl bloeduitstortingen veel eerder wegtrekken. Het komt vaak voor bij kinderen en jongvolwassenen, meestal aan de onderbenen. Bij volwassenen komt het ook voor. Bij volwassenen kunnen de plekken ook voorkomen op de romp, en duren soms nog langer. De aandoening is voor het eerst beschreven door Marten in 1958. De oorzaak is onbekend. Genoemd worden veneuze insufficiëntie, postinfectieus, geneesmiddelenreactie. Er zijn case reports van patiënten met lichen aureus-achtige plekken die later mycosis fungoides kregen; toch gaat men er niet vanuit dat lichen aureus overgaat in een T-cel lymfoom. Wel rekenen sommigen lichen aureus tot de klonale dermatosen, omdat er histologisch een lichenoïd T-cel infiltraat wordt gezien.

Lichen aureus Lichen aureus
lichen aureus lichen aureus


De purpura pigmentosa groep bevat purpura pigmentosa progressiva (ziekte van Schamberg, PPP) en tal van andere fraaie eigennamen zoals de ziekte van Goucherot-Blum of Doucas-Kapetanakis. Splitters genieten hiervan, lumpers vinden het onzin: het is allemaal erytrocytenextravasatie en hemosiderine pigment. De afkorting PPP wordt ook gebruikt voor pretibial pigmented patches (bij diabetes).

Purpura pigmentosa groep:
- purpura pigmentosa progressiva (Schamberg)
- purpura pigmentosa lichenoides (Gougerot-Blum)
- purpura annularis teleangiectodes (Majocchi)
- lichen aureus
- eczematoid-like purpura (Doucas-Kapetanakis)
- annulaire lesies (Hutchinson-Crocker)
- itching purpura (waarschijnlijk identiek aan Schamberg)
spacer

PA:
Lichenoïd lymfocytair ontstekingsinfiltraat in de oppervlakkige dermis, exocytose van lymfocyten, veel macrofagen beladen met hemosiderine pigment (afbraakproduct van hemoglobine uit erytrocyten).

Therapie:
Lichen aureus is niet eenvoudig te behandelen. Lokale corticosteroïden zijn meestal niet effectief, soms wel. Genoemd worden PUVA therapie, tacrolimus en pimecrolimus, en pentoxifylline.


Referenties
1. Marten RH. Case for diagnosis. Trans St Johns Hosp Dermatolo Soc 1958;40:98.
2. Price ML, Jones EW, Calnan CD, MacDonald DM. Lichen aureus: a localized persistent form of pigmented purpuric dermatitis. Br J Dermatol 1985;112:307-314.
3. Gelmetti C, Cerri D, Grimalt R. Lichen aureus in childhood. Pediatr Dermatol 1991;8:280-283.
4. Nishioka K, Katayama I, Masuzawa M, Yokozeki H, Nishiyama S. Drug-induced chronic pigmented purpura. J Dermatol 1989;16:220-222.
5. Fink-Puches R, Wolf P, Kerl H, Cerroni L. Lichen aureus: clinicopathologic features, natural history, and relationship to mycosis fungoides. Arch Dermatol 2008;144:1169- 1173.
6. Ling TC, Goulden V, Goodfield MJ. PUVA therapy in lichen aureus. J Am Acad Dermatol 2001;45:145-146.
7. Bohm M, Bonsmann G, Luger TA. Resolution of lichen aureus in a 10-year-old child after topical pimecrolimus. Br J Dermatol 2004;151:519-520.
8. Lee HW, Lee DK, Chang SE, Lee MW, Choi JH, Moon KC, et al. Segmental lichen aureus: combination therapy with pentoxifylline and prostacyclin. J Eur Acad Dermatol Venereol 2006;20:1378-1380.
9. Kim MJ, Kim BY, Park KC, Youn SW. A Case of Childhood Lichen Aureus. Ann Dermatol 2009:21(4):393-395.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

28-06-2014 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



web counter